recensie Hafid Bouazza brengt lyriek, idylle en erotiek terug in de Nederlandse letteren. En slaagt er ook nog in de complexe botsingen tussen Marokkanen en Nederlanders in beeld te brengen.
'Paravion' is een sociaal-culturele geschiedenis verpakt als een Arabisch sprookje. Het verhaal speelt zich af op twee plaatsen, het land Morea, zeg maar Morenland, waarachter de lezer rustig Marokko mag denken, en Paravion, de door de plaatselijke bevolking verkeerd begrepen (par avion op de brieven!) naam voor Amsterdam.
Hoofdpersoon is Baba Baloek, naam van een grootvader die naar Paravion vertrok, een vader die hem volgde en een zoon die achterbleef. De geschiedenis van zijn leven als geitenhoeder op het Marokkaanse platteland is aan de ene kant sociaal gekleurd: Zijn dorp is leeggelopen, er is geen werk, de mannen zijn vertrokken, de vrouwen achtergebleven en op zoek naar nieuwe mannen. Maar het is ook een folkloristisch sprookje: de jongste Baba Baloeb wordt opgevoed door twee heksachtige zussen die een Siamese tweeling vormen, er is een geest in de vorm van een vogel die voortdurend rondfladdert, de zeven achtergelaten vrouwen baren allemaal op dezelfde dag een dochter en vliegende tapijtjes mogen dan in Morea uit de mode raken, ze zijn er nog wel.
Dat sprookjesachtige karakter dat zowel in het verhaal als in Bouazza's uiterst lyrische stijl tot uiting komt, zorgt er merkwaardig genoeg ook voor dat je als lezer juist het sociale conflict voelt groeien. Voor de bewoners van Morea is Paravion een begeerlijke stad, die zo nu en dan in een 'mirage', zeg maar een fata morgana, voor ze opdoemt. Maar wij realiseren ons voortdurend dat de waarheid totaal anders is, of liever gezegd dat wij er anders over denken. In de Moreaanse context klinkt bijvoorbeeld het volgende vanzelfsprekend, terwijl het in onze ogen toch een misstand is: ,,De volgende dag begonnen de jongens zich alvast voor te bereiden op hun toekomstige verantwoordelijkheden door hun zussen, jong en oud, te schofferen en hen het huis in te slaan.''
Toch houdt Bouazza het sprookje vol, ook als we al lang en breed in Paravion zelf zijn beland en daarin zit, bij alle speelsheid, toch ook een bericht aan de westerse lezer: begrijp wel dat de Arabische wereld ook de Vertellingen van Duizend en een nacht heeft voortgebracht, zeg maar. Ik kreeg in elk geval tijdens het lezen weer eens heel sterk de indruk dat Marokkanen zich met evenveel recht op hun cultuur beroepen als wij dat doen.
'Paravion' is vast en zeker ook een ironische roman, bijvoorbeeld als een illusieloze Amsterdamse alcoholiste haar tandeloze Marokkaanse vriend als een soort oosterse prins ervaart, maar het knappe is dat het boek ongemerkt ook uitspraken lijkt te doen over integratie. Je kunt Bouazza overigens in dit boek niet vastpinnen op een politieke stellingname; wat veel belangrijker is, hij schildert het conflict in al z'n dubbelzinnigheid: ,,De vrouwen van Paravion lieten veel bloot zien, het palmhart van hun doorzichtige ledematen en meestal bespikkelde boezems was appetijtelijk en vervulde de bezoekers van het theehuis met geilheid en walging. Werkelijk onbeschaamd waren de wezens in het groene centrum van Paravion, waar het verboden leek kleren te dragen. Gelukkig stond het theehuis in het oostelijk gedeelte, ver van dat verderfelijke oord.''
'Paravion' is een zinnelijke, zintuiglijke en idyllische roman. Er zullen weinig naoorlogse boeken in Nederland zijn waarin de vreugde van het land, van de erotiek en van het menselijk bestaan zo kleurrijk worden opgeroepen als hier: verder van Giphart en Brusselmans kun je niet verwijderd zijn, dacht ik geregeld. Bouazza voert zijn lezers eerder naar de halfvergeten domeinen van Maeterlinck en Felix Timmermans.
Het poëtische voert de boventoon: ,,Een amandelboom stond als eerste in bloesem. De bomen in de vallei begonnen op aanwijzing van de wind te spreken, schudden hun bladeren als een menigte wasvrouwen hun wasgoed, de bleek stroomde vastberaden en bracht verkoeling, de vijgen rijpten. In het water dreven de gouden vruchten die de zon liet vallen.''
Maar Bouazza laat bij alle lyriek toch ook merken dat hij de touwtjes als schrijver stevig in handen heeft door een of twee keer te suggereren dat hij een soort verdedigingsrede schrijft ('mijne heren') en zelfs een keer na weer zo'n lyrische explosie te melden: 'soms heb ik mijzelf gewoon niet in de hand.' Precies genoeg vertellersaanwezigheid om je te attenderen op het fictionele gehalte en toch niet de zoveelste kloon van een Nabokoviaanse meta-roman.
Dat alles maakt 'Paravion' tot een wonderbaarlijk, hoogst ongebruikelijk produkt: lyrisch proza, sociaal conflict en fantasie die zich van zichzelf bewust is. Kom daar maar eens om in de tegenwoordige Nederlandse letteren.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.