recensie In 'Buiten is het maandag' verliest een man zijn vrouw bij een auto-ongeluk, waarna zijn zoon zijn eigen gezin in de steek laat en spoorloos verdwijnt. Bernlef exploreert in zijn nieuwe roman opnieuw het thema verdwijnen. Zijn personages voeren een voortdurende strijd tegen de vergeteleheid.
Bij Bernlef zijn de plekken waarop zijn verhalen zich afspelen nooit zonder betekenis. Hij heeft een voorkeur voor de meer noordelijk gelegen gebieden van Europa of Amerika, voor (schier)eilanden of kuststreken, dunbevolkt, leeg in alle betekenissen van het woord en liefst onder een flinke laag sneeuw. Dat is het decor dat het best past bij wat hij aan de orde wil stellen of wat hij per verhaal wil uitdrukken, namelijk: het verdwijnen. Ook landschappen dichter bij huis, zoals de duinen of het wad, kunnen zijn thematiek van de verdwijning onderstrepen.
Dat verdwijnen vindt onopvallend plaats en in een grote variatie. Zijn nieuwste roman bevat een staalkaart aan verdwijnvormen, die ook verband houden met hoe er in vorige boeken mee werd gespeeld. 'Buiten is het maandag' sluit in de kern nog het meest aan bij een korte roman van dertig jaar geleden, namelijk 'Sneeuw'. Daarin probeert een man een gat in zijn geheugen te dichten: het ogenblik van het auto-ongeluk, waarbij zijn vrouw omkwam en hij in leven bleef, natuurlijk na dagen zwaargewonde afwezigheid.
Dergelijke situaties brengen behalve verdwijning en dood ook de herinnering en de strijd tegen het vergeten als onderwerp binnen de roman. Het is een heel complex dat Bernlef misschien al wel van meet af aan exploreert en dat veel te maken heeft met hoe onze geest de werkelijkheid en zichzelf waarneemt en welke verstoringen daarbij kunnen optreden. 'Hersenschimmen', zijn bekendste roman, beeldde het mentale verval uit bij dementie: het overzicht van de eigen werkelijkheid ging teloor en alles viel in brokstukken uiteen. Een verdwijning van het zelf.
De meeste romans van hem zijn opgebouwd 'rondom een gat' -een leegte, waarin iets of iemand is verdwenen; een weggevallen realiteit die is opgeslokt door de altijd loerende vergetelheid, de dood. In dit geval is het Stijn Bekkering die na tien dagen in coma te hebben gelegen, bijkomt en te horen krijgt dat zijn vrouw Geesje bij het auto-ongeluk is omgekomen en al is begraven. Hij kan zichzelf hier niet overheen zetten en de verdwijning van zijn vrouw niet accepteren.
Aan het begin van de roman bevindt hij zich in Nova Scotia, Canada, een echt Bernlef-gebied in het noorden, op de rand van herfst en winter, in een huis vlak bij de kust. Daar is hij duidelijk geen inwoner, maar iemand die er terecht is gekomen. Hij is er heengegaan om een reden die ook met verdwijning verband houdt. Zijn zoon is niet lang na het auto-ongeluk plotseling vermist geraakt, vrouw en kind in de steek gelaten, succesvolle makelaarsbaan opgegeven. Niemand die enig idee heeft waar hij verblijft en zelfs of hij nog leeft.
Dit soort breuken zijn aan Bernlef besteed. Hij ziet mensen als betrekkelijk irrationele wezens die zonder veel overwegingen, maar op grond van passie of seksuele overgave beslissingen nemen die hen afscheid laat nemen van hun huidige bestaan, van het ene op het andere moment. Althans, zoon Harry heeft dit ondervonden, naar eigen zeggen onder invloed van de weinig evenwichtige en behoorlijk neurotische Tracy. Zij lijdt aan een 'gebrek aan richting', maar weet hem wel op het vliegtuig te krijgen naar Canada en de hele familie een jaar lang in spanning te houden over het hoe en wat van deze verdwijning. Want niemand wist iets af van zijn verhouding met haar.
Hoofdpersoon Stijn Bekkering zoekt zijn zoon op, als deze is gevonden via internet, en treft iemand aan die niets liever wil dan weer terug naar huis, vrouw en kind. Alle redenen om met het eerdere leven te kappen zijn verbleekt en de ontdekking van dit verdwijnen is meteen het einde ervan. Toch is wel het mooiste moment van de roman de verbranding van een brief, die de zoon aan zijn passie stuurt nadat hij haar heeft verlaten. Die brief beweert dat zij zijn meest intense en verschrikkelijke levenservaring was, waaraan hij nog dagelijks denkt. Het is een liefdesbrief nadat. En als zodanig door de vader opgevat als een signaal om niet meer terug te keren naar Nederland, want daar heerst hypocrisie en onzekerheid, en te blijven in Nova Scotia, in de buurt van de ontdekker van zijn vermiste zoon, de schrijver en kunstenaar Bruce, wiens filosofie die van de Maori is.
Zij die verdwenen, raken vergeten
Zij die blijven, vergaan
Alleen de plaatsen waar zij verbleven,
Blijven bestaan.
Dit fragment van een Maori-gezang is het motto van de roman. Veel belangrijker nog voor het besef van een andere opvatting over verdwijnen en doodgaan zijn de passages waarin Bruce laat weten dat de Maori zich helemaal niet drukmaken over dergelijke fenomenen: ,,Iedereen is altijd en overal aanwezig.'' Dat is net een iets ander bericht dan het motto geeft.
Het herinneren is een leidend principe van dit boek. Vooral het opschrijven van de herinnering. Stijn heeft zowel in Nederland als in Canada een soort kringloopwinkel, waarin alle oude spullen de tekenen zijn van het bestaan van levens die nu voorbij zijn. Bruce schrijft geschiedenissen rond voorwerpen en meubels, hij brengt ze tot leven, hij is niet geïnteresseerd in de dood.
Maar ook Stijn is een herinneraar, want hij zegt tegen de twintigjarige Tracy -hijzelf is vijfenzestig- als zij beweert geen richting na te streven in het leven: ,,Zonder herinneringen kun je niet leven, dan heeft je leven geen richting. [...] Als iemand er niet meer is, zijn herinneringen het enige wat je hebt. Dan koester je die, je probeert ze voor uitsterven te behoeden.''
Verbluffend hoe eenvoudig en kaal Bernlef deze dingen kan uitschrijven. Zijn stijl is weinig bloemrijk, heel terughoudend, maar alles klinkt naturel en als het een keer wat meer mag wezen, krijg je bijna poëzie: ,,Ik zag dat hij bij het noemen van die naam even schrok. Een donkere, donzige dar vloog hoogzoemend de keuken binnen, draaide nerveus zoekend een rondje en vond toen de weg naar buiten terug.'' De klankovereenkomsten binnen deze regels, de binnenrijmen, alliteraties, klinker- en medeklinkerrrijmen.
De keerzijde van verdwijning is herinnering. 'Buiten is het maandag' zit boordevol herinneringen. Het eindigt ook met een stoet herinneringen die zich zouden opdringen op een vergelijkbaar moment als dat van het auto-ongeluk. Stijn rijdt op een besneeuwde weg en ziet iets, in de nacht, midden op de weg staan. Hij moet remmen en verliest de macht over het stuur. Dan somt Bernlef zijn herinneringsflitsen op aan Geesje, zijn gestorven vrouw en als alles dan goed afloopt en de eland zich rustig verwijdert, eindigt het boek enigszins in de sfeer van 'De avonden' met: ,,'Je leeft,' mompel ik terwijl ik de auto traag op gang breng, 'je leeft.''' Het is dan 1 januari 2000. Een mooi, nieuw begin.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.