recensie Wie in het Zwitserse Zürich een gestorvene wil eren met een in het oog springend grafmonument, doet er goed de gemeentelijke Vorschriften über die Grafmüler eerst grondig te lezen. Zwitsers houden namelijk niet van gedoe op het kerkhof. Grafmonumenten mogen niet meer dan hoogstens tien centimeter boven de maximaal toegestane hoogte reiken. Maar meer dan twintig centimeter eronder mag ook weer niet.
Verder zijn kleurige aandachtstrekkers als mozaïeken unzulüssig evenals unbefriedigende naturalistische Bildreliefs en unkünstlerische Portrütdarstellungen.
Vergelijk dat eens met de uitbundigheid van een willekeurig Italiaanse kerkhof met zijn huizen en huisjes, z'n boulevards, z'n hoofd- en zijstraten. Lig je als dode in Zürich in de anonimiteit van een park, in Italië wordt het aards samenleven voortgezet in een dodenstad. Met dezelfde sociale lagen en posities als in de stad van de levenden.
Zürich is de stad van Zwingli, naast Luther en Calvijn de derde kerkhervormer, die in de zestiende eeuw brak met de katholieke kerk. In mentaliteit en opvattingen zitten Zwingli en Calvijn op hetzelfde spoor. Met een verzamelnaam noemt het Duits de geestelijke nazaten van beide hervormers Reformierten. De grafvoorschriften zijn een typisch voorbeeld van zwingliaans reformierte mentaliteit. In ons land, waar Zwingli nauwelijks invloed heeft gehad, spreken we bij zulk reglementair gepriegel over een stel grafstenen al gauw van 'typisch calvinistisch' en denken daarbij aan grijs, saai, bekrompen, bang voor extravaganties en uitbundigheid.
Toch is het fout de Zürcher kerkhofreglementen op deze wijze weg te zetten. Alsof ze alleen maar verbieden en nergens positief voor staan. In tegenstelling tot de Italiaanse dodensteden, zijn er op het kerkhof van Zürich geen rangen en standen meer. In de gemeenschappelijkheid van de dood liggen de doden, alleen kenbaar aan hun naam, naast elkaar en de tuinman maait het gras op hun graven even hoog.
Als uiteindelijk de balans is opgemaakt en het leven is afgesloten, wachten de doden, geborgen op Gods akker en allen voor God gelijk, op de opstanding. Gods nabijheid na dit leven hangt immers niet af van goede werken of sociale status, maar berust alleen op genade en geloof. Het klinkt tegenstrijdig, maar de uniformiteit op de Zürcher begraafplaats zet een krachtiger streep onder menselijke individualiteit dan de uitbundigheid van het Italiaanse kerkhof, waar het individu ook in de dood niet los gezien wordt van zijn sociale verband.
Ik ontleen deze overdenking over het Zürcher kerkhof aan de Zwitserse theoloog Matthias Krieg.
Zijn betoog spreekt me aan, omdat het laat zien, dat typisch reformierte, zeg maar calvinistische regels, niet zijn ingegeven door negatieve sentimenten als afkeer van opsmuk en van alles, dat het leven verfraait en doet gloeien. Ze ontstaan vanuit een mensvisie die begint met de gelijkwaardigheid van ieder individu. Omdat voor God alle mensen gelijk zijn.
De beschouwing van Krieg staat in een breed opgezette bundel, waarin zo ongeveer alle aspecten van reformiert door verschillende schrijvers behandeld worden. Je vindt er geloofsformuleringen, analyses over wat wezenlijk is voor deze traditie, interviews met levenden en levensbeschrijvingen van gestorvenen, overdenkingen over de 'reformierte' toekomst, beschouwingen over kerkdiensten, liedcultuur en gebedsleven. Aan alles is zo ongeveer gedacht. Je kunt zelfs met het boek als reisgids op excursie naar reformierte hot spots als Genève, de Franse Cevennen of het oosten van Hongarije.
Het boek is een Zwitsers, of liever nog Zürcher initiatief. Dat is goed te merken. Zo beginnen alle excursies op station of vliegveld van die stad. Toch stoort dat nauwelijks, omdat de reformierte cultuur, of die nu Schots, Zwitsers, Amerikaans of Nederlands is, gedragen wordt door dezelfde spiritualiteit. Hoe die eruitziet, verwoordt een van de geïnterviewden, de Nederlandse Hebe Kohlbrugge.
,,Gods Woord geschiedt aan de mensen. Als door God aangesprokene, ervaart de mens God als een sprekend Gij. Toch blijft God uiteindelijk als persoon verborgen. In de woordopenbaring, zoals die slechts tussen personen mogelijk is, wordt ieder abstract denken radicaal uitgesloten. Godskennis en zelfkennis kan een mens niet door eigen denken en reflecteren ontdekken. Ze zijn een geschenk van de Heilige Geest en vallen ons door de Geest ten deel.''
In deze geloofsbelijdenis vind je in een notendop de kern van de calvinistische spiritualiteit. God spreekt de mens aan. Daarna begint de reflectie. Niet abstract, maar concreet. Over zichzelf en over de relatie tot God. Tegelijk blijft God verborgen. Een mengeling van intimiteit en afstandelijkheid. Van zelfstandigheid en afhankelijkheid. Met aan het begin en aan het eind van het proces niet een kerk of een voorgegeven sociale structuur, maar het individu in zijn relatie tot God.
Die Reformierten bepaalt je bij de enorme gevolgen die deze spiritualiteit gehad heeft. De Grondwet van de Verenigde Staten is erdoor geïnspireerd. Maar ook de theologie van Karl Barth, de muziek van Sweelinck en de schilderijen van Rembrandt. En niet te vergeten het kerkhof van Zürich.
Het boek laat zien hoe bepalend het reformierte erfgoed geweest is, en nog is, voor onze westerse cultuur. Geen traditie heeft meer op de bres heeft gestaan voor het waarde van het individu en de unieke kracht van het persoonlijk geweten. De mens alleen voor zijn God en meer telt niet. Onveranderlijk inspirerend. Wat zou het toch zijn, dat we bij 'typisch calvinistisch' alleen maar denken aan miezerig, grauw en onderdrukkend?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.