*

 

Het kanon/Een zedenpreker met verdorven dromen

Antoine Verbij − 25/01/03, 00:00

recensie Welke klassiekers moeten in de 21ste eeuw nog gelezen worden? Deze maand wordt de houdbaarheid getest van negentiende-eeuwse, Russische romans.

Een van de grootste verdiensten van Dostojevski is de democratisering van de hysterie. Bij hem is hysterie niet langer een vrouwelijk voorrecht: ook zijn mannelijke hoofdpersonen hebben er last van. Nu lijken Russen vanuit West-Europees perspectief altijd al wat opgewondener dan anderen. En Dostojevski maakt van hen ook nog eens wilde karikaturen. Maar wel overtuigende karikaturen.

Wellicht zijn hevigste en zuiverste hystericus is Raskolnikov, de protagonist van 'Misdaad en straf'. De nerveuze student valt voortdurend van de ene stemming in de andere. Ziet hij het ene moment de dingen nog helder en logisch, het volgende moment bevangt hem een vliegende paniek, snakt hij naar adem, schiet zijn temperatuur omhoog, stormt hij zijn huis uit en begint hij aan een stuurloze dooltocht door Sint-Petersburg.

Maar Dostojevski is tegelijk een scherpzinnig psycholoog. Een geniaal psycholoog zelfs, zoals Freud ons verzekert. Er is bij hem geen hysterie zonder reden. Ook Raskolnikov heeft alle reden om hysterisch te zijn. Hij heeft in het begin van het boek een oude woekeraarster en haar zus vermoord. De rest van het boek gebruikt hij om zijn daad voor de buitenwereld te verheimelijken en voor zijn binnenwereld te rechtvaardigen. Hij slaagt in geen van beide.

Hoogtepunten van het conflict tussen binnen- en buitenwereld zijn de gesprekken tussen Raskolnikov en rechter-commissaris Porfiri. Daarbij staat Raskolnikov voor de binnenwereld (freudiaans: het 'Es') en Porfiri voor de buitenwereld (het 'Ich'). Die gesprekken volgen een schema dat inmiddels vele duizenden malen is gekopieerd zonder ook maar in de buurt van het origineel te komen. Porfiri is ervan overtuigd dat Raskolnikov de moorden heeft begaan, maar beschikt niet over harde bewijzen. Raskolnikov weet niet wat Porfiri weet en is bevangen door de angst om door te slaan. Honderden bladzijden lang weet Dostojevski die spanning vol te houden.

Dostojevski betoont zich in 'Misdaad en straf' een onovertroffen detective-schrijver. De plot is glashelder, alle personages hebben er hun plek in, er gebeurt niets te veel en niets te weinig. De onoverzichtelijkheid waaraan Dostojevski's romans vaak lijken te lijden, ontbreekt hier geheel. Ieder personage -zijn moeder, zijn zus, zijn beste vriend, zijn beste vijand, de rechter-commissaris, de hoer Sonja, de bruut Svidrigajlov- belicht wel een of ander aspect van Raskolnikovs chaotische persoonlijkheid.

Van hen speelt Svidrigajlov de duisterste rol. Waarschijnlijk ook duister voor de schrijver zelf. Svidrigajlov verpersoonlijkt de seks. En dat is een onderwerp waar Dostojevski zo zijn problemen mee had. Zijn grootsheid als schrijver bestaat eruit dat hij het onderwerp toch ter sprake brengt en het in zijn romans nauwgezet onderzoekt.

Svidrigajlov was een landheer die het met de zeden niet zo nauw nam. Ieder meisje dat in zijn buurt kwam, werd slachtoffer van zijn driften, ook Raskolnikovs zus. Na de dood van zijn vrouw is Svidrigajlov naar Sint-Petersburg verkast. Daar zet hij zijn perverse levenswandel onverdroten voort. Hij vertrouwt Raskolnikov zelfs zijn pedofiele fantasieën toe. En daarmee zijn we bij de kern van de zaak.

De kwestie is nog altijd niet opgehelderd. Heeft Dostojevski zich nu wel of niet ooit aan een klein meisje vergrepen? Dostojevski-vorsers wagen zich zelden aan het onderwerp. Naar Dostojevski's seksualiteit is aanzienlijk minder onderzoek gedaan dan naar bijvoorbeeld zijn epilepsie of zijn merkwaardige omgang met geld. De beste 'studie' die ik ken, is J.M.Coetzee's roman 'The Master of Petersburg', een briljante fantasie over Dostojevski's erotisch verhitte geest.

Centraal in Coetzee's verhaal staat het 'verdrongen' hoofdstuk uit de roman 'Demonen' waarin ene Stavrogin de verkrachting van een meisje opbiecht. Op aandringen van zijn uitgever heeft Dostojevski dat hoofdstuk nooit gepubliceerd. Pas in de twintigste eeuw is het aan het licht gekomen. Een beklemmend stuk proza, waarin een onvergetelijk beeld voorkomt: nadat het meisje zelfmoord heeft gepleegd, verschijnt het voortdurend in Stavrogins dromen en balt dan haar vuistje naar hem. Coetzee slaagt erin dat beeld nog twee keer zo sterk te maken.

Waarom heeft Dostojevski dat hoofdstuk vrijwillig 'verdrongen', terwijl hij eerder in 'Misdaad en straf' openlijk pedofiele situaties beschreef? Zelfs de vijf delen en duizenden pagina's omvattende biografie die Joseph Frank aan de schrijver wijdde, geeft daar geen antwoord op. We weten slechts dat het voor Dostojevski een reëel spookbeeld was: het kind dat tegelijk hoer is.

Als om dat spookbeeld onschadelijk te maken schiep Dostojevski ook het tegenovergestelde beeld: de hoer die tegelijk kind is. Dat is Sonja in 'Misdaad en straf'. Uit pure armoede verkocht zij haar lichaam. Haar kinderlijk-onbevangen liefde voor de moordenaar Raskolnikov is haar redding. Haar liefde is zo groot, dat ze hem naar zijn strafkamp in Siberië volgt. Daar krijgt ook Raskolnikovs redding zijn beslag. Door het evangelie dat Sonja hem schenkt.

Dostojevski had net zo goed priester kunnen worden. Overdag preken over de zuiverheid van het kind en 'snachts dromen over de verdorvenheid van datzelfde kind. Die combinatie schijnt in de priesterkaste wel vaker voor te komen. Gelukkig werd Dostojevski schrijver. Zo hoeven we hem zijn hysterische fantasieën niet te vergeven.

mailIcon print |