recensie Beter heel Gent in één keer laveloos dan elke week een andere deel van de bevolking dat zich feestend bedrinkt en daags nadien onmachtig is tot werken. In deze pragmatische overweging van het bestuur van de Vlaamse stad schuilt de oorsprong van de Gentse Feesten, een spektakel van eet- en drinkgelagen, concerten, voordrachten, debatten, theater en vuurwerk dat de binnenstad de komende tien dagen in zijn greep houdt.
Nu zijn de Gentse Feesten geen garantie dat er op andere dagen ook niet zo nu en dan een aangeschoten tooghanger in het straatbeeld verschijnt. De stad mag er dan uitzien als een openluchtmuseum, geleefd wordt er, zowel door de Gentenaren als door de vele bezoekers. En op de honderdzestigste editie van de Gentse Feesten worden dit jaar maar liefst anderhalf miljoen mensen verwacht. Een record, en het moet gezegd: De Gentenaren zijn er niet helemaal gerust op. De vrees voor 'vercommercialisering' en ambtelijke bemoeienis dringt zich voortdurend op.
Zo werd Gent dit jaar opgeschrikt door het bericht dat organisatoren voor een aantal evenementen entreegeld wilden vragen. Voor de toegang tot een festival op de Graslei, een historisch stuk kade langs het water van de Leie, toch moeten worden betaald. Een eurootje slechts, maar het stadsbestuur stak er een stokje voor om het volkse karakter van het feest te behouden. De standhouders uitten ook kritiek op de ordemaatregelen die volgens hen de ongedwongenheid van het feest ondermijnen. Zo krijgen alle coördinatoren van de evenementen een eigen geluidsmeter zodat ze te allen tijde zelf kunnen zien of ze binnen de wettelijke normen blijven. Wie de buurtbewoners met te veel decibels opzadelt kan een zware boete verwachten.
Commercie en controles, huiveren de Gentenaren elk jaar opnieuw, als dat maar goed gaat. Maar mogelijk is hun steeds weerkerende angst voor een 'afglijden' van hun feest wel de beste garantie voor het behoud van het authentieke karakter. De Gentse Feesten worden nog altijd geroemd om het feit dat ze altijd een volksfeest zijn gebleven. Ook dit jaar barst het van goede artiesten, muzikanten en kunstenaars. Maar vedettes die hun beroemdheid vieren met torenhoge honoraria zoekt men er tevergeefs. Ook de sponsors stellen zich min of meer bescheiden op. Bij de talloze podia is er voor de belangstellenden geen andere beperking dan de omvang van het plein.
De enige echte commerciëlen zijn de leveranciers van bier, frieten en braadworst, de vette brandstof van elk massaal evenement. Als de walm van hun olie laag door de straten waart herkent menige festivalganger zijn nestgeur en is de organisatorische rompslomp gauw vergeten. Van tientallen podia zullen dagelijks de klanken van jazz, rock, pop, blues en techno elkaar verdringen om aandacht. In afgezonderde ruimtes klinkt poëzie of een politiek debat, vermaak waarvoor de kinderen ondertussen bij tal van andere activiteiten kunnen worden ondergebracht. Het aantal theatergroepen kan zich meten met dat van de Amsterdamse Uitmarkt. Wie niet terugschrikt voor grote massa's kan de komende dagen in Gent het beste zien wat Vlaanderen heeft te bieden aan artistiek talent.
Authentiek zijn zelfs de dwarsliggers. De Gentse andersglobalisten mengden zich vorig jaar onuitgenodigd in de traditionele openingsparade onder het motto 'De straten zijn van iedereen'. Dit jaar stappen ook Oxfam Solidariteit, de Jeugdclub voor natuur en milieu en andere idealistische bewegingen mee in deze 'Rebelse Parade'. Vorig jaar stond het stadsbestuur de actie oogluikend toe, dit keer gaf het de rebellen bij voorbaat toestemming. Maar de groepen staan pal voor hun rebelse aard. Daarom weigeren ze de toestemming, en lopen vervolgens toch mee. Wie de Gentenaren hun eigen karakter probeert te ontnemen, moet vroeger opstaan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.