recensie Vaderschap is niet van vandaag of gisteren, maar pas sinds kort moeten we er alles over horen. Dat is alleszins begrijpelijk. Ooit speelden vaders een uiterst marginale rol in een babyleven.
Moderne verwekkers betraden, al dan niet op dringend verzoek, het domein van de moeders. En hun overweldigende gevoelens daaromtrent willen ze graag met ons delen.
Mama baart kindje. Papa wil niet achterblijven. Papa baart boekje.
De toon werd, ere wie ere toekomt, tien jaar geleden gezet door Martin Bril met 'De mooiste baby van de hele wereld'. Het was me wat: mee naar zwangerschapsyoga, mee naar strenge vroedvrouw, mee naar duffe Prénatal, de bevalling zelve. Zijn kunstje is sindsdien in vele varianten herhaald. Er bestaat zelfs een site (www.ikvader.nl) met daarop ervaringsverhalen over luieruitslag, het eerste tandje, het eerste fruithapje.
En nu is daar Sander Pleij, adjunct-hoofdredacteur van De Groene Amsterdammer. Zijn pas verschenen 'Man krijgt kind' is lekker vlot geschreven. Maar beklijven doet alleen het hoofdstuk over de demente oma. Terwijl de kleinzoon zijn eerste kind verwacht, sterft zij onverwachts in zijn armen. Dat heeft Pleij fraai opgeschreven. Voor het overige duikelen de hoofdstukjes van cliché naar cliché. Daar hebben we het wonder van de echo weer. De serene yogajuf. Het geruzie over de naam. De zenuwslopende bevalling-met-goede-afloop.
Tolstoi zei het al: het geluk van de een lijkt sprekend op dat van de ander. Wie er toch over wil schrijven moet van héél goeden huize komen. Voor hedendaags vadergeluk geldt dat dubbel zo sterk.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.