*

 

Kunstenaars leren burgers hoe te leven

Hans Dijkhuis − 01/02/03, 00:00

recensie Wat zal ik doen? Wat wil ik met mijn leven? Iedereen heeft zich dergelijke vragen wel eens gesteld of stelt ze nog steeds. Ze zijn kenmerkend voor de huidige westerse samenleving, waarin de leefwijze en de identiteit van individuen niet meer hoofdzakelijk wordt bepaald door traditionele leefwijzen en een gemeenschappelijke waardenpatroon. Wat betreft werk, vrije tijd en relaties hebben we tegenwoordig zo'n grote keuze, dat we soms nauwelijks nog weten wie we eigenlijk zijn. We kampen met een teveel aan mogelijkheden.

Dat is het thema van 'Het menselijk teveel', het intrigerende nieuwe boek van de filosoof Kees Vuyk. De titel geeft al aan dat hij het teveel aan mogelijkheden als een algemeen-menselijke eigenschap ziet, al beklemtoont hij dat die eigenschap pas sinds de laatste paar eeuwen een probleem is gaan vormen, door de sterke groei van de individuele keuzevrijheid.

Voor de algemene verklaring van dit teveel baseert Vuyk zich voornamelijk op gedachten van de Sloveense filosoof Slavoj Sizek, die weer voortborduurt op Freuds hypothese van een 'doodsdrift' in de mens. Volgens Sizek en Vuyk is deze doodsdrift de voorwaarde voor de cultuur en daarmee voor het menszijn als zodanig. Zij doorbreekt de instinctmatige vanzelfsprekendheid waarmee dieren aan de leiband van de natuur lopen, zij schept een 'leegte in de natuur' en daarmee de ruimte waarin cultuur kan ontstaan.

De menselijke instincten zijn gebrekkig, vergeleken met de dierlijke. Dit menselijk tekort, waarop vroeger door filosofen de nadruk is gelegd, heeft echter als keerzijde een teveel aan ongebonden doodsdrift, en het is dit teveel dat volgens Vuyk het meest essentieel is voor het menselijk bestaan. Dankzij de doodsdrift kunnen we alle kanten op.

Het bestaan van zo'n doodsdrift is een boeiende, maar ook ingewikkelde en moeilijk verifieerbare hypothese. Ik vraag me af of zij wel nodig is om het menselijk teveel te verklaren. Vuyk schrijft ook, opnieuw met verwijzing naar Sizek, dat de menselijke geest de ogen opent voor het feit dat de bestaande werkelijkheid geen vanzelfsprekendheid is.

Dankzij de geest (of de rede) kunnen we ook het 'mogelijk niet-zijn' van de werkelijkheid denken en ons andere mogelijkheden voorstellen dan de bestaande. Is deze verklaring, die aansluit bij wat vroegere filosofen als Kant dachten over de overgang van natuur naar cultuur, op zichzelf al niet voldoende?

Naast deze theorie over het ontstaan en het wezen van de menselijke cultuur als zodanig biedt dit zo gedachterijke boek echter nog veel meer. Het geeft een diepgaande analyse van de hedendaagse westerse samenleving, waarin voortdurende vernieuwingsdrang de boventoon is gaan voeren. Vuyk, in het dagelijks leven directeur van het Theater Instituut Nederland, besteedt veel aandacht aan de rol die de kunst in deze verandering heeft gespeeld en nog steeds speelt, als een inspirerend voorbeeld van manieren om met het teveel om te gaan: ,,Kunstenaars leven voor hoe burgers in een vrije samenleving hun leven zouden moeten inrichten: creatief, open voor verandering, wantrouwig tegen tradities, altijd bereid tot vernieuwing, in staat zelfstandige keuzes te maken. De kunstwereld is als het ware het laboratorium voor de vrije samenleving.' De ateliers van de kunstenaars zijn, anders gezegd, 'broedplaatsen van nieuwe manieren van menszijn'.

De vernieuwingsdrang binnen de kunst - en dan vooral de avant-gardistische - beantwoordt aan de zoektocht van individuen naar hun identiteit. Vuyk vermeldt dat tijdens de Koude Oorlog exposities van Amerikaanse abstract-expressionisten zelfs financieel werden ondersteund door de CIA, omdat die in deze uiterst individuele kunststroming de vrije tegenhanger zag van het door de staat voorgeschreven sociaal-realisme in de Sovjet-Unie, de toenmalige vijand.

Vuyk laat het niet bij theoretische analyses, maar wil ook een praktische levenskunst bieden, een manier om met het teveel te leren leven, zonder schuldgevoel over alle mogelijkheden die bij elke gemaakte keuze van realisering worden uitgesloten. In antwoord op het klassieke modernisme, waarin nog werd gestreefd naar het ware, authentieke leven, en op het postmodernisme, waarin dat streven plaatsmaakte voor de oproep te kiezen uit een veelheid van levensstijlen die alle op zichzelf evenveel waard zijn, stelt hij een nieuwe variant voor: het metamodernisme. Leert het postmodernisme dat voor alles evenveel te zeggen valt, het metamodernisme leert dat voor alles even weinig te zeggen valt. Onder invloed van een andere hedendaagse filosoof, Gianni Vattimo, pleit Vuyk voor het 'zwakke denken', een waardenrelativisme dat ook zichzelf nog weet te relativeren, dat zich bewust is van de fundamentele zwakheid die besloten ligt in de condition humaine en dit besef combineert met een gevoel van mededogen. Zo krijgt ook de ethiek een plaats in dit boek, waarin sommige stromingen uit de moderne wijsbegeerte op bewonderenswaardige wijze tot synthese zijn gebracht.

mailIcon print |