opinie Hoort, zegt het voort: de vier toneelspelende leden van de Croiset-familie in één productie! Gezwind dus naar Den Haag, naar de Koninklijke Schouwburg waar Het Nationale Toneel een voorstelling uitbracht van 'Dood van een handelsreiziger' van Arthur Miller. Regisseur: Hans Croiset. De handelsreiziger, Willy Loman: Jules Croiset. Diens zonen Biff en Happy: Jules' eigen nageslacht Vincent en Niels Croiset. Als dat geen genieten is.
Het toneelwerk van de hoogbejaarde Miller (1915) behoort tot de toppen van het theaterlandschap van de vorige eeuw, zeker zijn twee grootste stukken over de sociaal klemgereden middenstander, de handelsreiziger Willy, en dat over de havenarbeider Eddy en zijn illegale neven, 'Van de brug af gezien'. Tegelijkertijd kun je er niet om heen dat zelfs deze stukken volkomen verouderd zijn: Miller is te vroeg geboren. Het psychologisch moeras waarin Willy, zijn vrouw Linda en hun twee jongens in belanden, de tranentrekkende liefde van 'the boys' voor hun vader en de harde afwijzing door hun ouders, de zelfmoord van Willy, én, toneeltechnisch gesproken, de meer dan bezopen flashbacks die het verhaal teisteren, zijn even zovele ingrediënten voor een geweldige publieksfilm als rampzalige valkuilen voor de inmiddels verder geëvolueerde kunst van het theater.
Miller bestreed dat: de verfilming van zijn 'Handelsreiziger' werd een fiasco, zei hij, omdat de dramatische spanning van Willy's herinneringen vernietigd werd doordat die herinneringen letterlijk verplaatst werden naar de plekken waar ze volgens zijn verbeelding hadden plaatsgevonden. Hij had verschrikkelijk ongelijk, zoals zijn jongere landgenoot Edward Albee heeft bewezen of de Britse 'absurdist' bij uitstek, Harold Pinter. En om naar onze eigen Hans terug te keren: niet voor niets, denk ik, wordt in het programma Miller zelf aangehaald die de terugloop in populariteit van zijn werk in Amerika toeschrijft aan het verdwijnen van dat ene, grote theaterpubliek als gevolg van de opkomst van de avantgarde in de jaren zestig.
Naar die ene, grote en geweldige theaterervaring is regisseur Croiset al vele jaren van zijn leven op zoek. Doof en blind voor wat de avantgarde al veertig jaar en langer over de kunst van het theater betoogt, en dan vooral over de afstand die de kunstenaar van zijn personage moet nemen, dwingt hij zijn toeschouwer in het keurslijf van dat ene, grote theaterpubliek. Hans, geloof me: het is een fictie, en je maakt die er niet beter op door je broer in de rol te zetten van een man die (net als Willy Loman) de werkelijkheid en zijn fantasie niet meer kon scheiden ten tijde van de Fassbinder-affaire, en door z'n eigen zoons (al speelden ze schattig) de zoons van Willy te laten zijn. Het theater dat je met een ontroerende heftigheid verdedigt, is dood. Je kunt daar natuurlijk absoluut geen genoegen mee nemen, en wijzen op de duizenden die hun handen blauw klappen voor jouw theater, maar het is net als met de carrière van Willy Loman: absoluut afgelopen en niets meer aan te doen. Bij de begrafenis komt geen één van die klappers opdagen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.