*

 

Hagelwit, ivoor, room en crème

FOTO JAN ZWEERTS door Els de Baan − 11/01/03, 00:00

Wit roept associaties op met onschuld, zuiverheid en maagdelijkheid. Daarom is een doopjurk, de eerste baljapon of bruidskleding vaak wit. Het Gemeentemuseum in Den Haag maakte een verrassende tentoonstelling over de rol van wit in de mode. En de kunst van het strijken.

De foto's van links naar rechts: Doopjurk uit Nederlands-Indië, 1849. Batist met Perzisch ajour, Frans borduursel, doorstopwerk en applicatie katoen.

a2

Smetteloos wit past bij zonnige zomers. In de winter is hagelwit uit de garderobe verbannen. Roomwit, dat kan dan wel. Een crèmekleurige kabeltrui of sjaal is eigenlijk elke winter in de mode. Dat verschil tussen zomer- en winterkleuren bestaat pas sinds een eeuw. Vóór die tijd waren wit, ivoor, room of crème minder seizoensgebonden en weerspiegelden die kleuren bijvoorbeeld status of innerlijke schoonheid.

Aan de hand van Sneeuwwitje leidt het Haagse museum bezoekers langs de geschiedenig van het wit in de mode. In de eerste vitrine bewondert de ijdele stiefmoeder zichzelf in de spiegel. Ze is gehuld in een van de 18de-eeuwse topstukken uit de museumcollectie. Wit, natuurlijk. Ook de poppen om haar heen dragen kostbare zijden modekleding.

In de tweede scène ligt de slapende Sneeuwwitje in een glazen kist. In deze vitrine wordt allerlei wasbare katoenen damesmode en kinderkleding getoond. Het laatste tafereel laat Sneeuwwitje en de prins zien op het huwelijksbal. Alle feestgangers zijn gehuld in feestkleding van uiteenlopende materialen, in slechts één kleur: wit.

De gebroeders Grimm schreven hun beroemde sprookje rond 1812, de hoogtijdagen van de Empire-periode. Wit was toen de modekleur bij uitstek. En dat valt te verklaren. In deze periode was men nogal onder de indruk van de opgravingen in Pompeji en Herculaneum. Een hernieuwde belangstelling voor de Oudheid was het gevolg. Plots ontstaat er veel waardering voor witmarmeren Griekse en Romeinse gebeeldhouwde lichamen die zijn gehuld in wapperende draperieën. Deze worden een compleet nieuwe inspiratiebron voor de mode. Napoleon, die zich als keizer graag op één lijn wilde stellen met de vroegere Romeinse heersers, stimuleert deze 'Grieks-Romeinse' mode zelfs aan zijn hof. Terzelfder tijd bloeiden allerlei ideeën over de beleving van 'de natuur'. De kleurrijke, stijf getailleerde en breed uitstaande japonnen hadden ineens afgedaan. Ze werden vervangen door witte, soepele, luchtige, hooggetailleerde jurken die de mogelijkheid boden het natuurlijke lichaam te tonen.

Ook in de eerste Disney tekenfilmversie van Sneeuwwitje uit 1937 draagt de hoofdrolspeelster een japon die doet denken aan deze Empire-tijd. Op de expositie zijn enkele prachtige exemplaren uit die napoleontische tijd opgesteld. Ze zijn fraai versierd met geborduurde Griekse randmotieven, bloemdecoraties of ranken.

Behalve uit de 18de en 19de eeuw is er ook kleding uit de 20ste eeuw te zien. De uit schuindraadse stofbanen opgebouwde jurk van Madeleine Vionnet uit 1930 contrasteert mooi met het sexy zeemeermin-achtige ensemble dat Azzedine Alaïa halverwege de jaren tachtig maakte. Beide zijn letterlijk 'om het lichaam' heen bedacht maar volgen de vrouwelijke contouren op totaal verschillende manieren. Ook oude technieken krijgen de laatste jaren nieuw leven ingeblazen. Het 'nieuwe kantklossen' bijvoorbeeld levert bijzondere en zeer eigentijdse shawls op. Maar vooral de unieke gekloste doopjurk, waarin de baby wordt opgenomen in een symbolische cirkelvorm van meerdere lagen organza, is verrassend.

Alle kleding straalt de bezoeker letterlijk tegemoet. Hoe kunnen die broze oude zijden japonnen, die fraai geborduurde, maar zeer besmettelijke, witte rokken, ondergespuugde doopjurken en doorgezwete avondjaponnen er zó oogverblindend wit, fris en gaaf bijstaan? Behalve maandenlang durend herstel- en waswerk is de kleding, die voornamelijk uit de eigen museumcollectie komt, ook nauwkeurig gestreken. En dat is zeer tijdrovend. Het strijken van een gecompliceerde 19de-eeuwse japon neemt al gauw anderhalve dag in beslag. Er zijn zo'n veertig poppen aangekleed met fragiele en verfijnd versierde kleding. Ook aan ijle doopjurkjes en tientallen kwetsbare losse onderdelen zoals borstlappen, shawls en mouwstukken is veel zorg besteed. De textielrestaurator Ilse Pohlert verdient een forse pluim voor deze gigantische, bijna bovenmenselijke klus.

Toch raakt niet elke bezoeker betoverd door de magie. Een rondleidster wijst een geïnteresseerd vrouwenclubje op een bijzonder detail van een japon. Twee luid keuvelende dames steken hun hoofd om de hoek van de zaal en overstemmen de gids met hun gekwebbel. 'Stt' klinkt het uit het groepje. Eén van de kletskousen reageert gepikeerd: ,,Nou zeg, het lijkt hier wel een grafkelder''. Sneeuwwitje droomt onverstoorbaar verder.

mailIcon print |