*

 

Welk design-pak draagt de commissaris nu weer?

Willy wielek − 18/01/03, 00:00

recensie De Engelse Barbara Nadel heeft in Turkije haar tweede vaderland gevonden en schrijft thrillers over het Istanboelse politieduo Ikmen & Suleyman.

In 'Arabesk' zit Ikmen ziek thuis, maar hij kan het speuren niet laten. En als het lijk wordt gevonden van een jonge vrouw die vergiftigd is met cyaankali en wier baby is verdwenen, mengt hij zich in de jacht op de moordenaar. Die moet misschien gevonden worden in de kringen van de Arabesk, de zangers van levensliederen vol leed en pijn. Zij hebben veel gemeen met onze Jordanese smartlappen en hun vertolkers delen de voorliefde voor roze glitterkitsch en hoogopgekamd, gebleekt blond haar. De intelligentsia haalt er de neus voor op, tot een paar trendsetters het tot camp verklaren, dan is het salonfühig. Maar er is ook verschil: hiero vindt men, voorzover mij bekend, in de uiterste buitengebieden geen duivelaanbidders die in een kwaad daglicht staan maar het best goed bedoelen en daaro wel. Exotisch, zo kun je het noemen en dat is ook het leven in de oude straatjes van Istanbul waar nog mensen wonen die eunuchen hebben gekend. Barbara Nadel is een gewiekste schrijfster die er de spanning heel goed in weet te houden en de couleur locale er goedgetimed doorheen mixt. Noch het een, noch het ander overheerst en zo hoort het ook. Voor wie het aangaat: ze roken daar als schoorstenen en geen mens die er aanstoot aan neemt. Daarheen dus, gij tabakverslaafden die belast en beladen zijt met schimpscheuten en schuldgevoelens. Het is er nog mooi ook, vooral als de zon opkomt.

Denk ik aan Scandinavische detectives dan zie ik pijprokende mannen traag door oneindige bossen gaan. Ik hou van dat ritme: geen gejacht en gejaag, gedegen speurwerk. Maar het kan ook te langzaam worden, dan is het lijzig. Bij lezing van 'Roep uit de Verte' van de Zweed Ake Edwardson kreeg ik al gauw het gevoel dat de heren van de politie mij een groot plezier zouden doen wanneer ze een beetje opschoten. Er is een dode vrouw gevonden, er wordt een kind vermist, wellicht ook dood, ze kennen de namen niet en commissaris Erik Winter raakt bijkans in een depressie van frustratie. Alles goed en wel, maar is dat een reden om ons elke keer weer uitvoerig in kennis te stellen van het feit, welk designpak hij nu weer aanheeft? En of hij luistert naar Coltrane of The Clash? We weten al op bladzijde twintig dat die man een snob is van het zuiverste water, al wil de schrijver ons doen geloven dat hij een diep innerlijk leven bezit. Als dat zo was hoefde hij geen leentjebuur te gaan spelen bij de Amerikanen: die doen dat ook altijd, van die namen plakken op mooie pakken. Dan irriteert het mij ook, maar het past tenminste wel in de sfeer en in zo'n boek uit de ijsstreken (in 'Roep uit de Verte' is het trouwens de hele tijd snikheet, Edwardson wilde kennelijk nu eens lekker dwarsliggen) detoneert het.

mailIcon print |