recensie Op 18 februari 1950 begint Gabriel García Márquez aan de belangrijkste reis van zijn leven. Márquez is dan een gesjeesde student, een journalist en een beginnend, duidelijk getalenteerd schrijver. Maar bovenal is hij arm, net als zijn familie, die langzaam de maatschappelijke ladder is afgedaald. Márquez heeft al vaker over deze allesbepalende tocht gesproken, maar uit zijn gisteren verschenen memoires blijkt eens te meer dat hij pas na die reis schrijver is geworden, omdat hij toen zijn onderwerp had gevonden, en een stijl en een toon om dit onderwerp vorm te geven.
Op die achttiende februari stapt zijn moeder om klokslag twaalf uur 's middags een boekhandel binnen in de Colombiaanse stad Barranquilla. Zij is te weten gekomen dat haar zoon tweemaal per dag naar die boekhandel gaat om te praten met bevriende schrijvers. Ze baant zich een weg tussen de uitgestalde boeken door, blijft voor hem staan en zegt met een ondeugende glimlach: ,,Ik ben je moeder.' Voordat 'Gabito' kan reageren, voegt ze eraan toe: ,,Ik ben hier gekomen om je te vragen met me mee te gaan om het huis te verkopen.' Voor Márquez is onmiddellijk duidelijk om welk huis het gaat, ,,want voor ons was er maar één huis op de wereld: het oude huis van mijn grootouders, waar ik tot mijn geluk geboren was, maar na mijn achtste niet meer had gewoond.'
Deze reis naar Aracataca is het bindend element van 'Leven om het te vertellen', telkens als de memoires dreigen weg te drijven keert Márquez ernaar terug, in de hoop de eenheid van de vertelling te bewaren. En gaandeweg het verhaal begin je te geloven dat deze tocht geen literaire truc is maar de essentie van een schrijversleven, die terecht het hart van zijn memoires is geworden.
Tijdens de reis naar zijn geboortedorp gebeuren er twee dingen: Márquez wordt overvallen door heimwee, en hij moet keer op keer zijn moeder uitleggen waarom zijn studie in het slop is geraakt. Want dat is de reden dat zijn moeder juist haar oudste zoon vraagt mee te gaan op reis, en niet een van haar andere kinderen: Gabito is de hoop van de familie, dat hij zijn studie verkwanselt is bijzonder pijnlijk. ,,Ben je niet bang dat je vader doodgaat van verdriet?' vraagt zijn moeder op een gegeven moment, als ze doorkrijgt dat haar zoon onvermurwbaar is. Ook deze dramatische verzuchting weet Márquez te pareren: ,,Hij heeft al zoveel redenen gehad om dood te gaan dat deze vast de minst dodelijke zal zijn.'
Het gesprek tussen moeder en zoon heeft iets van een litanie, op gezette tijden vraagt zij naar zijn toekomst, waarop hij steevast antwoordt dat hij schrijver wil worden, in weerwil van zijn vader, die ervan overtuigd is dat schrijven geen brood op de plank brengt. In zijn memoires spreekt Márquez er niet over, maar het lijkt alsof deze herhaalde bevestigingen niet alleen zijn moeder maar ook hemzelf moeten overtuigen. Komt bij dat hij gedurende de reis zijn onderwerp ontdekt: Aracataca, of beter gezegd, zijn herinneringen aan Aracataca.
Voordat hij met zijn moeder op reis ging, dacht hij aan Aracataca als een prima plaats om te wonen, waar iedereen elkaar kende, ,,gelegen op de oever van een rivier met glashelder water dat snel stroomde door de bedding van gladde, witte stenen, zo groot als prehistorische eieren. Tegen de avond, vooral in december, als de regens voorbij waren en de lucht als diamant werd, was het alsof de Sierra Nevada de Santa Marta met zijn witte toppen tot vlak bij de bananenplantages op de andere oever kwam.'
In de trein naar Aracataca is het warm, er zijn weinig passagiers, de streek is vervallen, de naambordjes van de bananenplantages zijn verdwenen. ,,De trein stopte bij een station zonder dorp en even later reed hij langs de enige bananenplantage waarvan de naam op de toegangspoort stond: 'Macondo'. Vele jaren later, als de journalist schrijver geworden is en de Nobelprijs voor de literatuur heeft gekregen, is het juist deze poëtische naam die voor miljoenen lezers het sleutelwoord wordt om toegang te krijgen tot de magisch-realistische wereld van Gabriel García Márquez.
Maar zover is het nog niet. Márquez komt Aracataca binnen en ziet dat de tijd het dorp heeft verwoest, het 'koninkrijk van het bananengebied' is ten onder gegaan. En de welvaart van het dorp verdwenen. ,,Toen de trein met een onverwacht, hartverscheurend signaal wegreed, stonden mijn moeder en ik hulpeloos in de helse zon en viel de hele treurnis van het dorp boven op ons.' Ze lopen door het dorp en ontdekken dat niets meer is wat het was; met de bananenmaatschappij zijn de decemberbriesjes verdwenen, de donderslag van drie uur 's middags, de geur van jasmijn en de liefde.
Tegelijkertijd ontdekt Márquez ook dat het geheugen tot de pubertijd ,,meer belangstelling voor de toekomst heeft dan voor het verleden'. Die tijd ligt achter hem. Vanaf het moment dat hij met zijn moeder op reis gaat om het huis te verkopen, komen alle gebeurtenissen van vroeger terug. Niet zoals ze waren, maar geïdealiseerd, ,,getrokken in de bouillon van het heimwee'.
Moeder en zoon vertrekken onverrichterzake uit het dorp, het huis verkeert in een te slechte staat om verkocht te worden. Dat is bijzaak, voor Márquez is essentieel dat hij de rest van zijn leven heimwee zou houden naar zijn geboortedorp. ,,Elk ding riep, zodra ik het zag, een onweerstaanbaar verlangen bij me op erover te schrijven om niet te sterven. Zo'n verlangen had ik eerder beleefd, maar op dat moment herkende ik het pas als inspiratie, een afgrijselijk woord, maar zó reëel dat ze alles wat ze onderweg tegenkomt meesleurt om op tijd te zijn vóór ze sterft.'
Op de terugweg vraagt zijn moeder waar hij aan zit te denken. 'Gabito' antwoordt: ,,Ik schrijf.' Om niet te onvriendelijk te klinken voegt hij eraan toe: ,,Liever gezegd, ik zit te bedenken wat ik ga schrijven als ik weer op kantoor ben.' Eenmaal op kantoor begint hij direct aan een nieuwe roman. De eerste zin luidt: ,,Ik ben hier gekomen om je te vragen met me mee te gaan om het huis te verkopen.'
Het bindende verhaal over de tocht met zijn moeder is zo sterk omdat Márquez op deze manier een prachtige parallellie weet te scheppen tussen zijn memoires en zijn leven. Toen hij ooit de reis werkelijk ondernam, kwamen de herinneringen aan zijn jeugd op gang; in zijn memoires wordt de reis naar Aracataca telkens onderbroken door herinneringen aan zijn jeugd.
Moet bijgezegd dat dit boek ook wel behoefte heeft aan zo'n typisch uitgesponnen Márquez-verhaal, want lang niet elke pagina heeft de spanning van zijn romans. Natuurlijk, het is heerlijk te lezen dat de legendarische kolonel Aureliano Buendía uit 'Honderd jaar eenzaamheid' geënt is op de grootvader van Márquez, in het ware leven eveneens kolonel en niet minder mythisch dan de fictieve. De herinneringen aan de kolonel deden me weer dat heerlijke boek pakken om een van de mooiste beginzinnen uit de wereldliteratuur te herlezen: 'Vele jaren later, staande voor het vuurpeloton moest kolonel Aureliano Buendía denken aan die lang vervlogen middag toen zijn vader hem meenam om kennis te maken met het ijs.' En het is opwindend te ontdekken dat de papegaai uit 'Liefde in tijden van cholera' daadwerkelijk bestaan heeft. Net als de schaker die aan het begin van die roman zelfmoord pleegt; bij hem moest Márquez eindeloos op bezoek om te wachten tot zijn grootvader uitgespeeld was. En de gedwarsboomde liefde ten tijde van de cholera? Het is het verhaal van zijn ouders, misschien een tikkeltje aangedikt.
Hoewel wij Márquez beschouwen als een magisch-realistisch schrijver die ongebeurbare verhalen maakt, blijkt uit 'Leven om het te vertellen' dat nagenoeg al zijn materiaal uit het dagelijks leven afkomstig is. De verhalen zijn dus waar gebeurd. Hoe kan dit? Het is verleidelijk te denken dat de Zuid-Amerikaanse wereld raadselachtiger is dan de onze. Dat heeft Márquez zelf ook herhaaldelijk gezegd. In de televisievertelling 'Nauwgezet en wanhopig' van Wim Kayzer bestempelt hij Europeanen tot Cartesianen, waarmee hij bedoelt dat wij net zolang zullen twijfelen aan een verhaal tot het kapot is. Het zou mij zelfs niet verbazen als deze gedachte heeft bijgedragen aan het succes van Márquez: in zijn werk zien we nog waardevolle resten van een orale cultuur vol geheimen, die wij westerlingen vernietigd hebben.
Het staat vast dat Márquez' gave om te vertellen gevoed is door de eindeloze verhalen die hij van zijn ouders, grootouders, tantes heeft gehoord. Maar het is te makkelijk deze vertelwijze representatief te noemen voor een bepaalde cultuur, om zo onze onttoverde wereld tegenover het betoverde Caribische gebied te zetten. Ook in Colombia werden zijn verhalen aanvankelijk fantastisch genoemd. Als jochie werd hij zelfs al door zijn eigen familie voor 'stervende' gehouden, ,,omdat de dingen die ik vertelde de anderen zo verbijsterend in de oren klonken dat ze dachten dat het leugens waren, maar ze kwamen niet op het idee dat die dingen op een andere manier waar waren.'
Het is jammer dat Márquez in zijn memoires zo weinig stilstaat bij de vraag op welke manier die verhalen dan wel waar zijn. Het boek is sowieso nauwelijks beschouwelijk. En dat is teleurstellend, in echt grote levensgeschiedenissen staan tussen de regels aanstreepbare wijsheden te lezen. In 'Leven om het te vertellen' -een Márquez onwaardig lelijke titel- blijft de kantlijn leeg. Vraag is wel of je van Márquez dit soort wijsheden mag verwachten. In 'Nauwgezet en wanhopig' ergert Márquez zich zo aan de roep om diepzinnigheden dat hij het interview voortijdig staakt met de opmerking dat hij echt niet zoveel weet als de interviewer denkt. ,,U was waarschijnlijk onder de indruk van mijn roem die me groter heeft gemaakt dan ik in feite ben. U heeft meer van me verwacht dan ik kon geven. Ik heb geen diepzinnige denkbeelden, ik schrijf alleen maar boeken.'
Ten onrechte had ook ik dus meer van deze memoires verwacht dan Márquez kon geven. Maar dit gezegd hebbende, moet ik eraan toevoegen dat 'Leven om het te vertellen' door het gebrek aan beschouwingen uiteindelijk toch een wat vermoeiende stroom verhalen, anekdotes en geschiedenissen wordt, ondanks de telkens terugkerende reis met zijn moeder. Wat moet ik met al die namen van medestudenten, journalisten, schrijvers, politici, ooms tantes, zussen, broers, en bastaardbroers? Deze levensgeschiedenis wordt overschaduwd door de wens compleet te zijn, alsof Márquez het boek vooral geschreven heeft om iedereen te bedanken die hem in zijn leven stof heeft aangedragen voor zijn onvergetelijke vertellingen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.