*

 

Bond zoekt boef in Noord-Korea

Belinda van de Graaf − 09/01/03, 00:00

recensie Surfend op metershoge golven voor de kust van Noord-Korea. Zo maakt James Bond zijn entree in 'Die Another Day', zijn twintigste avontuur in veertig jaar tijd. De boodschap is duidelijk. James Bond is in zijn jubileumjaar zo fit als een hoentje en, gezien de huidige kernwapencrisis tussen Amerika en Noord-Korea, pijnlijk actueel bovendien.

James Bond is op zoek naar een schurk en zet daarom voet aan wal in het communistische Noord-Korea, het land dat volgens de CIA al twee kernbommen bezit en dat recentelijk dreigde zijn kernwapenprogramma te hervatten.

Erg diplomatiek is het niet, om uitgerekend Noord-Korea als schurkenstaat af te beelden, en gevoelige Noord- en Zuid-Koreanen hebben dat in verbroedering inmiddels laten weten ook. Zij zien James Bond vooral als een Amerikaans vehikel om Korea belachelijk te maken en als een achtergebleven gebied te presenteren. Dat de Noord-Koreaanse schurkenrol in de nieuwste, wereldwijd uitgebrachte Bond-film ook de toorn van de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-il heeft gewekt, is goed denkbaar. Een van de weinige dingen die we over Kim Jong-il weten, is dat hij een filmliefhebber is.

Wat we van Noord-Korea te zien krijgen stemt niet erg vreugdevol. Het is een leeg en stoffig landschap waar de communistische kolonel Moon en zijn zoon Zao een louche handel in diamanten drijven. Met een in de ruimte gestationeerde laserstraal willen ze bovendien de landmijnen in de gedemilitariseerde zone tussen Noord- en Zuid-Korea opruimen, en daarmee de weg vrij maken om Zuid-Korea met een troepenmacht binnen te vallen.

Knetterend gaat de confrontatie tussen de Britse geheimagent en het Noord-Koreaanse geboefte van start, met een helse hovercraft-achtervolging in de bewuste gedemilitariseerde zone. 007, voor de vierde keer gespeeld door de wat statische Pierce Brosnan, moet het zelfs afleggen tegen de Noord-Koreaanse boeven en terwijl Madonna haar techno-titellied 'Die Another Day' aanheft zien we in de bijbehorende montage een paar maanden van hevige marteling en wilde baardgroei voorbijtrekken. Natuurlijk komt Bond ook weer vrij, en belandt hij via Hongkong en Havana ook weer in zijn thuishaven Londen, onder begeleiding van 'London Calling', het energieke 'seventies'-hitje van de Britse punkband The Clash, dat hier als een onbedoelde hommage aan zijn recent overleden voorman Joe Strummer klinkt.

Tot het moment dat Bond na zijn Londense ontmoetingen met M (Judi Dench) en Q (John Cleese) naar IJsland vertrekt, om daar als een soort hoogtepunt in het verhaal een verrader op te sporen, heeft de Nieuw-Zeelandse regisseur Lee Tamahori ('Once Were Warriors') de touwtjes aardig in handen.

De twintigste Bond-film, die vanwege zijn jubileum vol zit met verwijzingen naar eerdere Bond-films, laat Halle Berry als nieuwste Bond-girl Jinx bijvoorbeeld voor de Cubaanse kust oprijzen uit de golven, dit naar voorbeeld van Ursula Andress in 'Dr. No' (1962), in sexy bikini en met een mes op de wiegende heupen. Berry maakt het beste van haar beperkingen als Bond-girl, maar echt vonken wil het niet tussen James en Jinx. Daarvoor zijn de grappig bedoelde seksuele toespelingen over en weer te flauw. Ronduit beschamend is de afwikkeling op IJsland, met een ijspaleis dat maar geen indruk wil maken, en een achtervolging over het ijs die nog het meest weg heeft van een peperdure auto reclame. Bonds metallic-kleurige Aston Martin wordt hier opgenomen in een bloedeloze special effects-show, en het enige dat dan nog rest is een routineuze afwikkeling in een gigantische Boeing. Zouden ze in Noord-Korea ook zo veel reclame hebben?

mailIcon print |