recensie In Nederland komen dertig soorten veenmos voor. Vergeleken met andere groepen mossen is dat weinig, maar hun invloed op het milieu is des te groter. Alle veenmossen op de wereld houden tezamen evenveel kooldioxide (het broeikasgas CO2) vast als er in de atmosfeer zit. Veenmossen vormden de nu bijna verdwenen hoogvenen. En niet alleen in het ontstaan van hoogvenen, ook in bepaalde verlandingsstadia in het laagveen spelen veenmossen een grote rol.
Het grote verschil tussen laagveen en hoogveen is de manier van ontstaan. Onder water zinkende resten van water- en oeverplanten zijn niet helemaal verteerd voordat een nieuwe laag plantenresten erbovenop komt. Elk jaar wordt die modderlaag op de bodem dikker door afstervende planten, die op deze manier laagveen vormen. Dat is het veen dat gebaggerd wordt, gedroogd en vervolgens tot turven gesneden.
De vorming van laagveen gaat door totdat de bagger het hele water vult en er geen plaats meer is voor waterplanten. Oeverplanten houden het nog een tijdje uit, maar langzamerhand nemen moerasplanten hun plaats in. Die halen hun voedsel en water nog uit de bagger(=laagveen)bodem. Als de bodem een eind boven water komt, begint er ook veenmos te groeien, dat ten slotte de moerasbegroeiing overwoekert en de alleenheerschappij voor zich opeist.
Veenmos heeft twee soorten cellen: cellen die bladgroen bevatten en dienen voor de koolzuurassimilatie en holle cellen die zich met water volzuigen. Veenmos houdt water vast als een spons. Dat effect wordt nog versterkt, omdat de veenmosplanten heel dicht op elkaar groeien.
Zure bodem
Het vasthouden van water is de voornaamste eigenschap, waarom veenmossen zo'n belangrijke rol spelen in de vorming van hoogvenen. Het vastgehouden regenwater sluit van de buitenlucht af wat eronder ligt. De bodem verzuurt en wordt steeds minder geschikt voor moerasplanten van voedselrijke bodem. Plantenresten onder dit afsluitende mosdek verteren nauwelijks door gebrek aan zuurstof en worden door het gewicht van het veen in elkaar gedrukt.
Veenmossen sterven van onderen af en groeien aan de top door. Daardoor kunnen zij pakketten vormen van ettelijke meters dikte. Die pakketten houden zoveel regenwater vast dat het grondwater geen rol meer speelt. Er ontstaat een hoogveen, in feite een opeenstapeling van onverteerde plantenresten, die is afgesloten van het grondwater en de buitenlucht. Alleen planten van voedselarme, zure plekken willen er nog groeien. Dat zijn wel de zeldzame soorten in onze flora.
Barrière
Ooit was een groot deel van ons land bedekt met mosvenen. Ze waren zo uitgestrekt en onbegaanbaar dat ze een onoverkomelijke barrière en zo een natuurlijke grens vormden tussen Noord-Nederland en Noord-Duitsland.
Ongestoorde hoogvenen kennen we niet meer in Nederland. Er is vanaf de elfde eeuw turf van gemaakt om te voorzien in de brandstofbehoefte van de steden. Hoogvenen groeien traag en wat in duizenden jaren is opgebouwd, is in een paar eeuwen vernietigd.
Tegenwoordig zijn nog minimale onvergraven hoogveenrestanten over. Door ontwatering van aangrenzende gebieden zijn ze haast zonder uitzondering decennialang ernstig verdroogd. Nu proberen Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer in hun veenreservaten de hoogveengroei opnieuw leven in te blazen.
Op de Rode lijst
Vierentwintig van de dertig inheemse veenmossen zijn tamelijk tot zeer zeldzaam en zeventien soorten staan op de Rode lijst van bedreigde en kwetsbare mossen. Hun voorkomen beperkt zich tot moerassen, vochtige duinvalleien, natte heidevelden en vennen. Een gewone soort in zure vennen en veenputten is het waterveenmos met lange takken, die bezet zijn met lange smalle takbladen, dat er daardoor nogal harig uitziet. Het groeit in het water en is zo slap als een waterplant. Een hoofdsoort in veenmos-berkenbos is fraai veenmos, een groene soort die tegenwoordig niet als zeldzaam wordt beschouwd.
In het natuurbeheer van veengebieden is kennis van veenmossen belangrijk, omdat hun voorkomen aanwijzingen geeft over de toestand van een bepaald (veen)gebied. Het is alleen heel moeilijk de verschillende soorten op naam te brengen. En dat is wel nodig als je conclusies wilt trekken uit het voorkomen van bepaalde soorten.
Veenmosflora
De meeste veldbiologen beperken zich in de herkenning tot de kleur: hoe roder het veenmos (en het kan rood zijn!), hoe zeldzamer en hoe meer betrokken bij de vorming van bijzondere biotopen. Eind vorig jaar is een veenmosflora verschenen, waarmee je de soorten echt op naam kunt brengen. Veenmossen zijn op twee manieren te determineren: in het veld met behulp van een loep en nauwkeuriger binnenshuis met de microscoop. Tabellen voor beide methoden zijn in het boek opgenomen. Elke soort is afgebeeld en beschreven, waarbij ook de verschillen met sterk gelijkende soorten zijn aangegeven.
Toch blijft het foutloos herkennen een lastige zaak, omdat de meeste soorten een erg variabel uiterlijk hebben. Wat moet je nu met een omschrijving als: 'Planten meestal slank, takbladen niet hakig teruggekromd (soms deels bij Sphagnum teres), bladtop soms wel teruggebogen'? Daarom is eigenlijk alleen de determinatie met behulp van een microscoop betrouwbaar.
Ook al ken je de exacte naam niet, dan neemt dat toch niet weg dat veenmossen boeiende organismen zijn. Dat wordt ook duidelijk uit de inleidende hoofdstukken in het veenmossenboek, die informeren over ecologie, standplaats, voorkomen en verspreiding, plantengemeenschappen en morfologie en over het verzamelen en prepareren. Bij de uitgebreide beschrijving van elke soort geven lijntekeningen microscopische onderdelen en verspreidingskaartjes het voorkomen in ons land weer. Kleurenfoto's tonen karakteristieke soorten van dichtbij. Met het verschijnen van dit derde boek is de flora met beschrijvingen van alle in ons land voorkomende mossoorten (veenmossen, bladmossen, hauwmossen en levermossen) compleet.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.