recensie Valery Gergjevs gitzwarte vertolking van Mahlers Zesde Symfonie eerder dit seizoen maakte nieuwsgierig naar zijn interpretatie van de Zevende, donderdagavond in de afgeladen Rotterdamse Doelen. Vooral in het duistere scherzo blonk het Rotterdams Philharmonisch Orkest uit. Maar er viel genoeg te beleven in Gergjevs kleurrijke uitvoering.
Dat het in de Rotterdamse Doelen altijd circus is, bleek donderdagavond wel weer, toen het concert van het Rotterdams Philharmonisch Orkest begon met drie plaatselijke ambtenaren die hun nieuwgebouwde dirigentenbok (zo'n verhoginkje met een reling) omstandig onthulden. Wil de concertbezoeker daar echt mee lastig worden gevallen?
Interessanter is het bericht dat de ondernemingsraad van het orkest het vertrouwen in de directie heeft opgezegd. Naar blijkt wilde het bestuur om onbekende redenen concertmeester Kees Hülsmann ontslaan, een situatie waar zelfs chefdirigent Gergjev niet van op de hoogte bleek. Die heeft laten weten dat ontslag onacceptabel te vinden. In een brief schreef de OR 'geen heil' meer te zien in de samenwerking met ,,een directie die steeds conflicten veroorzaakt.'' Een zinsnede die doet vermoeden dat er meer aan de hand is.
Na Gergjevs indrukwekkende vertolking van Gustav Mahlers Zesde symfonie in september was het donderdagavond de beurt aan de Zevende, het werk waarin de componist de schade van zijn zwartste symfonie weer wil herstellen.
Na het recente vertrek van Hartmut Haenchen geldt Gergjev als enige grote Mahler-vertolker verbonden aan een Nederlands orkest en heeft hij een traditie hoog te houden. Die begon ruim vijf jaar geleden met 'Das Lied von der Erde' en werd de daaropvolgende seizoenen succesvol voortgezet. Behalve de grimmige Zesde golden ook de intens uitgevoerde Negende en de martiale Vijfde als hoogtepunten in de Mahler-uitvoeringspraktijk.
De vijfdelige Zevende symfonie (ook wel 'Symfonie der nacht' genoemd) is met zijn twee 'nachtmuzieken' die het middendeel (een spookachtig scherzo) omgeven een vreemd werk. In de hoekdelen had Gergjev het orkest misschien meer mogen laten gillen. Maar daar staat tegenover dat het kitscherige derde deel, een niks-aan-de-hand-idylle met mandoline en gitaar in de hoofdrol, in handen van het Rotterdams Philharmonisch Orkest uitgroeide tot een zoete bezwering van de in Mahler ontwaakte boze geesten. Bij wijze van contrast was het scherzo mooi donker van kleur. Als een grimlachend zwart gat waar alle hoop in was opgezogen. Dat kun je wel aan Gergjev overlaten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.