recensie Het Amerikaanse Zuiden vertegenwoordigt in veel opzichten het meest achterlijke van de VS: racistisch, christen-fundamentalistisch, anti-sociaal, pro-wapenbezit, pro-doodstraf, en tegen internationale samenwerking. Precies dit deel van Amerika heeft zich in de afgelopen decennia ontwikkeld tot het politiek dominante.
Alle presidenten van de laatste veertig jaar zijn zelf zuiderlingen, of hadden daar hun machtsbasis (met één uitzondering die de regel bevestigt: de 'tussenpaus' Gerald Ford). En ook al heeft het Zuiden ook de liberal Bill Clinton voortgebracht, de zuidelijke politieke conservatieve agenda dicteert de thema's van elke verkiezing voor Congres of presidentschap, zoals de 'bemoeizucht', c.q. de 'spilzucht' van Washington, en de 'morele waarden' waar de kandidaten voor staan.
Die macht is in hoge mate te danken aan de politieke samenwerking van de zuidelijke staten die, bijna anderhalve eeuw geleden, tijdens de Amerikaanse burgeroorlog nog de Confederatie vormden. Vrucht van die samenwerking is de zogeheten Super Tuesday, de dag waarop de Democraten en Republikeinen hun voorverkiezingen houden in de zuidelijke staten. ,,Wie de zuidelijke voorverkiezingen niet wint, kan het presidentschap in feite vergeten', schrijft de Belgische journalist en Amerika-kenner Paul de Bruyn.
Zijn boek is een boeiende en informatieve introductie in de politieke kraamkamer van George W. Bush, die volgens De Bruyn de 'kopman' mag heten van de christelijk rechtse beweging. Die heeft, tot verdriet van de Noordelijke Republikeinen, de partij, en daarmee het land, en uiteindelijk de wereld steeds meer in de tang.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.