recensie 'Laat Gaza nou eens gewoon in de zee zinken', verzuchtte Jitschak Rabin kort voordat hij zijn 'Gaza-eerst' akkoord sloot met Jasser Arafat. De Israëlische premier vertolkte daarmee de wens van talloze Israëliërs: bestond Gaza maar niet, kon het maar van deze aardbodem verdwijnen.
Arafat gebruikt de zee van Gaza altijd om zijn Israëlische rivalen weinig goeds toe te wensen: ,,Laat ze maar uit de zee van Gaza gaan drinken, als ze geen Palestijnse staat willen met Jeruzalem als hoofdstad', luidt een van zijn gevleugelde uitspraken. Drinken uit de zee van Gaza is zoiets als naar de hel lopen.
'Drinken uit de zee van Gaza' is de titel die de Israëlische journaliste Amira Hass heeft gekozen voor haar boek over Gaza. Maar Hass hecht vooral aan de Egyptische variant, die ze pas later leerde kennen: hij die uit de Nijl drinkt, zal er volgens de traditie altijd naar terugkeren. En terugkeren naar Gaza wil en zal Hass.
Amira Hass is geen gewone journaliste en geen 'buitenlandse correspondente die gewoon haar werk doet', zoals ze zelf beweert. Al was het alleen maar omdat ze met haar artikelen haar krant Ha'arets al honderden abonnees heeft gekost.
Vlak nadat Israëliërs en Palestijnen in 1993 hun eerste akkoord sloten, besloot Hass zich in Gaza te vestigen als correspondente. De meeste Israëliërs verklaarden haar voor gek. ,,Ze waren er zeker van dat ik mijn leven in de waagschaal stelde.' Wat begon met kleine stukjes en reportages over het vertrek van de Israëliërs en de machtsoverdracht aan het Palestijnse gezag, ontwikkelde zich tot een gedreven poging van Hass 'haar eigen thuisfront' een beeld te geven van de dagelijkse realiteit in Gaza.
De passie van Hass was (is) haar ingegeven door haar opvoeding, kind van een moeder die Bergen-Belsen had overleefd en een vader die zich bij de partizanen had gevoegd. ,,Uiteindelijk', schrijft Hass, ,,kwam mijn verlangen in Gaza te wonen niet voort uit avonturisme en dwaasheid, maar uit de angst een omstander te zijn, uit de behoefte om tot de bodem de wereld te begrijpen die, naar mijn beste politieke en historische bevattingsvermogen, een diepgaande Israëlische creatie is. Voor mij belichaamt Gaza de complete sage van het Israëlisch-Palestijns conflict.'
Hass mengt politieke beschouwingen met dagelijkse beslommeringen, laat haar Palestijnse gesprekspartners verhalen over hun ervaringen met de Israëliër (van cipier, tot soldaat, tot onwillige bureaucraat). Ze bezoekt de rouwtenten voor de martelaren, beschrijft de 'hunkering' naar vrijheid, de vernederingen en de pogingen van haar vrienden om haar tot de Islam te bekeren zodat haar ziel gered kan worden. En vóór alles wijst ze de Israëliërs op hun vooroordelen en op de verwrongen beeldvorming in hun eigen media. Voor Israëliërs die het allemaal liever niet weten, een boek dat hard aankwam.
Jammer genoeg is de Nederlandse uitgave in zoverre gedateerd dat het boek ophoudt nog voor de tweede intifada in 2000 uitbrak. In die zin beschrijft het meer de prelude op de huidige strijd. In 1996, vóór de publicatie van haar boek in Israël, maanden mensen Hass bij het schrijven tot spoed ,,want het zal gauw vrede zijn'. Dat ergerde Hass toen al, zulke illusies: ,,Vrede ligt niet om de hoek, en het boek dat ik over de Israëlische bezetting ga schrijven zal helaas nog lange tijd relevant zijn.'
In haar inleiding tot de Nederlandse vertaling probeert Hass de brug naar het heden te slaan en bestrijdt ze de in linkse kringen veelgehoorde 'analyse' dat het bezoek van Ariël Sjaron (toen nog oppositieleider) aan de Tempelberg de oorzaak was voor het uitbarsten van de intifada. De explosie, aldus Hass, zou zonder dat bezoek misschien een paar dagen, weken of maanden later hebben plaatsgevonden, maar er hing al lang een sfeer van onverholen woede in de lucht.
Amira Hass is zich er terdege van bewust dat haar boek, haar ongenadige beschrijving van de Israëlische bezetting, ook misbruikt kan worden door antisemieten en ontkenners van de Holocaust. ,,Maar demagogische manipulatie is nog geen reden om feiten achter te houden die meer licht doen schijnen op de tragische symbiose tussen mijn volk en het Palestijnse.'
De bundel 'Een spiegel liegt niet' is in zekere zin een soort verlengstuk van het boek van Hass. Haar collega bij Ha'arets, Gideon Levy, die zijn lezers wekelijks een menselijk, en meestal hartverscheurend, verhaal uit de Palestijnse gebieden brengt, opent cynisch met 'Twintig recepten om het terrorisme te bevorderen'. Hij wordt gevolgd door een zestiental andere Israëliërs, onder wie Amira Hass. Zij hebben één ding gemeen: hun afschuw van het Israëlische beleid en alles wat Israël in de Palestijnse gebieden uitspookt.
Daar heeft de samenstelster van het boek, Anja Meulenbelt, ze ook op uitgezocht, 'de luizen in de pels, de klokkenluiders, het morele ankerpunt van Israël'. En wat is tenslotte overtuigender voor een strijdster voor de Palestijnse zaak dan een Israëliër die opkomt voor die Palestijnse zaak, een Israëliër 'die de waarheid onder ogen durft te zien', een Israëliër 'die zich van het zionisme heeft gedistantieerd'?
Sommigen van deze 'roependen in de Israëlische woestijn' geven een beklemmende analyse van het Israëlische beleid door de decennia heen. Zoals Ilan Pappé die het verschil tussen het voorstel van Barak in Camp David en dat van Sjaron anno 2002 reduceert tot enkele vierkante kilometers thuisland. Beide generaals, Barak en Sjaron, streven volgens Pappé een Palestijnse politieke eenheid na, die 'ontdaan is van elke substantiële soevereiniteit en onafhankelijkheid' in ruil waarvoor de Palestijnen hun recht op terugkeer en aspiraties om Jeruzalem tot hoofdstad uit te roepen moeten opgeven.
De meeste schrijvers in de bundel leggen een directe link tussen de verdrijving van de Palestijnen in 1948 en de huidige strijd van de Israëlische regering tegen de Palestijnse autoriteit. Vrolijk stemmend is de bloemlezing allerminst. Neem de bijdrage van Baroech Kimmerling die Sjaron beschuldigt ('J'accuse') van het in gang zetten van een proces ,,waarin hij niet alleen het wederzijdse bloedvergieten zal verhevigen, maar ook het risico loopt een regionale oorlog te ontketenen en een gedeeltelijke of bijna complete etnische zuivering van de Arabieren in het 'Land van Israël' teweeg te brengen'.
Allemaal zijn deze auteurs het erover eens dat Israël moet afzien van zijn streven een Joodse staat te zijn en ervoor moet kiezen zich te ontwikkelen tot een moderne democratische staat. Dan alleen is er plaats voor acceptatie van en verzoening met een toekomstige Palestijnse staat.
'Een spiegel liegt niet' is volgens Meulenbelt een 'boze bundel' van een kleine groep mensen in de marge van de Israëlische samenleving. Ze zijn overtuigd van hun eigen gelijk, en zoals Pappé schrijft 'vervreemd van hun eigen samenleving en vol afschuw voor wat deze en haar regering aan het doen zijn'.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.