*

 

Oorlogsjournalistiek als vak

Minka Nijhuis − 11/01/03, 00:00

recensie De afgelopen tien jaar werden naar schatting duizend journalisten en journalisten-medewerkers en honderden hulpverleners het slachtoffer van oorlogsgeweld. Voor een deel onnodig, meent de Nederlandse oorlogsverslaggever Arnold Karskens (Nieuwe Revu, VPRO-radio). Wie goed geinformeerd en degelijk voorbereid naar een brandhaard afreist, leeft langer, luidt zijn credo.

Het was hem al jarenlang een doorn in het oog dat er in Nederland geen handboek was om bezoekers aan conflictgebieden voor te bereiden op hun werk. Toen schreef hij het zelf maar, 'Reizen langs de frontlijn', een overlevingshandboek voor journalisten, hulpverleners en avonturiers. In dit boek verwerkte Karskens zijn praktische kennis en ervaringen, opgedaan in de tientallen oorlogen die hij de afgelopen twintig jaar versloeg.

Hoewel het ook summier informatie geeft over de achtergronden van de belangrijkste oorlogen en crises is het, zoals de ondertitel belooft, vooral een praktisch boek. Beginnend bij de mentale voorbereiding en het inpakken van de tas belicht Karskens kort en bondig vrijwel alle aspecten van het werk: reizen, gezondheid, eerste hulp, wapens, internationale codes en gevaren als aanslagen en ontvoeringen.

Karskens blijkt een strenge leermeester en de lijst van vaardigheden en mee te nemen attributen is uitputtend. Wie afreist naar de oorlog moet kunnen parachutespringen, kent de signalen voor luchtherkenning en heeft een fluitje op zak om alarm te kunnen slaan. Dat voert allemaal wel erg ver. Maar het merendeel van de pagina's bevat zinnige informatie waar zowel nieuwkomers als ervaren krachten hun voordeel mee kunnen doen. Een enkele keer slaat Karskens door in zijn adviezen. Zo raadt hij aan onder het hoofdstuk bedreigingen in huis: ,,Heb je geen beschermend materiaal voorhanden, steek dan een paraplu op, beweeg die constant en verberg je erachter terwijl je zigzaggend wegrent.''

Karskens beschrijft tal van situaties waarin journalisten, diplomaten of hulpverleners in de problemen kwamen, en doet uit de doeken welke les eruit te leren valt. Ook andere collega's die ervaring hebben met werken in conflictgebieden komen hier en daar met hun adviezen en keukengeheimen. Zo bevat de koffer van Radio 1-verslaggever Harald Doornbos behalve een foto van geliefde, laptop en satelliettelefoon ook een gasstelletje, zonnepaneel, stalen kabels en hangsloten. Hoogstwaarschijnlijk heeft hij, net als anderen die Karskens om een bijdrage vroeg, een aantal van de trucs en tips wijselijk voor zich gehouden.

De toon van het boek is no nonsense en dat maakt het ondanks de soms afschrikwekkende onderwerpen goed leesbaar. Ook lardeert de auteur de tekst met hilarische relativeringen. ,,Het ergste wat je kan overkomen in een oorlogsgebied zijn kogelgaten in je borst, maar de kans is zeker net zo groot dat je gewoon een dakpan of kokosnoot op je hoofd krijgt, of je been breekt op een gladde stoep.'' Of: ,,Alleen ijskoude helden kunnen tijdens een artilleriebeschieting de tafel van dertien nog opzeggen.''

Karskens vindt dat er veel geoorloofd is om te komen waar je zijn moet. Hij verhaalt hoe hij 1998 in Jordaniƫ dagen bij de Iraakse ambassade op een visum voor Bagdad wachtte. Toen de ambassademedewerker een naam afriep die enigszins op de zijne leek, greep hij zijn kans en liet zijn paspoort stempelen. De Noorse collega voor wie het visum bedoeld was, had het nakijken.

Nederland heeft nauwelijks een traditie op het gebied van oorlogsverslaggeving. Veel journalisten komen tamelijk onvoorbereid in aanraking met conflicten en worden door schade en schande en een flinke dosis geluk wijzer. Karskens neemt het vak en de risico's serieus. 'Reizen langs de frontlijn' is zonder meer een boek dat levens kan redden.

mailIcon print |