recensie Eind jaren tachtig ontstond bij twee heren het plan om samen een biografie te schrijven van president Soekarno van Indonesië, een man die in de Nederlandse pers in het verleden nogal eens werd afgeschilderd als de 'Indonesische Mussert'.
Het tweetal in kwestie bestond uit Lambert Giebels - politicus/historicus en gelauwerd biograaf van Dr. Beel - en professor Bob Hering, een Australische Nederlander, die jarenlang in Australië South-East Asian Studies doceerde en veelvuldig bronnenmateriaal rond de Indonesische revolutie bewerkte en publiceerde. De twee heren kregen al snel hooglopende ruzie en zegden de samenwerking op. Giebels, omdat hij naar eigen zeggen niet als 'student-assistent' behandeld wenste te worden, en Hering, omdat hij Giebels' kennis van het Indonesisch te gering vond om verantwoord bronnenmateriaal te selecteren.
De biografie in twee dikke delen (1999 en 2001) die Giebels vervolgens op eigen houtje schreef, werd met nogal gemengde gevoelens ontvangen (Trouw, 18 september 1999 en 14 juli 2001) en ook Hering kraakte Giebels' werk. Nu is Hering met zíjn 'Soekarno, founding father of Indonesia' gekomen en opnieuw wordt Giebels verweten dat zijn visie wordt omgeven door 'myths and inaccuracies'.
Blijft de klemmende vraag: is de biografie van Hering dan beter? Ja en nee. Wat meteen opvalt is dat zijn betoog heel deugdelijk gedocumenteerd blijkt, waardoor het overtuigender aandoet. Het uitbundige liefdesleven van de Indonesische president wordt maar heel spaarzaam behandeld, bijvoorbeeld, en Hering legt de nadruk niet op de westerse kant van de man (Giebles noemt hem nadrukkelijk 'Nederlands onderdaan') maar op de oosterse kant.
Toch moet je constateren dat, hoewel Hering zich beroept op veel en authentiek bronnenmateriaal, Soekarno er niet levender door wordt dan in de biografie van Giebels. Een voorbeeld. Een vraag van een recensent uit 1999: Wat waren nu eigenlijk de persoonlijke overwegingen van Soekarno om van zo'n verstokt non-coöperator onder het Nederlandse bewind zo'n enthousiaste collaborateur van Japan te worden? Giebels was daar vaag over. Hering noemt tal van oorzaken, zoals de buitengewoon hartelijke ontvangst van het Japanse leger door het gewone volk, de plotselinge ommezwaai van prominente Indonesiërs, het feit dat Japan voor de inrichting en entourage rond Soekarno betaalde - een grote villa, een grote staf, een reeks auto's, de hechte vriendschap tussen Soekarno en Japans opperbevelhebber Imamoera. Maar alle feiten en bronnen, die Hering voor mijn part 'beter' kent dan Giebels, zijn niet sterk genoeg voor een persoonlijker beantwoording van deze vraag.
Vooral in het laatste hoofdstuk - de daadwerkelijke vestiging van de Indonesische republiek tussen 1 juni 1945 en 17 augustus - hoewel politiek helemaal correct, is de man Soekarno bijna geheel verdwenen. Hij lijkt niet meer te zijn dan de exponent van politieke ontwikkelingen, en daar was hij toch niet de man naar, zo wordt ons tegelijkertijd door Hering verzekerd. Giebels leunde mogelijk wat te veel op het psychoanalytische aspect, maar de Boeng leeft onder zijn pen een stuk meer. Misschien moeten wij voor een overtuigend portret van Indonesië's eerste president wel wachten op het werk van een romanschrijver.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.