*

 

Kinderen die vragen worden overgeslagen

Rob Schouten − 11/01/03, 00:00

recensie 'Dit boek heeft geen quotes nodig', staat er overmoedig op het omslag van 'U zult versteld staan van onze beweeglijkheid', het tweede boek van Dave Eggers. Geen quotes natuurlijk, omdat zijn eersteling 'Een hartverscheurend verhaal van duizelingwekkende genialiteit' al genoeg krediet verwierf. De jonge Amerikaan Dave Eggers vestigde zich in éen klap als een van de meestbelovende postmoderne schrijvers met zijn debuut dat jongensachtig spontaan, hilarisch en vol briljant vertellersvuurwerk zat maar tegelijkertijd zocht naar de diepere waarheden van het bestaan. Een autobiografisch verhaal ook, waarvan de hoofdpersoon sterk deed denken aan Holden Caulfield, de hoofdpersoon uit Salingers 'The Catcher in the Rye': een jeugdig hoofd vol grootse ideeën.

Ook U.Z.V.S.V.O.B. zoals Eggers' tweede boek kortweg genoemd wordt, is zo'n boek over jonge zoekers die op pad gaan naar het geheim van het leven, als je het ietwat zwaarwichtig wilt formuleren. Dit keer is niet Salinger maar Jack Kerouac, auteur van de bijbel der beatgeneratie 'On the Road', de peetvader van het verhaal. Ook Robert Pirsig, de auteur van een andere beroemde Amerikaanse queesteroman, 'Zen and the Art of Motorcycle Maintenance', lijkt in de buurt. Niet toevallig zijn het juist schrijvers uit het meest materialistische land ter wereld die telkens weer met zulke bijdetijdse existentiële trektochten op de proppen komen.

Na de dood van hun vriend Jack trekken hoofdpersoon Will en zijn vriend Hand in een week de wereld rond om de smak geld die ze gewonnen hebben, uit te delen aan arme mensen die het nodig hebben. Het verhaal, dat direct op het voorplat begint (Eggers houdt van een onconventionele aanpak), heeft als eerste regel ,,Alles hierbinnen speelt zich af nadat Jack gestorven was en voordat mijn moeder en ik verdronken in de koele, looizuurkleurige rivier Guaviare in het oosten van de binnenland van Colombia, met veertig inlanders die we nog niet hadden ontmoet, op een brandend veerpont.' En het eindigt met de vitalistische uitroep van de hoofdpersoon: ,,Ik leefde! We leefden!' Tussen dood en leven speelt zich een bizarre week af waarin Will en Hand kriskras over de aarde trekken, nadat ze op het internet allerlei noodlijdende minderheden hebben getraceerd. Gehinderd door logistieke problemen komen ze weliswaar niet verder dan Senegal, Marokko, de Baltische staten en Kopenhagen, terwijl ze oorspronkelijk nog veel meer landen hadden willen aandoen, maar zelfs in ons technologisch universum zijn er grenzen aan de charitas. Onderweg douwen ze steeds honderden dollars in de handen van verbouwereerde autochtonen maar daarbij spelen wel allerlei vreemde voorwaarden een rol. In de eerste plaats moeten de armoedige ontvangers hun bevallen en verder willen ze geen bedankjes. Daarom rijden ze steeds na de overhandiging weg of proberen het geld ongemerkt toe te spelen, door het bijvoorbeeld in iemands zak te stoppen, aan een geit te plakken of het zelfs als schat compleet met schatgraverskaart te begraven. Die omslachtige condities leidden niet alleen tot hilarische situaties maar ook tot een soort inzicht in de toevallige en willekeurige structuur van het heelal. Als ze het geld aan een groep kinderen willen geven, krijgen die het niet omdat er een ongewenste volwassene in de buurt staat. Een jongeman die het goed kan gebruiken, krijgt niets omdat hij erom vraagt, terwijl zijn onbaatzuchtige broer wel wat krijgt. In het algemeen geldt 'Wie goed doet goed ontmoet' en 'Kinderen die vragen worden overgeslagen'.

U.Z.V.S.V.O.B. is een vrolijk boek, maar het is ook een boek over schuld en boete. Will en Hand gedragen zich bij alle flauwekul toch ook als een soort faustische helden die proberen het onrecht in de wereld recht te zetten en tegelijkertijd zichzelf te verbeteren. Hun uitdelingsactie is een soort wraak op de onrechtvaardige dood van vriend Jack maar ook een poging zichzelf te reinigen. Will: ,,We hebben kinderen in elkaar geslagen. We hebben ze in ravijnen geduwd. We zijn langs dat achterlijke meisje, Jenny Ferguson, gerend en hebben expres haar jurk gescheurd. Weet je dat nog, klootzak? Dat hebben wij gedaan, en dit is de straf. Er is evenwicht. Alles bestaat in perfecte newtoniaanse tegenstellingen.' Honderdvijftig pagina's verder gaat de discussie nog steeds door. Hand: ,,Nu spreek je jezelf tegen. Als er evenwicht is, kan er geen chaos zijn. Als willekeur heerst, kan er geen straf zijn. Je pleit voor straf in de hoop dat je God zult zien. Zonder straf is er geen God. Als er evenwicht is, dan is jouw Heer er. Als er evenwicht is, dan is er leven na de dood.'

Zulke discussies tussen de hoofdpersonen verhelen niet dat het ook gewoon een lekker leesboek is, met bezoekjes aan rare Senegalese uithoeken, een visite aan een Russisch sletje in Riga (vreemd genoeg voortdurend in Litouwen gesitueerd), zin- en slapeloos gedraal in Marokko. Diverse afbeeldingen, van briefjes die ze achterlaten of van snapshots die ze onderweg gemaakt hebben, dienen als bewijsmateriaal voor het feit dat deze geschiedenis autobiografisch is. Eggers heeft werkelijk zo'n charitatieve tocht gemaakt. Die authenticiteit beschijnt het hele verhaal en verklaart als het ware de voortdurend geïmproviseerde en chaotische gang van zaken. Tegelijkertijd lijkt het een poging om het leven zelf als kunstwerk op te voeren. De realiteit is maakbaar, als je maar wilt, zoiets. Net als in zijn vorige boek onderneemt Eggers verwoede pogingen literaire tradities te negeren en 'organisch' te schrijven, vol vaart en levenssap.

U.Z.V.S.V.O.B. is wat dat aangaat eenvoudiger verteld dan eersteling E.H.V.V.D.G., Eggers springt niet door de verschillende verhaallagen heen maar gaat gewoon van A. naar B. Voor sommige genieters van zijn debuut zal zijn tweede daarom wellicht teleurstellen maar als je verder kijkt dan je neus lang is, begrijp je Eggers' toegenomen eenvoud. Je mag je niet vastleggen, geen verwachtingen wekken. En dit is dus weer een ander boek dan het vorige, bij wijze van evenwicht in een newtoniaans heelal.

mailIcon print |