*

 

,,Zal ik je vader voor je vermoorden?'

Hanna de Heus − 11/01/03, 00:00

recensie De Noorse Barnum Nilsen is als tiener veel kleiner dan zijn leeftijdsgenoten en gaat daar diep onder gebukt. ,,Je ruikt naar kut', pesten zijn klasgenoten hem, omdat zijn gezicht zich ongeveer ter hoogte van het kruis van meisjes bevindt. Thuis zwelgt Barnum in talrijke fantasieën over rampen, ongelukken, ziektes en de dood. Deze macabere fantasieën houden hem op de been: alles kan nog veel erger. ,,Als ons appartement uitbrandde, bijvoorbeeld op de avond voor kerst [...] en ik de enige was die het overleefde en daar tussen de verkoolde resten van moeder en Fred en Boletta werd gevonden en ik minstens drie maanden aan de beademing moest liggen terwijl achttien dokters vochten voor mijn leven en dat wat er nog van mij over was, dan zouden ze allemaal wel anders piepen. Reken maar. Dan zouden de meesten die mij gepest hadden zo'n slecht geweten krijgen dat ze kruipend om vergiffenis kwamen smeken.'

Barnum is niet de enige van de familie die een kruis met zich meedraagt. Zijn moeder is vlak na de oorlog verkracht en hield daar een zoon, Fred, aan over. Fred zelf kan moeilijk met dit feit leven, en ontwikkelt allerlei diepgaande haatgevoelens die zich vooral op zijn stiefvader, Barnums biologische vader, richten. ,,Zal ik je vader voor je vermoorden, Barnum?' vraagt hij volkomen serieus. Het appartement wordt ook nog bewoond door Barnums oma, Boletta, en zijn overgrootmoeder, De Oude, die ook allebei door het leven zijn getekend.

Christensen schreef, met deze familie als middelpunt, een roman over vier generaties Noren. Even doet dit vrezen dat hij wil voortborduren op het succes van de Zweedse Marianne Fredriksson die met 'Anna, Hanna en Johanna', een roman over drie generaties vrouwen, een wereldwijde bestseller schreef. In beide boeken, die in Nederland door dezelfde uitgever worden uitgegeven, is sprake van een verkrachting, van een alleenstaande moeder, en van een stiefvader die als reddende engel opduikt en vervolgens vroeg sterft. De vergelijking, die bijna wel gemaakt moet worden, pakt echter op alle fronten ten gunste van Christensen uit. Frederiksson uit zich in clichés. De mannen in haar boeken zijn stoer, de vrouwen baren kind na kind, zijn zorgzaam en beschikken over een merkwaardige vrouwelijke intuïtie die hun geloofwaardigheid niet ten goede komt. Christensen overstijgt deze clichés. Zijn personages moeten het niet hebben van zogenaamd geslachtspecifieke karaktereigenschappen of -rolpatronen, maar van een rijk innerlijk gevoelsleven, vaak complex, maar tegelijkertijd herkenbaar. Was het in Fredrikssons familiekroniek Anna die op zoek ging naar zichzelf door te proberen de persoonlijke geschiedenissen van haar moeder en grootmoeder te achterhalen, bij Christensen is het Fred die op zoek gaat naar zijn wortels. De kracht van Christensen is dat hij deze zoektocht niet uitspelt, maar hem volledig 'buiten beeld' laat afspelen. Fred verdwijnt achttien jaar van het toneel. Achttien jaar waarin de lezers de andere familieleden volgen en langzamerhand zekere vermoedens krijgen, terwijl Fred elders in de wereld zekerheden verwerft, en daarmee pas in het laatste hoofdstuk terugkeert om alle losse eindjes aan elkaar te knopen. Hoeveel vernuftiger en spannender is deze literaire constructie niet dan Frederikssons rechttoe rechtaan vertelling.

Maar wat Christensens roman uiteindelijk draagt, is zijn meeslepende vertelwijze. Hij gebruikt veel woorden en roept daarmee veel beelden op, maar doet dat allemaal zonder dat het ergens te veel wordt. Zijn beschrijvingen blijven hoofdstuk na hoofdstuk verrassen. Zo laat hij Barnum, die als kind al filmscripts wilde schrijven en dat later ook gaat doen, opeens over zijn eigen leven zeggen: ,,Dit is mijn film. Er zijn geen bewegende beelden. Er zijn alleen maar punten, samengevoegd.' En zo leest het boek ook. Barnum gelooft niet dat alles in het leven verband met elkaar houdt. Hij ziet zijn leven als een serie ,,gebeurtenissen die niets met elkaar te maken hebben, maar die toch verbonden zijn, in een wonderlijke volgorde, gedreven door toevalligheden'. Christensens hele roman weerspiegelt die zienswijze. Het wonderlijke en het toevallige staan centraal; niet de voorspelbaarheid waarmee Fredriksson de levensloop van haar personages schetst.

mailIcon print |