recensie Dertig geluidsbanden met in totaal vijftien uur muziek hebben ze beluisterd, de drie producers van de Abbey Road-studio, om de janboel die Phil Spector van 'Let it be' had gemaakt te reconstrueren tot de plaat zoals die Paul McCartney ooit voor ogen stond. Met 'Let it be... naked' op schoot kunnen de criticasters eindelijk horen of ze destijds gelijk hadden.
,,Een nachtmerrie.'' (Ringo Starr) ,,Zo'n ongelukkig project dat ik echt dacht dat het het einde van The Beatles was.'' (George Martin) ,,De ergste opnamesessie aller tijden.'' (John Lennon)
Zomaar wat meningen over 'Let it be', de documentaire-met-soundtrack waarvoor Paul McCartney de overige Beatles in januari 1969 aan de haren bijeen sleepte. Toen de plaat anderhalf jaar later eindelijk uitkwam waren de kritieken vernietigend. De strekking van al die bijtende stukjes was dat Phil Spector, dat rare, kleine mannetje, nooit met z'n tengels aan die muziek had mogen zitten.
Vanaf maandag ligt 'Let it be... naked' in de winkels, de versie die liefhebbers en critici in 1970 hadden gehoopt, te horen. Gewapend met de modernste digitale technologie en de dertig originele geluidsbanden doken drie producers de Abbey Road-studio in om 'Let it be' te restaureren, op te poetsen en bij te lappen. Uiterst minutieus en nauwgezet deed het drietal in acht maanden tijd het werk van Spector teniet. Vaarwel 'wall of sound' met je kamerbrede orkesten en vrouwenkoren, welkom terug onbezoedeld Beatles-blazoen.
Het vreemde is dat de algemene kritiek die er op 'Let it be' was tot in het hart van het Beatles-kamp werd gehoord. Paul McCartney zegt in het boek 'The Beatles Anthology' dat de versie van Spector verschrikkelijk klinkt. George Martin, de vaste producer van de band, doet er een schepje bovenop: ,,Die plaat is veel te pompeus, het is bijna alsof The Beatles niet tot hun recht mochten komen. Spector liet 'Let it be' klinken als de plaat van iemand anders.''
Geen studiogoochelarij, zo bezwoer McCartney de anderen in 1969 nog. Dus geen overdubs of orkesten op 'Let it be', dat in zijn ogen een natuurgetrouwe weergave van het livegeluid van The Beatles moest worden. De muziek zou simpel en puur, warm en natuurlijk uit de speakers komen.
Onderlinge wrevel, ruzietjes en onuitgesproken frustraties maakten dat de opnames rampzalig verliepen. De immer aanwezige Yoko Ono flirtte non-stop met John en werkte de anderen vooral op hun zenuwen. Dat terwijl George en Ringo het gevoel kregen niet serieus genomen te worden door Paul, die de baas over hen speelde. Een filmploeg sloeg ondertussen alle onenigheid op voor de eeuwigheid.
Om de vastgelopen modderschuit vlot te trekken werden de uiteindelijke geluidsbanden, op instigatie van Lennon en Harrison, naar Phil Spector gestuurd om te kijken of hij er iets ordentelijks van kon brouwen. ,,Hij kreeg de allerergste, slecht opgenomen rotzooi en hij maakte er wat van'', aldus John Lennon in 'The Beatles Anthology'.
Paul McCartney en de rest van de wereld was een andere mening toegedaan. Met 'Let it be... naked' op schoot kunnen de criticasters eindelijk horen of ze destijds gelijk hadden en Spector inderdaad een doodzonde heeft begaan. De meesten zullen op hun woorden moeten terugkomen, al is het maar omdat Spectors 'wall of sound' slechts te horen was op drie nummers: 'The long and winding road' en in mindere mate 'Across the universe' en 'I me mine'. Inderdaad klinkt de schoonheid van die composities indringender door nu hun half doorzichtige sluiers van Spector-strijkers zijn verdwenen.
Verder is het gepraat tussen de nummers door achterwege gelaten. We horen Lennon aan het eind van de plaat dus niet meer zijn hoop uitspreken dat de band is geslaagd voor de auditie. Ook de melige tussendoortjes 'Dig it' en 'Maggie Mae' zijn gesneuveld, maar daarvoor in de plaats is 'Don't let me down' gekomen, oorspronkelijk het b-kantje van de single 'Get back'.
Toch is de naakte versie voornamelijk voer voor audiofielen. Als geheel klinkt 'Let it be... naked' minder samengeperst, alsof er tussen de afzonderlijke instrumenten meer lucht en ruimte is gekomen. 'Let it be' is wat minder 1970 en wat meer 2003 geworden.
Of dat al die tamtam waard is, hangt af van hoeveel sneller uw hart gaat kloppen bij het horen van de naam The Beatles. Feit is dat 'Let it be' destijds niet goed uit de verf kwam omdat de meeste liedjes middelmatig waren. Maar gezien de onaantastbare status van The Beatles kón het floppen van het album niet aan hen liggen. Dus kreeg Spector de zwarte piet toegeschoven. Buiten de sporadische muzikale meerwaarde zou de rechtvaardiging voor het uitbrengen van 'Let it be... naked' er vooral in moeten liggen die historische vergissing recht te zetten.
Gelukkig voor The Beatles maakten ze daarna nog 'Abbey Road'. Met good old George Martin als producer.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.