De Bossche emeritus bisschop Jan Bluyssen (1926) is de enige van de Nederlandse ambtsbroeders die er al bij was toen het Vaticaans concilie veertig jaar geleden de Latijnse liturgie grondig vernieuwde. ,,Vernielde!'', zouden later velen zeggen. Zo niet Bluyssen: de 'ingrijpende verandering' waaraan hij als piepjonge bisschop meewerkte herinnert hij zich positief.
Maar ,,ik vind het nogal tragisch dat de vernieuwing van de liturgieviering is uitgelopen op een sterke daling van het aantal vierders. De liturgie is in waarde gedaald terwijl ze in waarde had moeten stijgen.'' Getuige Bluyssen wordt ondervraagd in het eerste nummer van het nieuwe blad Vieren, tijdschrift vanuit de norbertijnenabdij in Heeswijk, voor allen die actief zijn voor liturgie.
Werk genoeg. Bluyssen: ,,Wat mij tegenstaat is de lusteloze houding. Mensen zitten maar, er wordt slecht meegezongen. Daar is niets sprankelends aan en dat moeten we doorbreken. Er moet weer iets gaan trillen,'' drukt hij de makers van 'Vieren' op het hart.
'Vieren' komt op een moment dat de rk kerk in afwachting is van een nieuwe ronde strakke voorschriften: liederen, gebeden, formulieren in de Nederlandse taal worden nageplozen, niet op hun tril- en sprankelkracht, maar op hun letterlijke getrouwheid aan de Romeinse originele concepten. 'Vieren', zegt liturgieprofessor Gerard Rouwhorst zal opereren ,,vanuit een open houding ten opzichte van wat er op liturgisch en ritueel gebied gaande is'' met aandacht ,,niet alleen voor de meer traditionele en klassieke typen van liturgie, maar ook voor meer alternatieve en experimentele vormen en rituelen.'' Ook wat er buiten het kerkgebouw kan heeft de belangstelling: bedevaarten, processies, vieringen in ziekenhuizen, thuis, stille tochten.
En ook leren en profiteren van wat van buiten het eigen katholieke erf komt, van andere en jazelfs van niet-christelijke tradities. Want in de kerk gaat het er wellicht vaak lusteloos aan toe, maar, zegt Rouwhorst ,,het zindert en knispert in de samenleving, er is volop gesprek over waarden en normen, de rol van religie, er is behoefte aan rituelen die ons samenbinden.'' (vieren@wlh.nl).
De oud-voorzitter van de gereformeerde synode ds. Evert Overeem verruilt zijn gemeente in het hoge noorden voor de post van adjunct-directeur in de Samen-op-wegorganisatie. Overeem is geliefd en geducht om de oneliners waarmee hij zich graag in de binnenkerkelijke twistjes mengt. In het Groningse SOW-blad Kerk in de Stad ligt hij zijn vertrek naar Utrecht toe en wast hij nu vooral de gereformeerde spijtoptanten van het elfde uur de oren. ,,Gereformeerden die gaan roepen 'we zijn onze spullen kwijt'; vrijwilligers die bang zijn dat ze niks meer te vertellen hebben. Maar men had allang kunnen weten welke kant het opging; het meeste was al vanaf 1993 bekend.'' En de initiatiefnemers uit Nieuw-Vennep, die nu per enquête de kerkenfusie alsnog willen stoppen voegt hij een woord van Prediker toe: ,,Eén dooie vlieg doet de zalf van de zalfbereider stinken.''
Overeem: ,,Ik hoop dat we eindelijk eens uit de sores raken. Het SOW-proces demotiveert. Maar eind dit jaar hebben we de vereniging gehaald. (...) Dit fusieproces goed afronden en dan eindelijk iets neerzetten. De kerk moet weer op de kaart.''
In het blad Bijeen (voor de kleurrijke samenleving) kijkt hoofdredacteur Maria Zwaan bij alle gedoe om chadors en nikaabs op school terug naar eigen rebelse jaren. Haar zus werd van school gestuurd wegens het dragen van een ,,Oudhollandse worteldoek'', - want leerlingen werden niet geacht ,,in een tafelkleed'' naar school te komen. Met spijt bedenkt Zwaan dat ze nooit hebben bedacht om voor hun protestkleding 'religieuze gronden' aan te voeren. Wat hadden ze gelachen, als een wethouder hen dan had uitgenodigd voor een gesprek op het Stadhuis.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.