*

 

Verlangen tonen is een zwaktebod

Hanna de Heus − 01/02/03, 00:00

recensie De Amerikaanse homowereld was in 1963 een harde, lege plek om te vertoeven, althans dat beeld geeft John Rechy's opnieuw uitgegeven klassieker 'De stad behoort de nacht'. Dat de roman wat dat betreft niet verouderd is, blijkt uit een recente verhalenbundel van Andrew Holleran, 'Onschuld en verlangen', waarin hetzelfde najagen van kortstondig genot centraal staat. Het is logisch, volgens een van Hollerans personages, dat er nooit iets verandert, omdat seks niet verandert en omdat jong en mooi niet veranderen. In de gay scene is dit alles geritualiseerd.

Rechy beschrijft het leven van een Texaanse jongen die naar de grote stad trekt om zich daar aan mannen te prostitueren. De jongen trekt van New York naar Los Angeles, San Francisco, Chicago en New Orleans, om overal een paar maanden het Nieuwe Gezicht in de bars te zijn en daarmee zoveel mogelijk klanten te lokken. Bij elk seksueel contact is de jongen de passieve partner, want de actieve partner zijn zou betekenen dat hij begeerte toont, en dat is een zwaktebod dat hem klanten kost. Hoe onverschilliger, harder en stoerder hij zich voordoet, hoe mannelijker hij lijkt, en hoe aantrekkelijker hij voor zijn klanten is. Dat dit gedrag geforceerd is, omdat hij zich van binnen eigenlijk doodsbenauwd voelt, weet hij geloofwaardig achter een façade van bravoure te verbergen.

Rechy geeft een rauw beeld van dit geveinsde leven. Onbarmhartig legt hij de structuur ervan bloot, maar tegelijkertijd maakt hij duidelijk dat de jongen geen andere keuze heeft. Het mag een lege wereld zijn, maar het is tevens de enige wereld die op dat moment een optie voor hem is: ,,In deze wereld is meer dan in iedere andere de jeugd een onderscheiding, de schoonheid een schat.' De jongen, die beide bezit, buit zijn kansen uit nu het nog kan.

De personages die Hollerans verhalenbundel bevolken maken deel uit van diezelfde wereld, een wereld waar je geen verhoudingen hebt - laat staan liefdesrelaties - maar slechts 'seksuele ontmoetingen'. Hollerans personages hebben de middelbare leeftijd en de daarmee gepaard gaande desillusies te verwerken gehad, en aids heeft vele slachtoffers in hun vriendenkring gemaakt. Daarnaast is er nog iets anders veranderd. Probeerden de jongens in Rechy's roman nog krampachtig vol te houden dat ze eigenlijk geen homo waren en hadden ze af en toe seks met een meisje om zichzelf en elkaar te bewijzen dat ze echte mannen waren (gedrag dat je nu in Nederland wel bij jonge Marokkaanse homo's ziet), bij Holleran is de emancipatie achter de rug en hoeft er wat dat betreft niets meer verborgen te worden. Toch ontstaat er geen vrolijk beeld. Een van de personages constateert dat feesten, drugs en ontmoetingen die op je drieëntwintigste fantastisch waren, op je veertigste opeens hol, onnozel en nietszeggend lijken. Maar wat ervoor in de plaats moet komen, blijft vaag, want de personages hebben levens als 'beroepshomo's' opgebouwd; als homo's die niets anders doen dan lezen, schrijven en denken in termen van homoseksualiteit.

Stilistisch hebben de boeken beduidend minder overeenkomsten dan inhoudelijk. Rechy, die na dit indrukwekkende debuut nog weinig schreef dat werkelijk indruk maakte, is hier nog op zijn best. Zijn stijl is koortsachtig en heftig. Nietsontziend gaat hij tot op het bot. De beelden die hij oproept zijn meedogenloos. Onder alles wat hij beschrijft is een dreigende wanhoop voelbaar, zelfs bij de beschrijving van de meest banale dingen: ,,Buiten staat een klein verdwaald hotdogkarretje, dat onheilspellend dampt alsof het uit de hel komt.'

Holleran kan de kracht die er van Rechy's beschrijvingen uitgaat niet benaderen. Bijna bezadigd schetst hij beelden van alleenstaande homo's, van groepen vrienden en van hun onderlinge verhoudingen. ,,Hij die eens had geloofd dat sex het middel was waarmee hij zich aan het Leven had gebonden, vroeg zich nu af of het niet de manier was waarop hij het vermeed.' In dergelijke citaten weerspiegelt zich de essentie van het boek, maar het wordt nergens meer dan dat. Het blijven brave constateringen, die de lezers nergens bij de keel grijpen zoals Rechy's tekst dat voortdurend doet.

mailIcon print |