*

 

In de poten van zijn hond is de anarchist een lam

Willy Wielek − 01/02/03, 00:00

recensie Een van de origineelste detectives is ongetwijfeld de held van de Française Fred Vargas. Hij heet Ludwig alias Louis Kehweiler, want hij is half Duits half Frans, en als de omstandigheden dat vereisen trekt hij zijn 'Duitse kop'. Hij hinkt danig door een oude wonde en hij is allang geen professionele speurder meer, maar hij kan het speuren niet laten.

Daartoe roept hij onveranderlijk de hulp in van drie excentrieke geleerden, door hun pleegvader Mattheus, Marcus en Lucas genaamd, wonend wat in de volksmond het verrotte krot heet. Daar komt op zekere dag in 'Verblijfplaats Onbekend' de oude Martha, een voormalige prostituee, hun allen welbekend, om hulp vragen. Ze heeft jaren geleden voor een debiel jongetje gezorgd en dat jongetje, opgegroeid tot man, wordt nu verdacht van een serie verkrachtingen en moorden en is naar het oude mens gevlucht. Zij staat in voor zijn onschuld, maar Louis en de drie evangelisten weten het zo net nog niet, want die debiele Clément doet heel raar en alle sporen wijzen naar hem.

Niet alleen is 'Verblijfplaats onbekend' een boeiend boek met mooie zijsprongetjes in de intrige, maar het milieu is ook alleraardigst getekend. Een van de sympathiekste kanten van de Fransen is hun tolerantie op seksueel gebied en dat komt hier ook weer duidelijk aan het licht. En bovendien heb ik om een thriller zelden zo gelachen als om deze: het taaltje dat Clément uitslaat kan wedijveren met het beste wat Reve heeft geschreven in het komieke. 't Is natuurlijk niet correct om te gieren om iemand wiens bovenkamer niet is opgeruimd, maar ik kan het ook niet helpen.

Van Frankrijk naar Italië, van een oude speurder naar een advocaat van middelbare leeftijd. In Nino Filasto's 'De nacht van de zwarte rozen' raakt advocaat Scalzi al tegenstribbelend verwikkeld in een zaak die haar wortels in het verleden heeft. Niet voor niets begint het boek met een brief van de moeder van Amedeo Modigliani, want het gaat allemaal om beelden die hij al dan niet tijdens een oponthoud in Livorno zou hebben gemaakt. Twee mensen roepen Scalzi's hulp in: ene Carrubba, een oplichter die altijd door de mazen van de wet weet te glippen, en de Amerikaanse Carol Ellroy, wier vriend James in de haven van Livorno is verdronken. Het wordt afgedaan als zelfmoord, maar Carol denkt aan moord. Het is wel toevallig dat zowel James als Carrubba iets te maken had met die beruchte beelden. En dan is er nog de advocaat Guarracci, met wie Scaldi een haat-liefdeverhouding heeft. Samen met hem en zijn vriendin Olimpia gaan ze naar Parijs en daar speelt een van de aardigste episodes uit het boek. Ze komen terecht bij een vroegere anarchist, lid van de Rode Brigades, die niets aan zijn heilig vuur heeft ingeboet, maar als een lam is in de poten van zijn vieze, onzindelijke, hoogst onsmakelijke hond. En wat Italiaanse thrillers zo dubbel aangenaam maakt, is hier ook aanwezig: een groot gevoel voor lekker provinciaals eten. Je krijgt er verschrikkelijke trek van.

mailIcon print |