*

 

Het verdriet van Turkije

T. van Deel − 15/11/03, 00:00

recensie De Turkse schrijver Orhan Pamuk, bekend geworden met 'Ik heet karmozijn', situeert zijn nieuwe roman in een winters Oost-Anatolië -een arm en verwaarloosd gebied waar de Partij van God veel aanhangers heeft. 'Sneeuw' is een bewogen én ironisch portret van een verscheurd land op de breuklijn tussen Oost en West.

Tien jaar geleden werd voor het eerst een roman van de Turkse schrijver Orhan Pamuk (1952) in het Nederlands vertaald en sindsdien, vooral na het verschijnen van 'Het zwarte boek' in 1998, is de belangstelling voor zijn werk hier alleen maar toegenomen. Twee jaar terug leek het toppunt bereikt met de roman 'Ik heet karmozijn', waarin de strijd tussen traditie en vernieuwing in de kringen van miniaturisten op het eind van de 16de eeuw een buitengewoon spannend verhaal oplevert. De kern ervan is gelegen in wat misschien wel het verdriet van Turkije moet worden genoemd, namelijk dat het land het overgangsgebied is van Oost en West, wat niet alleen geografisch een dubbelzijdige oriëntatie betekent, maar ook ideologisch.

In zijn nieuwste roman, 'Sneeuw', heeft Pamuk deze typisch Turkse situatie opnieuw en in een actueel verband aan de orde gesteld. Als schrijver die zich spiegelt aan de moderne, zo niet postmoderne westerse literatuur -hij wordt vaak met Joyce, Borges, Calvino, Eco vergeleken- stuit hij natuurlijk voortdurend op de tegenstand die verlichte, westerse waarden in Turkije ondervinden. 'Sneeuw' is gesitueerd in het uiterste oosten van Turkije, in de stad Kars, dichtbij de grens met Georgië. De roerige geschiedenis van deze streek, Oost-Anatolië, heeft gezorgd voor een buitengewoon pluriforme bevolking, een smeltkroes van Koerden, Turkmenen, Azeri etc.

Op het moment dat de roman begint, het is eind 20ste eeuw, zullen er over een paar dagen verkiezingen plaatsvinden in Kars. Een Turkse dichter, die twaalf jaar in Duitsland als politieke vluchteling heeft doorgebracht, is naar Istanbul gekomen om zijn overleden moeder te begraven. Daarna is hij afgereisd naar Kars om er de verkiezingen te verslaan voor het dagblad De republiek en om nader uit te zoeken waarom in Kars zoveel meisjes zelfmoord plegen. Dat laatste moet iets te maken hebben met het verbod op het dragen van de sluier op school.

Met deze kwestie zitten we in het hart van de roman. De dichter Ka, zo kort hij zijn eigenlijke naam gemakshalve af, begeeft zich in een politiek en religieus wespennest, waarin de staatsverordening op hoogst gespannen voet staat met het radicale islamisme. Juist de politieke islam gaat in Kars de verkiezingen winnen, want de Partij van God heeft zeer veel aanhangers in dit arme en meest verwaarloosde gebied. Vanwege het verbod op de sluier (verwarrend genoeg wordt ook vaak van hoofddoek gesproken) zouden veel meisjes een eind aan hun leven maken.

De komst van Ka naar Kars heeft eigenlijk een persoonlijke reden. Hij kent er verschillende mensen van vroeger, uit zijn studietijd in Istanbul, en onder hen bevindt zich een vrouw, Ipek, met wie hij graag zou trouwen. Hij heeft zich in het hoofd gezet dat hij met deze gescheiden vrouw gelukkig zal kunnen worden. De roman is het breedvoerige verslag, een reconstructie in feite door een van zijn jeugdvrienden, van Ka's verblijf in Kars: slechts enkele dagen duurt dit verblijf, maar wat er in die korte tijd plaatsvindt is zoveel en zo ingewikkeld en dubbelzinnig dat het onmogelijk valt samen te vatten.

Kars heeft op het moment dat Ka aankomt een sneeuwstorm te verduren die de stad voor de duur van de roman volkomen isoleert van de buitenwereld. Dat is een prachtige vondst van Pamuk om de handeling, in besloten afzondering, op gang te brengen. Ka ontmoet in dit witte wespennest vertegenwoordigers van alle partijen -de politie, de politieke islam, het fundamentalisme, de veiligheidsdienst, Koerdische nationalisten en nog veel meer partijen in het levensgevaarlijke spel van politiek en religie. De gebeurtenissen komen in een stroomversnelling als, onder de ogen van Ka en Ipek, de directeur wordt doodgeschoten die weigerde gesluierde studenten op zijn school toe te laten.

Van de vierenveertig hoofdstukken waaruit 'Sneeuw' bestaat is het vijfde misschien het meest huiveringwekkend. Het heet 'Eerste en laatste gesprek tussen moordenaar en vermoorde' en het geeft een lange dialoog weer, waarin de directeur wordt ondervraagd door zijn moordenaar over zijn geloof in de islam en de verhouding tussen de staatsverordeningen en de Koran. Wie deze dialoog leest, slaat de angst om het hart. De lezer weet al, uit het vorige hoofdstuk, dat de directeur aan het eind wordt doodgeschoten.

Deze moord maakt de weg vrij voor een coup van de tegenstanders van de politieke islam. De leider van de opstand is een acteur en inderdaad begint de coup tijdens een theatervoorstelling, waarbij doden vallen en waarna menigeen wordt opgepakt, verhoord en gemarteld. De voorstelling die Pamuk geeft van het Turkse politieke regime is die van een politiestaat, waarin het wemelt van de spionnen, dubbelspionnen, verklikkers, meelopers. Overal zijn microfoontjes bevestigd en wordt afgeluisterd. De macht ontgaat niets.

Ka is niet echt in de politiek geïnteresseerd en hij laveert op een wonderlijk soepele wijze tussen alle partijen door, dan eens in het geheim met deze en dan weer met die in gesprek. Hij is een dichter, hem valt gedurende zijn verblijf in Kars negentien keer een gedicht in: deze gedichten, die overigens alleen omschreven worden, vormen samen een sneeuwkristal (tekeningetje in het boek). De bundel die Ka na zijn vertrek uit Kars in Frankfurt zou samenstellen, heet 'Sneeuw'.

Zo komt alles bij elkaar in deze kolossale roman over een ingesneeuwd Kars en zijn bewoners. 'Sneeuw' is een duizelingwekkende roman, waarin de gebeurtenissen zich in korte tijd -een dag of drie- opstapelen en vrijwel onoverzienbaar worden. Telkens blijkt iets toch weer anders in elkaar te zitten, dan op het eerste gezicht leek. De partijen zijn wel duidelijk verdeeld, maar hun gedrag is onvoorspelbaar. De coup die in het theater begon eindigt daar ook weer: de acteur die in deze korte tijd de leiding gaf aan de opstand tegen het fanatieke fundamentalisme laat zich tijdens de opvoering van het toneelstuk 'De sluier' - waarin een vrouw demonstratief haar hoofddoek zal afdoen- doodschieten. De roman spreekt in dit geval ironisch over 'artistieke' uitwassen van de coup. De inwoners van Kars moesten via het toneel bevrijd worden van hun religieuze vooroordelen.

Ka gaat terug naar Duitsland, zonder Ipek overigens, met wie het wel wat leek te worden, maar die op het allerlaatste moment toch achterbleef. Vier jaar later schiet een onbekende hem in Frankfurt dood. De suggestie wordt gewekt dat achter deze moord aanhangers van een fundamentalistische beweging zitten, aanhangers van de gevaarlijke Indigo, met wie Ka in Kars enige malen een uiterst geheim contact onderhield. Het web van Kars is wereldwijd. Het verdriet van Turkije strekt zich uit tot over de landsgrenzen.

'Sneeuw' is behalve een verontrustend boek over politiek en religie, verlichting en fundamentalisme, rationaliteit en islamisme, ook een meeslepend en geestig boek, door en door ironisch, want met distantie geschreven.

mailIcon print |