*

 

Elma Drayer herleest 'Eline Vere'

Elma Drayer − 15/11/03, 00:00

recensie Welke klassiekers verdienen het nog herlezen te worden? Deze maand test 'het kanon' vier Nederlandse, naturalistische romans.

Stel dat Louis Couperus (1863-1923) de VPRO-gids van een paar weken geleden onder ogen had gekregen. In de rubriek Achterwerk schrijft een 15-jarig meisje: ,,Mijn ouders zeggen al vanaf mijn geboorte dat ik op mijn vader lijk en mijn zus op mijn moeder.' Pap komt uit een 'sportieve, ongezellige, hardwerkende familie', mam uit een 'gezellige'. ,,Het voelt aan als een wedstrijd tussen mij en mijn zus, en mijn zus is die aan het winnen. Alsof mijn ouders voor mijn geboorte al bepaald hebben dat ik de saaie ben.'

Couperus had er niet vreemd van opgekeken. Wat het meisje beschrijft is de verdunde variant van een denktrant die in zijn tijd gloednieuw was: de mens is gedetermineerd door de wetten van erfelijkheid en milieu, en aan dat noodlot valt niet te ontsnappen. Als een van de eersten in Nederland heeft hij deze naturalistische psychologie gepopulariseerd -vooral in zijn grote Haagse romans: 'Eline Vere', 'De boeken der kleine zielen' en 'Van oude menschen, de dingen die voorbijgaan'.

Couperus begon aan 'Eline Vere' in december 1887. Tot dan toe had hij zich, weinig succesvol, bekwaamd in de poëzie. Nu wilde hij een 'langen roman' schrijven die het 'groote publiek' zou behagen. In de trant van Tolstoi, van Flaubert en Zola, en gebaseerd op het gegoede Haagse milieu waaruit hij zelf kwam. Hij voegde zich daarmee in een trend: in januari 1888 verscheen 'Een liefde', scabreuze eersteling van Lodewijk van Deyssel, óók met een 'zenuwachtige' vrouw als hoofdpersoon. Couperus' biograaf Frédéric Bastet noemt het aannemelijk dat de Haagse schrijver door Van Deyssel werd beïnvloed. Alleen bleef Couperus in 'Eline Vere' zó netjes dat een recensent tevreden constateerde: ,,Er is geen regel in deze lijvige deelen, die een jong meisje zou kunnen doen blozen.'

Geheel volgens de destijds moderne inzichten kan Eline het niet helpen dat ze is zoals ze is: haar bedilzuchtige zuster Betsy aardt naar hun moeder, zij lijkt op hun artistiekerige, jonggestorven vader. Die was behept met een 'fijn-bezenuwd gestel', en te weinig wilskracht. Langzaam gaat Eline haar ondergang tegemoet, ervan overtuigd dat ze geen keuze heeft. Reddingspogingen van een liefhebbende verloofde, een Amerikaanse aanbidder -ze slaat ze af. En daar ligt ze dan, bij de open balkondeur op haar pensionkamer. ,,Toen vloeide het bewustzijn, als druppel na druppel, uit haar weg en zij sliep in de dood in.'

'Eline Vere' verscheen eerst in feuilleton. Beroemd is de anekdote over de indruk die de tragische dood van de heldin maakte op de Haagse krantenlezers; in de paardentram sprak iederéén erover, als betrof het een vrouw van vlees en bloed. Ook critici jubelden over het werkelijkheidsgehalte van 'Eline Vere', het 'hollandsche' karakter ervan. Hier werd 'een slachtoffer van onze nerveuse eeuw' neergezet.

Even waarheidsgetrouw beschrijft Couperus de leegheid van het 19de-eeuwse vrouwenbestaan. Een beetje op de chaise longue liggen, piano spelen, naar de opera gaan, eindeloos visites afleggen, een snufje liefdadigheid - méér zat er voor vrouwen uit de betere kringen niet in. Gewoon werken voor je boterhammetje, panacee voor klachten van depressieve aard, was uitgesloten voor Eline, Frédérique en Lili. (Heette je Dien, Leentje of Mina, dan had je natuurlijk nog méér pech gehad.)

Ook Constance, heldin uit 'De boeken der kleine zielen' (1901-1903), zou je de anachronistische boodschap graag willen influisteren. Ook zij lijdt hevig onder de onvoldaanheid van haar leven, in een ongelukkig tweede huwelijk, in een omgeving die haar haar vroegere misstap nog steeds nadraagt. Soms voelt ze een 'plotse heel vage treurigheid': ,,Wat zijn en wat doen wij klein. Nu word ik oud, en wat is er geweest. Zou er dan nog bestaan... iets anders? Of is dit voor iedereen... zoo: leven?' Pas als Constance zich ver van Den Haag wijdt aan de medemens, vindt ze vrede met haar bestaan.

Prachtig laat Couperus zien hoe milieu en erfelijkheid de personages bepalen. Dwars door de omvangrijke familie Van Löwe loopt 'een groote kraak', en die is tot in de kleinkinderen waarneembaar. Subtiel en met groot psychologisch inzicht beschrijft hij het web van sympathieën en antipathieën, de geheime passies en kleingeestige jaloezietjes van zijn kleine zielen. De auteur houdt zich, als echte naturalist, verre van een moreel oordeel. Couperus zelf zei het later zo: ,,Het komt er per slot zoo weinig op aan hoe ik die medemensch vind -als kunstenaar moet het mij oneindig meer interesseeren hoe die ander is.'

Tegenwoordig geldt 'De boeken der kleine zielen' als een hoogtepunt in Couperus' oeuvre, maar tijdgenoten deden er zuinig over. Van Deyssel noemde de familieroman 'beter dan niets' en 'onderhoudend'. De Telegraaf schreef: ,,Eilieve, welke indruk moet over vijftig jaar -gesteld dat Couperus dan nog gelezen wordt- iemand krijgen van de Nederlander uit het laatste vierde gedeelte der negentiende eeuw?'

Gaver nog van compositie en rijper van toon werd 'Van oude menschen, de dingen die voorbijgaan' (1906). Met deze literaire misdaadroman keerde Couperus nog één keer terug naar het Haagse milieu dat hij zo goed kende. Uiteraard bezoeken ook hier de zonden der vaderen weer ruimschoots de kinderen. Een moord van zestig jaar geleden ('het vreeselijke Ding') laat sporen na tot in het zoveelste geslacht.

De naturalistische noodlotsgedachte raakte allengs uit de mode. Dat Couperus niettemin nog steeds gelezen wordt, is natuurlijk vooral te danken aan zijn verteltalent en schrijfplezier. Daarmee ontstijgt hij moeiteloos de naturalistische clichés. En zelfs tegen regelmatig herlezen blijken de Haagse romans bestand. De personages zijn vertrouwd, de afloop is bekend, maar zelf sadder and wiser, treffen je andere details en inzichten dan tien, dan twintig jaar geleden. Het is de lakmoesproef voor het ware meesterwerk.

mailIcon print |