recensie 'Swing' is een speelfilm over zigeunerjazz die veel weg heeft van een documentaire. De zigeuner Miraldo wordt gespeeld door gitaarvirtuoos Tchavolo Schmitt in zijn eigen caravan in Straatsburg. Het is echter gissen of Tchavolo Schmitt daadwerkelijk het plastic op zijn caravanbanken heeft laten zitten en tussen luipaard-motiefjes en twee-liter-flessen cola leeft. Het kan namelijk ook allemaal door de Algerijnse Parijzenaar Tony Gatlif zijn verzonnen, om hiermee het zigeuner-effect te vergroten. De regisseur houdt zoveel van de zigeunercultuur- en jazz, dat hij er een speelfilm omheen bouwde, zoals hij dat ook al deed met zijn muzikaal geïnspireerde films 'Gadjo Dilo' en 'Vengo'.
In 'Swing' laat hij het roodharige jongetje Max een zomer lang optrekken met het wilde zigeunerkind Swing, een jongensachtig meisje dat hem leert hoe je van een fietsonderdeel een gitaar snaar maakt en hoe je met je blote handen vissen vangt. Van haar vader Miraldo leert hij gitaar spelen en hoe hij zijn hoofdpijn kan verdrijven met boomschors. Het is ouderwetse die, zigeunerromantiek doorspekt met tal van muzikale intermezzo's, een kunstmatige authenticiteit uitstraalt. Een film ook die ongegeneerd halt houdt bij boomstammen om erop te wijzen dat daar de gitaren, violen en contrabassen vandaan komen en die je daarom ook een tijdje bijblijft, als zo'n lange, warme en raadselachtige zomer uit je jeugd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.