recensie Welke klassiekers verdienen het herlezen te worden? Deze maand peilt Trouw de standaardwerken der sociologie. Vandaag: 'De Argonauten van de Westelijke Zuidzee'.
'De netto opbrengst van de ruilhandel is uiteindelijk de aanschaf van een paar vieze en onooglijke sieraden, bestaande uit platte schelpjes, in een cilindrische rol achter elkaar geregen; sommige vaal, andere frambooskleurig of baksteenrood. Maar voor de inheemsen ontleent dit resultaat zijn betekenis aan traditie en gewoonte, die aan de voorwerpen waarde en een zweem van avontuur schenken.'' De ruilhandel waarover de Engelse volkenkundige Bronislaw Malinowski (1884-1942) hier spreekt is de 'Kula', een grootscheepse uitwisseling van geschenken tussen de bewoners van een archipel ten oosten van wat nu Papoea-Nieuw-Guinea heet.
Eenmaal in de zoveel tijd voeren de bewoners van de Trobriand eilanden, van de d'Entrecasteaux eilanden en van de kust van Nieuw-Guinea, eropuit om de buren van witte armbanden of rode halskettingen te voorzien. Een halsketting werd altijd tegen een armband geruild en omgekeerd, en de halskettingen reisden rechtsom en de armbanden linksom.
In de levens van duizenden Melanesiërs was de Kula hét evenement, en de uittocht of aankomst van de vloot ging gepaard met uitgebreide voorbereidingen en rituelen. Maar, zoals Malinowski niet ophoudt te verzekeren, de Kula diende slechts de trots en het plezier van de deelnemers. Dat waren, behalve de Trobrianders die Malinoski als thuisbasis dienden, een handvol andere talen en culturen.
'De Argonauten van de Westelijke Zuidzee' was het eerste van een reeks boeken die de van oorsprong Poolse etnoloog publiceerde over zijn verblijf tussen 1914 en 1918 op de Trobriand eilanden. Met de 'Argonauten' schreef Malinowski ook de eerste volkenkundige bestseller (zijn flair voor titels bewees hij ook met 'Sex and Repression in Savage Society', 1927), maar in het boek benadrukte hij juist de wetenschappelijke status van zijn gegevens, en de lezer moet wel onder de indruk raken van de ijver waarmee hij zich in de 'wilde samenleving' verdiepte. Malinowski hamerde bijvoorbeeld op de noodzaak van een langdurige omgang met de inheemsen en een grondige kennis van hun taal. Het doel was immers ,,om het standpunt van de inboorling te begrijpen, om je rekenschap te geven van zijn relatie met het leven en van zijn kijk op de wereld''. Aandacht voor de details tekende ook Malinowski's professionele aanpak. Hij begint 'Argonauts' wel met een schets van de volkeren die de Kula bedrijven, maar de hoofdzaak van het boek is de Kula. Tot dan toe propten missionarissen en bestuursambtenaren hun exotische ervaringen weliswaar vol met wetenswaardigheden, maar Malinowski werpt een licht op het gehéél van de samenleving door minutieus onderzoek naar een op het oog zinloze verspilling van krachten.
In grote trekken volgt het boek een Kula-expeditie van de noordelijke Trobrianders naar hun belangrijkste partners, de Dobu in het zuidwesten, een volkje dat zich van de vrijmoedige Trobranders onderscheidde door zijn preutsheid, en dat bovendien de reputatie had een volk van menseneters te zijn.
Het begin is ook werkelijk het begin: het vellen van de boom die als kano zal dienen. Malinowski wisselt zakelijke informatie over de vervaardiging van kano's en navigatie steeds af met een verslag van de magie en rituelen waarmee die technieken gepaard gaan. Want, maakt hij de lezer duidelijk, magie begeleidt alle handelen. Alle succes, in vrijages zogoed als in de Kula, is volgens de Trobranders te danken aan de juiste bezweringen, en omgekeerd zijn ziekte en tegenslag altijd het gevolg van toverij. Voor een natuurlijk of toevallig verloop van zaken is onder de wilden geen ruimte.
De norse Dobu in het bijzonder, maar ook de vriendelijke Trobrianders, leven in een voortdurende zorg over tovenaars en heksen die elke nalatigheid in de ceremonieën met misoogsten en schipbreuk bestraffen. De onophoudelijke uitwisseling van geschenken tussen mensen lijkt ook bedoeld om geen aanstoot te geven, want 'vliegende heksen' en ander gevaar reageren niet alleen op inbreuken op rituele tradities, maar ook op uitdrukkelijk verzoek van beledigde partijen. De Kula is maar één sensationeel voorbeeld van alle giften en gaven die voortdurend van eigenaar veranderen. Want niemand houdt de geschenken, en al scheppen de inboorlingen een groot behagen in de uitstalling van kettingen, kokosnoten en stenen bijlen, nergens is er een echte accumulatie van kapitaalgoederen. Een armband is na ongeveer tien jaar weer terug op het vertrekpunt.
Arbeid en handel zijn volgens de economen instrumenten waarmee mensen, en bovenal primitieven, hun voordeel zoeken. Is het niet 'do ut des' (ik geef opdat jij geeft)? Maar de alomtegenwoordigheid van magie en mythe in Malinowski's verslag moet bewijzen dat zij met hun economie bezig zijn een precaire orde in stand te houden die constant door gevaren bedreigd wordt. In 'Argonauts' fulmineert Malinowski bij herhaling tegen de voorstelling van de wilde als een homo economicus die niet verder dan zijn eigen behoeften kijkt. De Kula, en de wederkerigheid in het algemeen, dient grotere doelen dan het vuige eigenbelang.
Malinowski stond aan het begin van een volkenkundige school die het functionalisme wordt genoemd. Functionalisten leerden dat samenlevingen goede en samenhangende redenen hadden voor hun zeden en gebruiken, ook al waren dat niet dezelfde als de onze. Activiteiten zoals de Kula, die in het Westen voor een gemankeerde ruilhandel zouden doorgaan, waren een hero ische poging van de Zuidzee-eilanders om een gevaarlijke wereld, vol heksen, haaien en kannibalen, te bedwingen.
Malinowski's toeschrijving van ideële motieven aan zo'n mijl op zeven is niet onweersproken gebleven, en er zou wel eens meer berekening in de Kula kunnen schuilen dan Malinowski wil doen geloven. Hij zag inheemse samenlevingen in snel tempo uitsterven dankzij het hardvochtige optreden van het koloniaal gezag en zijn toespeling op de Tobrianders als Griekse cultuurhelden moest zowel het onvervangbare van hun tradities aantonen, als het algemeen menselijke.
Door zich met de Trobrianders in te schepen, werd Malinowski een vroege pleitbezorger van wat Lévi-Strauss veertig jaar later 'het wilde denken' zou noemen, de primitieve logica. Maar in de eerste plaats was hij de vader van het volkenkundig veldwerk.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.