*

 

Champagnekater in driekwartsmaat

Peter van der Lint − 02/01/04, 00:00

recensie Het Nieuwjaarsconcert. Voor velen kan het nieuwe jaar niet zonder de familie Strauss beginnen. Het Nieuwjaarsconcert is een door televisie en satelliet tot mega-proporties uitgegroeid wals- en polkacliché waarbij miljoenen over de hele wereld hun wild rondhupsende champagne-kater een driekwartsmaat-structuur proberen te geven.

Het concert dat de Wiener Philharmoniker ieder jaar in de Wiener Musikverein geeft - sinds 1987 onder wisselende topdirigenten - staat zo bol van de traditie en de Oostenrijkse burgerlijkheid dat het bijna eng is. En met het ieder jaar wéér afstemmen op de directe verbinding met Wenen maak je hun traditie tot de jouwe. Je gruwt ervan, maar je kunt eigenlijk ook niet zonder.

Burgerlijkheid ten top. Dure burgerlijkheid, dat wel. Ruim 500 euro kost een toegangsbewijs, maar dan mag je wel op de maat meeklappen met de beroemde 'Radetzky-Marsch', hier beter bekend als 'tiete-kont-tiete-kont-tiete-kont' uit Wolkers' 'Turks fruit'. Tamelijk onschuldig nog als je weet dat 'An der schönen blauen Donau' geschreven werd als vocaal stuk voor mannenkoor met op de beroemde beginmaten de tekst: 'Wiener, seid froh! Oho! Wieso?'.

De opkomst van André Rieu en zijn platgeslagen Wiener-Strauss-melange heeft de componist en zijn familie geen goed gedaan. Wat al burgerlijk leek werd nu ultra-burgerlijk met al die breedlachende violistes in nep-baljurken. Regisseur Hans Neuenfels probeerde in Salzburg in 2001 die truttigheid te doorbreken met een productie van Strauss' 'Die Fleder maus' die aankwam als een mokerslag.

Dit soort nieuwigheden hoef je op het Nieuwjaarsconcert niet te verwachten, maar door sommige dirigenten (Carlos Kleiber of Nikolaus Harnoncourt) wordt een en ander soms in een heel nieuw licht gezet en begrijp je waarom de grote Brahms de muziek van Strauss vereerde.

Dit jaar kozen de orkestmusici - het beroemde Weense orkest is een vereniging waar de musicerende leden het voor het zeggen hebben - de Napolitaanse dirigent Riccardo Muti als ceremoniemeester. Muti is geliefd bij de Weners: al voor de vierde keer mocht hij de dans leiden op deze 1ste januari. Van de uitverkoren dirigent wordt niet alleen verwacht dat hij media-geniek het stokje zwaait, hij moet de wereld ook toespreken in een nieuwjaarswens. Muti deed dat gisteren - in het Engels - nogal klungelig. Hij sprak over de conflicten in de wereld en over de bindende en helende kracht van muziek, in het bijzonder die van Strauss-familie. Vreugde, droefenis en hoop liggen volgens Muti in al die walsen, polka's en galops besloten. Hoe waar dat allemaal ook moge zijn, het klonk wel erg cliché-matig en obligaat.

En dan te bedenken dat de traditie van het Weense Nieuwjaarsconcert begon in het donkere jaar 1941 onder leiding van Clemens Krauss. Krauss had in 1929 op de Salzburger Festspiele de Wiener Philharmoniker gedirigeerd in een programma met alleen maar muziek van de Straussen. Dat was een noviteit en die beviel zo goed dat er vanaf 1933 ieder jaar een Strauss-concert was. In 1938 probeerden de nazi's de Wiener Philharmoniker-vereniging op te heffen, maar door tussenkomst van onder anderen Wilhelm Furtwüngler werd dat besluit teruggedraaid. Op 31 december 1939 leidde Krauss een Aubeta er ordentliches Konzert - een politiek statement - en het jaar daarop dus het eerste echte Nieuwjaarsconcert. Zelfs op 1 januari 1945 ging het concert nog door. Door de geallieerden werd Krauss twee jaar lang verboden om te dirigeren, maar Nieuwjaarsconcerten in '46 en '47 gingen door onder Josef Krips. In 1948 keerde Krauss terug en leidde het concert tot aan zijn dood in 1954.

Na Krauss begon de periode van Willy Boskovsky, concertmeester en eerste violist van het orkest. De keus voor Boskovsky was omstreden, maar de violist had zo'n succes dat hij maar liefst vijfentwintig jaar lang het Nieuwjaarsconcert leidde en het tevens een internationaal gezicht gaf. In Boskovsky's periode werd gestart met de rechtstreekse Eurovisie-uitzendingen. Wegens zijn gezondheid kon Boskovsky in 1980 niet meer dirigeren en kozen de musici Lorin Maazel (van huis uit ook een violist) als opvolger. Vanaf 1987 besloten de Weners om per jaar van dirigent te wisselen en ze begonnen niet met de minste: Herbert von Karajan. Na hem kwamen Claudio Abbado (1988 en 1991), Carlos Kleiber (1989 en 1992), Zubin Mehta (1990, 1995 en 1998), Riccardo Muti (1993, 1997 en 2000), wederom Maazel (1994, 1996 en 1999), Nikolaus Harnoncourt (2001 en 2003) en Seiji Ozawa (2002).

Herdacht werd vader Strauss omdat die in 1804 werd geboren. Zijn 'Radetzky-Marsch' is dan wel populair, maar verder schreef hij weinig opvallends. Van zijn zoon (de echte walsen-koning) ontbraken gisteren de grootse walsen, al klonk in de ouvertüre tot 'Das Spitzentuch der Königin' wel die gouden melodie die hij later in 'Rosen aus dem Süden' zou gebruiken. Nee. Al met al was dit een van de suffere Nieuwjaarsconcerten, die een beroemde grap onder musici in herinnering riep: 'Wenn Strauss, dann Richard'. Die schreef ook walsen, maar die hoor je nou nooit in Wenen op 1 januari.

mailIcon print |