*

 

Nu de tranen, toen de eetlust

Jeroen Thijssen − 16/06/04, 00:00

recensie De Gouden Eeuw ligt inmiddels drie eeuwen achter ons maar geestelijk is die periode toch te overbruggen. Op het eerste gezicht, bijvoorbeeld, ziet geen modern mens een vrouwelijk geslachtsdeel in een moot zalm. Zeventiende eeuwers hadden daar geen enkele moeite mee, volgens Bert Natter, schrijver van 'Het Rijksmuseumkookboek'.

Wie op de reproductie, in het boek, van 'Gebed zonder end' van Nicolaes Maes de moot zalm bekijkt waarvoor een oude vrouw zit te bidden, begrijpt het al een stuk beter. Het roze visvlees, de wulps gebogen wammen, de ovale opening- die 17de-eeuwers hadden gelijk.

Op andere gebieden lijkt de kloof groter. Waar moderne Nederlanders hun gedierte liefst in anonieme lapjes tot zich nemen genoot de 17de-eeuwer juist van het exposé van dode beesten en bloederige brokken vlees.

Fazanten, patrijzen, vers geschoten en in hun pracht uitgestald wekken nu de tranen, toen de eetlust. De zwijnskop van 'een onbekende schilder' zou tegenwoordig zelfs de koelvitrine van een slager niet meer halen. Prachtig schilderij -nooit geweten dat dode varkens zo grimmig kunnen lachen.

Prachtig boek ook, met meesters die ik nog niet eens als straatnaam ken. Allemaal schilderden ze alsof ze fotografeerden. Neem de stoffen van de feestjurken op pagina 16, het Galant Gezelschap van Pieter Codde: fotorealisme stamt uit de 17de eeuw.

De kunsthistorische tekst van Bert Natter neemt de lezer mee langs vele aspecten van het Gouden Eeuwse koken: hygiënische gedachten en de behandeling van keukenpersoneel, inkopen en ingrediënten, etiquette en servies, te veel om op te noemen en uiteraard geïllustreerd met de mooist geschilderde plaatjes.

Natter gebruikt moderne kunsthistorische methoden. Waarom kijken twee dienstmeiden niet naar een afbeelding van Christus, op bezoek bij Martha en Maria? Omdat zij het oneens zijn met de uitspattingen van hun mede-eeuwers. Wat betekenen de pauwen in Rembrandts 'Dode pauwen'? Zij symboliseren Jezus Christus.

Zo staat het boek vol eye-openers, prettig en toegankelijk opgeschreven.

Valt er ook nog wat te koken? Jawel, vanaf pagina 72 laten tien moderne koks zich door oude schilderijen inspireren tot vijf gerechten ieder. Dat leidt tot heel uiteenlopende recepten, de een wat klassieker dan de ander maar alle met een historische toets. De meeste zijn simpel uit te voeren, ook door amateurs, en de ingrediënten zijn meestal algemeen verkrijgbaar.

Een mooi boek voor de liefhebber van schilderkunst, die zo met heel andere aspecten van zijn liefhebberij kennismaakt, én voor de geïnteresseerde gourmet, voor wie hetzelfde geldt.

Helemaal niets te klagen? Nou, lettertjes van de reproductiebijschriften, die soms halve pagina's lang zijn, kan ik alleen met een vergrootglas lezen. En over één zaak wil ik echt het vingertje heffen. Geachte redactie, dit boek heeft als titel 'Het Rijksmuseum Kookboek'. Het Rijksmuseum. Dat betekent: het museum van heel Nederland. Waarom komen alle koks dan uit Amsterdam?

mailIcon print |