*

 

Barokke pracht van Jacobs en Lacroix

Peter van der Lint − 06/05/04, 00:00

recensie Voor het Venetiaanse carnavalseizoen van 1667-1668 componeerde Francesco Cavalli de opera 'Eliogabalo' (klemtoon op 'ga') over de perverse Romeinse keizer Heliogabalus.

Ondanks de zucht naar nieuwe opera's in Venetië (amper dertig jaar eerder was daar het eerste publieke operatheater ter wereld geopend) werd deze 'Eliogabalo' echter nooit uitgevoerd. Was de stijl van Cavalli te ouderwets geworden in het zich snel ontwikkelende operagenre of riep het scabreuze libretto zoveel weerstand op dat de Venetiaanse censuur het verbood? Muziekwetenschappers weten het niet zeker. Feit is wel dat het libretto werd gekuist en vervolgens aan een andere (jongere) componist werd aangeboden. Deze Boretti componeerde fluks zijn eigen 'Eliogabalo', die wél het carnaval opluisterde. Maar Cavalli's 'Eliogabalo' kreeg 337 jaar later alsnog een wereldpremière – in Brussel of all places! Van die plek zou Cavalli zelf behoorlijk hebben opgekeken. Met zijn opera 'Ercole amante' kwam hij ooit zo noordelijk als Parijs, maar daar had men de schurft aan de Italiaanse opera met haar castraten. Cavalli droop af en zwoer nooit meer een opera te schrijven. Daar kwam hij gelukkig op terug en schreef er nog een zestal, steeds over Romeinse onderwerpen. Ook de opera die na 'Eliogabalo' ontstond, werd nooit opgevoerd, dus de veronderstelling dat Cavalli uit de mode was, lijkt aannemelijk.

De oude Cavalli schreef dan ook een partituur voor zingende acteurs en niet voor de stemacrobatendie met hun ego's steeds meer in de mode kwamen. Bijna dertig jaar na 'L'Incoronazione di Poppea' bleef Cavalli nog componeren in de reciterende stijl van zijn grote leermeester Monteverdi. Dirigent René Jacobs heeft wat met Cavalli. Al eerder liet hij werken van hem herleven: 'Serse', 'Giasone' en 'La Calisto' gingen scenisch op verschillende podia en werden tevens op cd uitgebracht. Vooral de Brusselse productie van 'La Calisto' (in een wonderbaarlijk fraaie regie van wijlen Herbert Wernicke) was een wonder van schoonheid.

Dat niveau haalt 'Eliogabalo' niet; niet qua muziek, niet qua libretto, noch qua beeld. Jacobs heeft er alles aan gedaan om zijn geliefde Cavalli een geweldige verlate première te bezorgen.

Met passie heeft hij de partituur speelklaar gemaakt, aangevuld en verrijkt. Met zijn barokensemble Concerto Vocale wist hij in de bak van de Munt de oren te strelen en te verrassen. Maar Cavalli is hier opvallend kortademiger dan in zijn beste werken. Er zitten schitterende lamento's in het werk (een specialiteit van Cavalli) en er is een zeldzaam fraaie, meerdelige aria voor Eliogabalo, maar over het algemeen is de melodieuze spanning aan de korte kant.

Ook de enscenering van regisseur Vincent Boussard is niet zo oogstrelend. Het is allemaal wel oké, maar van een opera met zo'n scabreus onderwerp verwacht je iets meer wulpse uitwerking, zeker in de slotscènes van de drie akten: de vrouwensenaat, een banket en een gladiatorengevecht.

En om nou Heliogabalus via Leni Riefenstahl aan Hitler te linken? De barokke pracht van de kostuums van couturier Christian Lacroix (wat zal dat gekost hebben) maakt veel goed, evenals de zangers. Allemaal zingende acteurs en toch ook een beetje stemacrobaten.

mailIcon print |