recensie In zijn gisteren verschenen boek onderzoekt de historicus Lambert Giebels - hij schreef eerder boeken over Beel en Soekarno - in hoeverre het mogelijk is een 'wetenschappelijke biografie' van Jezus te schrijven. Hij bedoelt daarmee een levensbeschrijving, gebaseerd op objectieve, verifieerbare gegevens, die aan de hand van de feiten de ontwikkeling van de persoonlijkheid kan laten zien.
Tegen het eind van zijn boek komt Giebels tot de conclusie dat een dergelijke biografie niet te schrijven is. Toch luidt de titel: 'Jezus. Een biografie', en draagt de auteur alle ingrediënten aan die zo'n biografie gestalte kunnen geven.
Giebels gaat uitvoerig in op de politieke omstandigheden in Jezus' tijd en verzamelt het beschikbare materiaal over diens leven en sterven. Zelfs de vraag naar Jezus' uiterlijk en seksuele geaardheid ontbreekt niet. Als geheel is het een helder geschreven boek waaruit de lezer die niet met de materie vertrouwd is het nodige kan leren.
Maar wie de standaardliteratuur over de historische Jezus kent, zal bij Giebels weinig of geen nieuws tegenkomen. Het opvallendste vind ik hoe Giebels het pathos van de moderne historicus verbindt met oordelen die je eerder in een behoudend religieus milieu zou verwachten. Aan de ene kant bedrijft hij onderzoek in de traditie van de Verlichting. Zo maakt hij een scherp onderscheid tussen het mythische beeld van de godmens Jezus en de voor een historicus toegankelijke historische werkelijkheid. De wonderen beschouwt hij als onhistorische fenomenen en de opstandingsverhalen laat hij buiten beschouwing omdat dergelijke mythen niet in een biografie thuishoren.
Op andere punten neemt de auteur standpunten in die eerder als relicten uit zijn vroegere katholieke opvoeding te begrijpen zijn. Volgens Giebels bestaat de boodschap van de evangelisten daarin ,,dat de geliefde leermeester met zijn dood de mens heeft verlost uit de erfzonde''. Voor de apostel Paulus gaat zo'n formulering al niet op, de evangelisten denken in het geheel niet in die richting. Zij zouden niet weten wat erfzonde is.
Ander voorbeeld: Giebels beschouwt de apostel Johannes als de auteur van het gelijknamige evangelie. Omdat hij 'de meest geliefde leerling' van Jezus was en volgens Giebels als enige van de evangelisten voortdurend met hem optrok, is aan zijn verhaal een hoge mate van historische betrouwbaarheid toe te kennen. De problemen waarvoor deze hypothese ons stelt en die in alle gangbare inleidingsboeken tot het Nieuwe Testament aan de orde komen, zijn Giebels kennelijk ontgaan. Hier en daar komen we ook een ouderwetse poging tot harmonisatie van de evangeliën tegen. Bijvoorbeeld wanneer hij probeert de apostellijsten van de synoptische evangeliën met de gegevens uit het evangelie naar Johannes te combineren.
Uitgesproken storend zijn de vele historische vergissingen. Giebels verwijst regelmatig naar antieke bronnen, maar noemt nergens de vindplaats. Bij controle blijken zijn citaten meer dan eens onnauwkeurig te zijn. Het is te betreuren dat Giebels zijn manuscript niet eerst aan deskundigen heeft voorgelegd. Zij hadden hem gezegd dat niet een zekere Johann Weiss, maar Christian Hermann Weisse aan de wieg stond van de hypothese dat Mattheüs en Lucas naast Marcus een gemeenschappelijke bron gebruikten, dat er een groot verschil is tussen tekst- en literaire kritiek en dat kopiisten niet te verwarren zijn met tradenten en redactionele bewerkers.
Hoewel Giebels in zijn woord vooraf zegt dat hij zich als historicus verre houdt van exegese, blijkt hij aan het slot van zijn boek wel een theologische boodschap te hebben. Als Christusfiguur heeft Jezus als een splijtzwam gewerkt. Als de profeet Jezus van Nazareth kan hij evenwel een bindweefsel vormen. Als wereldhervormer kan hij voor niet-christenen acceptabel worden.
Dat is een respectabele these. Maar als historicus zie ik een grote kloof tussen de apocalyptische profeet Jezus die de nabijheid van het Rijk Gods aankondigde en de wereldhervormer naar het ideaal van Giebels.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.