*

 

Niets blijft heel, niets veilig

Iris Pronk − 10/04/04, 00:00

recensie De nieuwe novelle van Manon Uphoff begint als een ouderwetse griezelfilm: in een oud, vervallen landhuis vol vleermuizen en rottend hout. Daarin woont een stokoude vrouw, die zelf al het bederf voorbij is. Ze zit daar maar tussen de muizen, het spinrag en de vermolmde meubels, als een volstrekt vergeten en nutteloos voorwerp. Alles wat ze doet, is wachten op het verval, op wat er gebeurt als er niemand meer ingrijpt. Ze wacht en kijkt, bewust en zelfs met bewondering. Zij heeft zo wel wat weg van de schrijfster, die steeds weer gefascineerd lijkt door ontbinding, destructie en (onderhuidse) kwetsuren. Vlees rot weg, intimiteit is broos, begeerte vaak pijnlijk, relaties zijn niet bestand tegen achteloosheid of het wrede lot. Dat was al zo in Uphoffs debuut 'Begeerte' (1995), dat is weer het geval in haar novellen 'De vanger' (2003) en het recente 'De bastaard'. Als je Uphoffs werk tot één credo zou moeten indikken, dan is het misschien dit: niets blijft heel en niemand is veilig.

Het is deze thematiek en haar krachtige, geladen taal die Uphoffs verhalen zo authentiek en vaak verontrustend maken. Uphoff experimenteert met menselijke verhoudingen, snijdt met haar mes soms diep in het vlees. In haar wereld kwetsen mensen elkaar niet eens met opzet, maar bij toeval en terloops. Een man, een vrouw, een kind -Uphoff stopt ze onder een stolp en bekijkt hun interactie, hun verwondingen en het onvermijdelijke bederf. Vooral de novelle leent zich goed voor dit soort experimenten, want in die gecomprimeerde vorm kan de schrijfster het melodrama uitvergroten en de omgevingsruis elimineren.

Dat lukte vooral goed in 'De vanger', de eerste novelle van wat een drieluik moet worden. Het verhaal is even simpel als gruwelijk: een man en een vrouw zijn samen gelukkig en krijgen een kind. Dan laat de man het kind zomaar uit zijn handen vallen. Plof, daar ligt het, bewegingloos op de vloer. In een impuls legt de man het lijkje naast de slapende vrouw in bed - en dan komt het natuurlijk nooit meer goed tussen hen. Het is een klein maar huiveringwekkend drama, verteld op een suggestieve manier, zonder al te veel dialogen en gepsychologiseer.

Ook in 'De bastaard' sterft een kind. En ook in dit verhaal zorgt zijn dood voor de definitieve verwijdering tussen een man en zijn vrouw. Er zijn meer overeenkomsten tussen de twee novellen: ze spelen zich allebei af in een groot, vervallen huis, dat veel van een filmdecor heeft. Het is in beide gevallen het eigendom van een jonge vrouw, wier ouders net gestorven zijn. Beide novellen zijn een soort wrede sprookjes, met een onheilspellende, zij het niet eenduidige moraal. Verschillen zijn er ook: 'De bastaard' is zo'n honderd jaar geleden gesitueerd en is gestoffeerd met freules, jachtpartijen, kroonluchters en bediendes. Meer personages, meer verhoudingen, net iets meer omgevingslawaai. 'De vanger' beperkt zich tot een man en een vrouw in een soort tijdloos 'nu' en is daardoor krachtiger, dramatischer.

Maar ook 'De bastaard' intrigeert. Vooral vanwege die stokoude vrouw, die ooit een plomp en eenzaam meisje was. Niemand vond haar mooi of bijzonder: ,,Haar charme, die bij vlagen ontroerde, was pas zichtbaar als niemand naar haar keek.'' Haar echtgenoot negeert háár begeerte en verwekt nog tijdens hun huwelijksnacht een bastaard. En toch blijft juist deze taaie, onaantrekkelijke vrouw nog wel een tijdje bij je.

mailIcon print |