*

 

Jann Ruyters herleest 'De Tweede Sekse'

Jann Ruyters − 10/04/04, 00:00

recensie Welke klassiekers verdienen het herlezen te worden? Deze maand test 'het kanon' de canon van het feminisme.

Wat is een vrouw? Dat is wat Simone de Beauvoir zich afvraagt in 'De Tweede Sekse', anno 1949. Tekenend is het al dat ze die vraag stelt, vindt ze. Het zou nooit bij mannen opkomen om een boek te schrijven over de bijzondere positie die mannen in het mensdom innemen. Maar de man is het onzichtbare ik, de vrouw is de met metaforen overladen ander. ,,Als ik mezelf wil bepalen of beschrijven moet ik al beginnen met 'ik ben een vrouw'. Die waarheid vormt dan de basis waarop iedere andere bewering wordt gestapeld.''

Een irritant onderwerp noemt ze 'de vrouw' in haar inleiding, vooral voor vrouwen. Als ze de vraag stelt wat een vrouw is, is het ook net alsof ze het zelf niet is. Deirdre Bair schrijft in haar biografie dat De Beauvoir zich bij dit onderwerp aanvankelijk ook meer voyeur voelde dan betrokkene. Wat op al die vrouwen sloeg, sloeg niet op De Beauvoir. Dat lezen we ook in haar vierdelige, inspirerende autobiografie, waarin ze haar eigen bestaan beschrijft als een welbesteed, onafhankelijk leven. Ze kreeg van een armlastige vader een 'onvrouwelijke' opvoeding. Als volwassene raakte ze niet gevangen in het in 'De Tweede Sekse' verketterde 'obscene' huwelijk, niet economisch afhankelijk van een echtgenoot of in haar vrijheid beknot door een sleep kinderen. Haar huis was niet het centrum van een te kleine wereld, integendeel ze leefde in hotels en ze schreef in cafés, en had een uitgebreide kring van inspirerende vrienden en kennissen. Ze had met haar partner Jean-Paul Sartre een gelijkwaardige relatie, vond ze, gebaseerd op wederzijds intellectueel respect. Ze had daarnaast affaires met vrouwen en een hartstochtelijke liefdesrelatie met de Amerikaanse schrijver Nelson Algren op het moment dat ze 'De Tweede Sekse' schreef. Ze was succesvol als schrijfster en filosoof.

Een irritant onderwerp dus, 'het vrouwelijke', ofwel 'het niet-mannelijke', vooral voor een vrije vrouw als De Beauvoir. Toch wijdde ze zo'n achthonderd bladzijden aan een alomvattende analyse. Haar studie groeide uit tot het meest bekritiseerde en minst gelezen boek van het feminisme, volgens De Beauvoir-expert Karin Vintges, die in 1993 op De Beauvoirs filosofie promoveerde. Dat minst gelezen zal wel veel met die achthonderd bladzijden te maken hebben. Waar alle kritiek vandaan komt wordt bij herlezing anno 2004 ook wel duidelijk. De Beauvoir rijst uit haar studie op als de respectabele oermoeder van de vrouwenbevrijding, die niettemin zelf best nog wel een tweede golf feminisme kan gebruiken. De golf waarin haar 'mannelijk' denkkader onder vuur zou komen te liggen.

Niet dat er op het fundament van haar analyse veel valt af te dingen, zeker niet gezien de tijd waarin het geschreven werd. In navolging van Hegel (en kompaan Sartre) gaat De Beauvoir uit van een subject dat zich vormt in tegenstelling tot een ander. Wat ik ben, hangt af van wat de ander is in relatie tot mij. ,,De mensheid is mannelijk, en de man bepaalt de vrouw niet als een zelfstandig wezen maar in zijn relatie tot hem'', aldus De Beauvoir. Zij is dienares, heks, madonna, hoer. Alles wat hij vreest, bemint, haat en verlangt, projecteert hij in de vrouw. Haar lichaam roept angst en verlangen op. Ze staat voor de dood (la petite mort) maar ook voor het leven. Hij is bewustzijn, cultuur; zij is lichaam, natuur. Hij overstijgt zijn positie in arbeid, zij is in huis gedoemd tot eeuwig herhalen. Mannelijke transcendentie versus vrouwelijke immanentie. Een hiërarchisch onderscheid, dat spreekt voor zich. Hij denkt. Zij is.

Die fundamentele positie van de ander wordt in de westerse cultuur niet alleen door vrouwen ingenomen. Zo vergelijkt De Beauvoir de positie van vrouwen met die van de zwarte Amerikanen. Verschil is dat (op het moment dat De Beauvoir haar analyse maakt) de soevereiniteit van de man door de vrouw niet wordt betwist. Integendeel, zij is medeplichtig. Hoe kan dat? Hoe wordt de vrouw tot die ondergeschikte positie van vrouwelijkheid verleid? ,,Je wordt niet als vrouw geboren, maar tot vrouw gemaakt.'' Met die beroemde zin luidt De Beauvoir dan het tweede deel van haar studie in, waarin ze ingaat op vorming en situatie van vrouwen in de werkelijkheid. Het is te veel om hier op te noemen. Hoe jongens leren zichzelf te verwerkelijken, hoe meisjes leren zichzelf tot object te maken. Het obscene huwelijk, dat wat spontaan is in rechten en plichten verandert. De mythe van het moederschap. Het gebrek aan voorbeelden. ,,Al die mannen van Perseus tot Napoleon en daar tegenover alleen Jeanne d'Arc'', schrijft ze. En Margaret Thatcher, zou je er nu achteraan denken. Maar dan houdt het wel weer op.

De vorming en situatie die De Beauvoir in dit tweede deel beschrijft zijn die van 1949; er is wel het een en ander veranderd. Niet langer willen ouders in de westerse samenleving liever zonen, bijvoorbeeld. Niet langer wordt alleen de jongen gestimuleerd zichzelf te verwerkelijken. In het getob over slecht presterende jongens lijkt de situatie zelfs omgedraaid. De Beauvoir blijkt nog wel over profetische gaven te beschikken als zij ingaat op de weg naar bevrijding. 'Bridget Jones' doemt op in haar scepsis over de vrouw die gefixeerd blijft op het huwelijk en daardoor gedoemd zou zijn tot middelmatigheid. Maar precies in dat soort gedachten schuilt ook de crux van 'De Tweede Sekse'. De man blijft de maat van alle dingen, de vrouw is gewoon niet mans genoeg. Gelukkig kwam er nog een Tweede Golf.

mailIcon print |