*

 

Geen happy end voor de onheldhaftigen

Jann Ruyters − 10/06/04, 00:00

recensie 'The House of Sand and Fog' doet het anders dan andere Hollywood-films: geen strijd van goed versus kwaad, maar een gevecht tussen niet zo'n goede heldin en niet zo'n goede held. Bijna echte mensen. Ze vechten om een huis. Ook niet zo'n heel bijzonder huis; versleten, kaal, wel met zicht op de oceaan.

Het huis was van Kathy (Jennifer Connelly), een jonge Amerikaanse, vechtend tegen neiging naar alcohol. Acht maanden geleden verlaten door haar man, en in die miserabele toestand niet van zins haar post te openen. Zeker niet enveloppen van de belastingdienst. Je kent het wel. Kathy wordt ten onrechte uit haar huis gezet en de volgende dag wordt het bij de veiling gekocht door Massoud Behranie (Ben Kingsley). Iraans vluchteling, ooit kolonel onder de sjah, nu stratenmaker en pompbediende. In het huis, dat hij voor weinig kan krijgen en voor veel wil verkopen, ziet hij de kans iets van het oude, betere leven voor zichzelf en zijn gezin terug te winnen.

Zie daar het conflict. Twee verliezers, ieder geobsedeerd door eigen verlies en fanatiek in de herovering van hun Amerikaanse droom. Debuterend regisseur Perelman, tevens Russisch immigrant in Canada, baseerde zijn film op een roman van de hier onbekende Andre Dubus III. Hij bouwde zijn verhaal evenwichtig op. Bijna te evenwichtig. Iedere misstap krijgt zijn kader, als was het een betoog voor de rechtbank. Steeds als de één zich vergaloppeert, vergaloppeert de ander zich ook. Kathy klampt zich blind vast aan een corrupte hulpsheriff. De waardige Behrani blijkt een dwingelanderige patriarch. Vol ingehouden woede, die we van Ben Kingsley al vaker hebben gezien.

De voortdurende nuance maakt van 'The House of Sand and Fog' een ernstige film, dood-ernstig als een requiem, inclusief zware soundtrack. En de oplossing stelt teleur, politiek-correct, melodramatisch. Onheldhaftigen verdienen geen 'happy end', blijkbaar.

mailIcon print |