recensie Met 'De Rotters Club', zijn nostalgische roman over de jaren zeventig, wist Jonathan Coe drie jaar geleden een gevoelige snaar te raken bij zijn over-ironische tijdgenoten. Verlangden we niet allemaal terug naar de ideologische ernst van toen? Deze week verschijnt het langverwachte vervolg 'De besloten kring', dat zich afspeelt in het tijdperk-Blair. Weet Coe ook de nieuwe tijdgeest te vangen?
De recente geschiedenis heeft het de Britse schrijver Jonathan Coe niet gemakkelijk gemaakt. Afgelopen zomer verscheen in Engeland 'The Closed Circle' (deze week ook in Nederlandse vertaling: 'De besloten kring'), het langverwachte vervolg op Coe's succesvolle seventies-sleutelroman: 'De Rotters Club' (2001). Heimwee naar 'de bruine jaren' inspireerde Coe halverwege de jaren negentig tot het schrijven van deze roman, gesitueerd in de jaren zeventig in Coe's eigen Birmingham. Coe's eigen adolescentietijd ook: de tijd van stakingen die het land stillegden, van Ira-aanslagen, van de symfonische rock van Yes en Genesis.
Volgens Coe, die ten tijde van het verschijnen van 'De Rotters Club' een anti-ironisch pamflet publiceerde in The Sunday Times, waren de jaren zeventig een tijdperk dat wel enige nostalgie verdiende. ,,Ach, konden we maar iets van de komische ernst van toen terugvinden'', verzuchtte de schrijver (vrij ironisch) in The Sunday Times. ,,Is dit een verbetering: deze cooler, slickier, glossier culture waarin alleen de verschijning telt, waarin niets meer serieus wordt genomen?''
In 'De Rotters Club' beleefden we onschuld en idealisme door de ogen van vier jongens op de egalitaire 'King Williams's School' en hun zussen, vriendinnen. Een van hen was Benjamin Trotter, the quiet one, dromer en dweper, aspirerend schrijver en componist, bezig met een ingewikkelde literair-muzikale compositie, voor eeuwig verliefd op onbereikbare Cicely.
Het boek eindigt op het moment dat Benjamin Cicely zijn vriendin mag noemen. Op straat wordt hij aangesproken door een buurman die de gelukzalige adolescent twee voorspellingen doet: ,,Een: jij en Cicely zullen voor altijd gelukkig zijn. Twee: die Thatcher zal nooit premier worden.''
Dat dubbelzinnige einde van 'De Rotters Club' was niet echt een einde, het was meer zomaar ergens een einde en er zou ook nog meer komen, zo beloofde de schrijver na de epiloog aan zijn lezers. Ooit was Coe van plan geweest een zesdelige cyclus te schrijven, zoals Anthony Powells 'Dance to the Music of Time', maar inmiddels had hij besloten alleen het eerste en het laatste deel te schrijven, dezelfde levens op twee momenten in de tijd, met een interval van twintig jaar.
En toen sprongen die grote gebeurtenissen van de afgelopen jaren er dus tussen. Tenminste, die conclusie moet je haast wel trekken na lezing van het vervolg, dat nu drie jaar te laat (Coe dacht er nog maar een halfjaar voor nodig te hebben) verschijnt.
In 'De gesloten cirkel' vinden we dezelfde personages terug, veertigers nu. Mislukking, teleurstelling en twijfel overheersen. De altijd aarzelende Benjamin is ongelukkig getrouwd met Emily, met wie hij alleen zijn wankele geloof gemeen heeft. Eigenlijk is hij nog steeds verliefd op Cicely, die hem al na een paar maanden heeft verlaten omdat ze een lesbische periode doormaakte. Benjamin werkt als accountant en schrijft al meer dan twintig jaar aan zijn meesterwerk; 'Rubery's answer to Proust', noemt zijn jongere broer Paul hem sardonisch.
Deze Paul, in 'De Rotters Club' een gewantrouwd, eng rechts ventje aan de zijlijn, krijgt in 'De gesloten cirkel' een centrale rol. Hij is geslaagd politicus, New Labour, altijd druk in de weer om zijn diffuse politieke standpunten te rijmen met een even duistere partijlijn. Mede-scholiere Claire Newman (ooit stilletjes verliefd op Benjamin) is net terug uit Italiƫ na een mislukte relatie met een getrouwde Italiaan. Terug in Engeland besluit zij opnieuw op zoek te gaan naar haar zus Miriam die in 'The Rotters Club' zo mysterieus verdween.
Naast de scholieren van toen is er een nieuwe generatie opgestaan, the pale people, zoals Patrick, de zoon van Claire, ze ergens noemt. Een van hen is Malvina, geboren in het late jaar 1980. Wanneer de altijd aarzelende Benjamin deze mooie, pragmatische, talentvolle Malvina voorstelt aan zijn meer glamoureuze broer gaat die direct begerig met haar aan de haal: ,,Wat denk je van een baan als mijn media-adviseur?''.
Net als in 'De Rotters Club' vermengt Coe de soap-verwikkelingen met het politieke, sociale en culturele rumoer in Engeland. Het recente Engeland: massale demonstraties tegen de sluiting van de Rover-fabriek in Birmingham in 2000 ('Tony Blair, shame on you, shame on you for turning blue!'), de debatten over nieuw-rechts, over de oorlog in Afghanistan, Irak. De popalbums van de tieners van toen hebben als referentiekader plaatsgemaakt voor populaire tv-programma's. Politicus Paul werkt aan een 'sexed-up' imago met een optreden in 'Have I Got News For You' en prijkt als nummer 49 op de lijst van de '50 sharpest men in Britain'. Op het bijbehorende feestje stuit hij op twee kandidaten uit 'Big Brother' die meer fotografen op zich afkrijgen dan een eveneens aanwezige Nobelprijs-winnaar.
Coe schetst het nieuwe toonaangevende voyeurisme in een 'postmoderne' variatie van genres: dagboek, krantencolumn, brief, alwetend proza. Niet al die genres zijn even overtuigend (zo klinken de dagboekaantekeningen van Claire niet als echte dagboekaantekeningen) maar vervelen doet Coe nergens. Hij is er een te vaardig verteller voor. Alleen er rijst niet iets groters op.
Ergens laat Coe Benjamin verzuchten dat hij niet weet wat hij als schrijver aan moet met de grote dingen: met 11 september, de sluiting van de fabrieken, Irak. Het is alsof Coe zelf die verzuchting slaakt. Hij laat Benjamins mede-scholier, later journalist Philip Chase het verlangen uitspreken om een boek te schrijven over de verbanden tussen fundamentalisme, nieuw rechts en nationalisme, om direct weer te stranden in de alomvattendheid van dat plan. Ook daar is het alsof Coe zelf hapert.
Halverwege de jaren negentig begonnen met een (overigens vrij ironische) nostalgische reflectie op de jaren zeventig als antigif tegen het tijdperk van de ironie, maar tijdens de voltooiing van zijn tweeluik ingehaald door de nieuwe ernst. 11 september heeft de bevlogenheid van weleer weer in een ander daglicht geplaatst.
Anno 2004 lijkt nostalgie naar het tijdperk van de ironie al bijna beter op haar plaats. Overigens wel weer geheel volgens de tijdgeest wint in 'De gesloten cirkel' de soap het daarom van de cultuurkritiek: alle losse eindjes worden door de schrijver netjes ingevuld. Ieder personage vindt een bestemming. En als je dan toch iets groters aan wilt wijzen dan is het dat Coe's onzekere veertigers leven in onzekere tijden; tijden die Jonathan Coe als cultuurcriticus ook wat wankel hebben gemaakt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.