*

 

Tony Blair, powerholic

Henriëtte Lakmaker − 09/10/04, 00:00

recensie 'Waarom eindigt het verhaal altijd in tranen'', vraagt BBC-journalist Jeremy Paxman zich af, in zijn boek 'The Political Animal' uit 2002. Waarom blijven premiers altijd te lang aan?

De Belgische journalist Ivan Ollevier, de VRT-verslaggever voor Britse politiek, noemt net als Paxman meerdere Engelse premiers die niet meer zonder macht dachten te kunnen leven: Margaret Thatcher bijvoorbeeld. En nu, betoogt Ollevier in zijn boek, zit het Verenigd Koninkrijk weer met zo'n powerholic opgescheept. Tony Blairs populariteit is tot een dieptepunt is gezakt, maar hij blijft zichzelf een tweede kans geven. Vorige week onthutste hij de Britten met de mededeling dat hij na een volgende verkiezingsoverwinning van Labour ook een derde rit wil uitzitten. Dat kan alleen maar in tranen eindigen, meent Ollevier.

Zijn boek wil geen biografie van Blair zijn, noch een beschrijving van diens New Labour. Het is de bedoeling van Ollevier te 'beschrijven en analyseren' hoe de Britten de transformatie van hun land ervaren tot 'een van de meest kosmopolitische, open en dynamische samenlevingen van West-Europa'.

Maar enigzins haaks op deze brede doelstelling staat het uitgangspunt, verwerkt tot titel, dat Blair een 'raadsel' zou zijn, een tovenaar uit Noord-Engeland, die van een partij verstrikt in intriges en ideologie en bekneld in een ijzeren greep van de vakbonden, een open, energieke en vooral nieuwe partij wist te maken die goed was voor twee verkiezingsoverwinningen op rij. En inderdaad, Tony Blair was een groot vraagteken voor velen die op hem of zijn partijgenoten stemden in het beslissende jaar 1997, en dat fronsend en twijfelend in 2001 opnieuw deden.

Blair heeft veel voor elkaar gekregen: vruchtbare investeringen in onderwijs en gezondheidszorg, minder armoede, werkgelegenheidsprojecten. In 2004 zijn er 11000 agenten méér op straat dan in 1997. De economie bloeit. Blair is charmant, ontwapenend, scherp en weet menige vrouw nog steeds zwakke knieën te bezorgen.

Maar hij omringt zich met merkwaardige vrienden: Silvio Berlusconi, om er maar één te noemen. Hij voegde zich in de oorlogspolitiek van Bush en bood pas onlangs en schoorvoetend een soort van excuses aan voor het verstrekken van verkeerde informatie over de massavernietigingswapens van Saddam Hoessein.

Ollevier is geen Blairite. Al op pagina 12 hangt er 'een zweem van opportunisme' rond de 'outsider' Blair, gevolgd door kwalificaties als: glad pragmatisme, feilloos gevoel voor de juiste vrienden, een 'sla-mij-maar-ik-blijf-je vriend-glimlach', berekenend. Blair zou het verhaal van zijn jeugd, getekend door de ziekten van vader en zus, hebben ingezet om als eerlijk, evenwichtig en plichtsgetrouw over te komen.

Die jeugd, zegt de teleurgestelde oud-Labour-parlementariër Leo Abse tegen Ollevier, was een 'psychologisch en emotioneel mijnenveld' die Blair getraumatiseerd heeft en gemaakt tot een 'hoogst neurotische persoonlijkheid, bang, agressief en ziekelijk narcistisch'. En de huidige strijd met rivaal Gordon Brown wordt geduid als een duel tussen twee 'tweede zonen', altijd vechtend om de eerste plaats in het gezin. Tja.

Blair bedriegt het Britse volk, schrijft Ollevier, zie zijn gesjoemel met geld van bedrijven, zijn gekonkel met persmagnaten, zijn leugens over de mogelijke massavernietigingswapens in Irak. Vooral lijkt Ollevier Blair te verwijten dat hij de Britten zo enorm slím heeft belazerd. De vraag rijst, waarom de kiezers en vele journalisten zich zo graag om de tuin laten leiden. Misschien omdat er toch ook een bekwaam politicus in Blair schuilt, die met zijn kompanen voor essentiële hervormingen in partij en maatschappij heeft gezorgd?

Naast psychologie van de koude grond biedt het boek een goed overzicht van de recente geschiedenis van de Britse politiek. Al zeeft Ollevier te weinig de vele geruchten en zeepbellen rondom Westminster en Downing Street op betrouwbaarheid - elk schandaal wil hij toch even genoemd hebben. Zijn hekel aan Blairs voormalige adviseur Peter Mandelson, de 'geslepen ex-communist', nu eurocommissaris te Brussel, is zo groot dat hij diens rol rondom het Goede Vrijdag-akkoord in Noord-Ierland minimaliseert. Hij citeert veel verbitterde (ex)-partijleden en weinig voorstanders van New Labour - alsof die überhaupt niet meer te vinden zijn.

mailIcon print |