recensie De Middeleeuwen, zo luidde het klassieke oordeel van historici, zijn een tijd geweest van intellectuele stilstand. Het filosofisch debat was er mijlenver verwijderd van het verlichte denken in de Renaissance. Filosoof Richard Rubenstein rekent definitief af met dit cliché. 'Ons moderne denken is al in de 12de eeuw begonnen.'
Wanneer is in het Westen de strijd tussen geloof en rede begonnen? Met Copernicus, Galileï en Newton, denken wij. Mis, stelt filosoof Richard Rubenstein, dat gevecht begon al veel eerder: in de 12de eeuw. Toen raakten wetenschappers slaags met elkaar over de vraag of het rationalisme van Aristoteles verenigbaar was met de christelijke leer. Dit conflict, dat in een periode van zo'n honderd jaar werd uitgevochten, veroorzaakte een schokgolf waarvan de uitlopers nu nog voelbaar zijn.
In de recente studie 'Kinderen van Aristoteles' citeert Rubenstein, hoogleraar aan de George Mason universiteit in Virgina, met instemming de stelling dat het geruzie tussen de middeleeuwse academici over Aristoteles misschien wel hét keerpunt in de ideeëngeschiedenis van het Westen is geweest. Maar: ,,Dat inzicht is geen deel gaan uitmaken van ons algemeen aanvaarde culturele 'verhaal'. Integendeel, we vertellen het verhaal van het modernisme nog steeds alsof het allemaal begon met de Renaissance.'' Reden voor hem af te rekenen met het beeld van de duistere Middeleeuwen waar filosofen-theologen zich uitsluitend bezighielden met non-debatten. ,,Het westers ontwaken is toen al begonnen.''
Rubenstein beschrijft in zijn boek -helder, zelfs spannend geschreven en onlangs vertaald- waarom de aristotelische revolutie zo fundamenteel was. ,,Die transformeerde het westerse denken en baande een nieuwe weg voor onze cultuur -de weg van het wetenschappelijk onderzoek- die ze sindsdien is blijven volgen. De confrontatie tussen geloof en ratio die middeleeuwse universiteiten in ideologische slagvelden veranderde, vindt nog steeds plaats in samenlevingen over de hele wereld. (...) Net als nu hunkerden de mensen toen naar heelheid en betekenis in een wereld die ineens veel kleiner, maar ook veel vreemder was geworden.''
Dit leidde rond 1150 tot nieuwe vragen. Hoe functioneert het heelal: volgens de wetten van de natuur of middels de hand van God? Had dat universum een begin in de tijd, of leidt het net als Hij een eeuwig bestaan? Wat bedoelen theologen als ze zeggen dat onze ziel onsterfelijk is? Kan wetenschap samengaan met godsgeloof?
Alle theologische coryfeeën van die tijd hielden zich ermee bezig. En ze ontdekten dat Aristoteles voor dit soort concrete probleemstellingen heldere, rationele antwoorden in huis had. Hij was een denker die geloofde dat de menselijke rede objectieve waarheden over het universum kon blootleggen. Dat kwam als revolutionair over bij een samenleving waarin eeuwenlang goddelijke openbaring en religieuze traditie het denken hadden beheerst.
Hoe kwam men aan hem? Aristoteles' geschriften, althans veruit de meeste, waren immers vijfhonderd jaar 'zoek' geweest. Het antwoord moeten we in Spanje zoeken. Daar was vanaf de 9de eeuw een reconquista (herovering) aan de gang van gebieden die eerder door de islamitische Moren waren bezet. De christelijke heroveraars kwamen in aanraking met een cultuur die veel verfijnder en diepzinniger was dan de hunne. Ze stonden verstomd. Want behalve filosofische lectuur waren er ook vertalingen van klassiek-Griekse werken over algebra, geografie, geneeskunde en astronomie.
En toen ze rond 1100 islamitische metropolen als Córdoba en Toledo hadden ingenomen, zagen ze daar joodse en moslimgeleerden nijver het gedachtegoed van Aristoteles, Plato en de Griekse natuurwetenschappers bestuderen en van commentaar voorzien. Men werkte met Arabische vertalingen die christenen in Perzië en Syrië hadden gemaakt. Het Westen ging nu hetzelfde doen. Geleidelijk ontstonden in Spanje, maar ook in de Frankrijk en Italië vertaalcentra waar moslims, joden en christenen (op initiatief van de kerk!) eendrachtig de geschriften van de Grieken vertaalden in het Latijn.
Voor het Westen was, aldus Rubenstein, vooral de hernieuwde kennismaking met de geschriften van Aristoteles zoiets als het terugvinden van een vergeten blauwdruk voor interstellaire ruimtevaart, of hét middel tegen aids op een oude papyrus. ,,Het was het soort kennis dat een bestaand wereldbeeld omverwerpt.''
De kerk reageerde aanvankelijk voorspelbaar: defensief en repressief. Nog in 1277 verbood ze de kathedraalscholen (de latere universiteiten) Aristoteles' werken over metafysica en natuurfilosofie op het lesrooster te zetten. Men vond ze een bedreiging voor de christelijke leer. Maar toen de West-Europese samenleving sterk begon te veranderen -gevolg van een explosieve groei van de steden, uitbreiding van de handel, politieke expansie en een groot cultureel reveil- beseften veel geestelijke leiders dat de kerk zich moest aanpassen aan de nieuwe denkpatronen, wilde ze op moreel en intellectueel gebied haar leidende positie behouden.
Het was Thomas van Aquino (1224-1274) die het scholastieke kunststuk realiseerde en met zijn Summa theologica een synthese creëerde tussen christelijk geloof en 'heidense' rationaliteit. Door de theologie te combineren met de aristotelische wetenschap bracht hij het Westen de gewoonte van rationeel denken bij. Dit kunstmatige huwelijk tussen geloof en rede zou vier eeuwen stand houden, totdat men in de 17de eeuw de raad opvolgde die Willem van Occam (1285-1349) al in zijn tijd had gegeven: het zou zowel voor de wetenschap als voor de godsdienst beter zijn als elk hun eigen weg ging.
In dezelfde tijd waarin het christendom met vallen en opstaan de filosofie van Aristoteles voor de eigen leer panklaar maakte, nam de islam er juist afstand van. Nadat zijn werk het islamitisch denken eeuwenlang had beïnvloed rekende de grote mystieke moslimtheoloog al-Ghazali (1056-1111) definitief af met Aristoteles. Uit instinctieve afkeer van diens rationalisme dat haaks stond op het klassiek godsienstige wereldbeeld. Geleidelijk taande in de moslimwereld de interesse voor wetenschappelijk onderzoek steeds meer, in de ban als men was geraakt van wat wel het 'slaafs traditionalisme' wordt genoemd. Deze situatie duurt nog altijd voort. En het zijn niet alleen de moslims die er de wrange vruchten van plukken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.