*

 

Onschuld die niet zal duren

Jann Ruyters − 25/03/04, 00:00

recensie Ieder landschap haar eigen dromen. In 'Io non ho paura' (Ik ben niet bang) -een film over groter en banger worden in het diepe zuiden van Italië- is het landschap warm goudgeel door de eindeloze korenvelden. Te schitterend om waar te zijn en dat is het ook niet. In de openingsscène toont regisseur Salvatores eerst de hel onder dit paradijs. Eerst de ondergrondse put waar een hand 'Ik ben niet bang' in de lemen muur krast, en dan zwenkt de camera langzaam bovengronds: de korenvelden en spelende kinderen. Onschuld die niet zal duren.

Het is een opening die herinnert aan de opening van David Lynch's 'Blue Velvet' (eerst het helgroene gras en dan de adders daaronder) maar de intensiteit van die psychologische thriller haalt Salvatores niet. Daarvoor hangt hij te zeer aan schoonheid en schittering. Van oorsprong theaterregisseur (oprichter van 'Teatro dell'Elfo' in Milaan) dient Salvatores ook als filmmaker het theatrale. In 1991 kreeg hij een oscar voor 'Mediterraneo', een film over zes Italianen en een ezel die tijdens de Tweede Wereldoorlog voor Mussolini een Grieks eiland moeten veroveren. Ze stranden in lafheid, luiheid en lust, voordat ze zich gewonnen geven aan even hedonistische Griekse gebruiken. 'Mediterraneo' was ook al een film die baadde in het zonlicht.

In 'Io non ho paura', gebaseerd op een roman van Niccolo Ammanti, laat Salvatores veel dingen botsen. Het goudgeel van de korenhalmen en het knalblauw van een nieuw speelgoedautootje. Het licht in de velden en de duisternis in de put. Het verraad door een vriendje en de solidariteit met een vreemdeling. Hoofdpersoon is de twaalfjarige Michele, die anno 1978 in een put bij een lege boerderij de kleine, ontvoerde Filippo ontdekt, een misdaad waar zijn vader mee van doen heeft. Consequent neemt de camera van Salvatores het standpunt in van deze Michele, die ervaart dat de wereld minder warm is dan hij voelt en oogt in het vergeten, hete zuiden van Italië. Een vriendje dat hem verraadt, een vader die hem niet beschermt. Het is een mooi volwassenwordingsverhaal dat toch niet echt wil raken. Te mooi koren, te bruine ogen. Te veel verwijzingen naar andere films die compromislozer waren. De adders in 'Blue Velvet', de zwaaiende korenhalmen van 'Jeder für sich und Gott gegen allen' (inclusief strijkorkest), de gewonde vreemdeling uit 'De geest van de bijenkorf'. De val uit het paradijs is al zo vaak verbeeld.

mailIcon print |