opinie Hij: ,,Ik ben donker, maar wel mooi, meisjes van Jeruzalem. Donker als de tenten van Kédar, als de wandkleden van Salomo.'' Zij: ,,Zei ik, ja, ontken ik niet. Maar wat zei ik eigenlijk?'' Hij: ,,Dat je regelmatig naar de zonnebank ging, dacht ik.'' Cas Enklaar (Hij) en Els Ingeborg Smits (Zij) kijken als bejaard echtpaar terug op hun relatie, en zij stelt vast dat alles op leugen gebaseerd is geweest, ,,door en door rot gelogen vanaf de allereerste aanraking''.
Intussen wordt die leugen zelf op een stralende manier gelogenstraft, doordat de hele toneelvloer (op het kleine hoekje na waar hij en zij in blauwe badjas op stoeltjes naast elkaar zitten) het domein is van de dansers Lonneke van Leth en Miguel Angel Plukkel. Slechts in een witte onderbroek gekleed, dansen zij met schitterende, gebronsde lijven de heftige, smachtende erotiek van het 'Lied der liederen' uit de Hebreeuwse literatuur, dat als 'Hooglied' ook in de christelijke canon terecht is gekomen.
Cas Enklaar en Els Ingeborg Smits hebben al een traditie van vele jaren achter zich, waarin zij als Bas en Else stukken speelden over de laatste levensfase of zelfs over gene zijde van de dood. Ze komen vertrouwd over, nu hun dialoog door Gerardjan Rijnders is geschreven en de toonzetting filosofisch is geworden. Zij zitten daar op hun stoelen naast elkaar in de grot van Plato, en wat zij zien zijn slechts de flakkerende schimmen op de rotswand tegenover hen. In de beelden van onze tijd vertaald, betekent dit dat ze kijken naar schermpjes in hun hoofd: ze zien slechts een virtuele werkelijkheid. Dat vond ik sterk, want tegelijkertijd dansen Plukkel en Van Leth allerminst virtueel het liefdesvuur uit hun voeten, een dans waarin choreograaf Pieter de Ruiter, zoals Trouws danscritica tot voor een maand, Eva van Schaik, mij onderwees, rijk citeerde uit 'Two' van Hans van Manen.
Schrijnend is het hoe 'Zij' de grot verlaat en korte tijd langs de dansenden ronddwaalt over het toneel. Van een Platonische verlichting, een opstijgen naar een 'echtere echtheid' is geen sprake. Als zij in de grot is teruggekeerd, schilt 'Hij' een appeltje en peuzelen ze dat samen partje voor partje op. Hun paradijs is al lang verdord, en de appel zal geen kennis toevoegen aan hun illusieloze bestaan.
'Echt?' is een prachtige voorstelling van dans en toneel, waarin de gesproken dialoog van de twee oudjes, met alle knorrigheid en in zichzelf gekeerdheid op een melancholieke manier contrasteert met het onvermoeibare springen, draaien, tollen, samen vallen en wentelen over de grond, en weer opstaan en weer en weer.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.