opinie Een beetje verloren op het grote toneel zit de man met een vijl aan zijn voetzolen te pulken, een enkel onverstaanbaar woord voor zich uit mompelend. De voetschilfers verzamelend op een stuk papier en dat heel precies dichtvouwend staat hij op om het pakketje weg te brengen. Zijn gepeins wordt hoorbaar. Hij heeft het over de wind die van alles in beweging zet. Het zou een tekst voor een rouwadvertentie kunnen zijn of in een doodsbrief, bedenkt de man. Hij heeft net een telefoontje gehad, waarin hem de dood van zijn moeder werd gemeld.
De toneelbewerking van 'Bezonken rood' van Jeroen Brouwers is, net als het boek zelf, een raamvertelling. De dood van de moeder is aanleiding voor de ikfiguur om terug te gaan naar de tijd dat zij samen in het jappenkamp zaten, om in te gaan op de relatie met zijn moeder toen, later en nu, op zijn liefdesleven, op de hem telkens weer overvallende angsten, op de wreedheden van de Jappen. Dit alles in flarden, als een collage, scherp door elkaar gesneden. Acteur Dirk Roofthooft brengt de monoloog als een gedachtenstroom, die langzaam op gang komt en tenslotte weer stokt in gepeins.
Soms hapert hij even alsof hij heel diep in zichzelf moet zoeken naar bepaalde details, dan weer laat hij zich helemaal meevoeren door zijn herinneringen. Het is meer praten dan vertellen. Door de selectie van fragmenten, die tussen de regels verscholen gevoeligheden wat naar voren haalt, is de voorstelling minder een afrekening met de moeder, dan wel, zoals regisseur Guy Cassiers het omschrijft, een eerbetoon aan haar. De toon is minder bitter, minder meedogenloos dan in het boek. Op het moment dat de kleuterliefde van de 'ik' voorgoed omsloeg in haat, namelijk toen zijn moeder hem als tienjarige in een pensionaat stopte, vroeg hij zich af: 'Waarom heeft men haar in het jappenkamp niet doodgeslagen?' Uit Roofthoofts mond klinkt dat heel terloops, in het boek legt een witregel erna juist een heel hard accent op die gedachte.
Doet het boek je huiveren om de wreedheden en de daaruit voortvloeiende hardvochtige gedachten, de voorstelling geeft meer aandacht aan het kwetsbare en is daardoor in zekere zin poëtischer. Wat versterkt wordt door een geluidsdecor (Diederik de Cock) van ijl langsvliegende klanken en een vormgeving (Peter Missotten), zoals gebruikelijk in de ensceneringen van Cassiers, van vooral videoprojecties. Heel simpel gehouden hier: regenslierten over de lamellenwand achter, of het hoofd van Roofthooft, of diens schaduwbeeld, soms zowel achter als op een kleiner lamellenschermpje voor.
Alles is, terecht, geconcentreerd op het verhaal in het hoofd van die man. Toch blijft er een afstand. Hoe mooi het verlorene van de man ook tot zijn recht komt, je zou wensen dichter op hem te zitten. Dat komt vooral door het stemzendertje, dat weliswaar zorgt dat hij zacht kan praten, maar dat tegelijk iets gekunstelds heeft, wat haaks staat op de verhaaltrant. Niet altijd is techniek de oplossing. Mede daardoor raakt 'Bezonken rood'
je minder in de ziel dan het boek zelf.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.