*

 

Vercingetorix, een Franse mythe

Hans Oranje − 06/03/04, 00:00

recensie Over één ding zijn de auteurs van twee nieuwe boeken over de Gallische oorlog het eens: in de verovering van Gallië tussen 58 en 51 v.Chr. is de Romeinse generaal Julius Caesar met weerzinwekkende hardvochtigheid en wreedheid te werk gegaan. Tenminste één miljoen Galliërs joeg hij over de kling, honderdduizenden werden als slaaf verkocht, tegen ongeveer veertigduizend doden aan Romeinse kant. Maar de twee schrijvers gaan op diametraal tegenover elkaar staande manieren met dit gegeven om. De Belg Robert Nouwen kan zijn woede over Caesar soms nauwelijks in toom houden. Meijer blijft koel.

Nouwen wil Caesars optreden in Gallië analyseren in relatie tot de politieke ontwikkelingen in Rome. Dat hij daarmee 'een hallucinant portret van een onbekende Caesar' tekent, zoals de uitgever het op de flaptekst wil, is beslist zwaar overdreven. Zowel zijn beschrijving van de oorlog als die van de politieke spanningen in Rome (die de aanloop vormden tot een lange burgeroorlog) zijn niet verrassend, zij het soms wel prikkelend, vanwege de compassie van de auteur met Caesars slachtoffers.

Aan het begin en het einde van zijn boek formuleert Nouwen in vrijwel gelijkluidende bewoordingen de conclusie: ,,De uitspraak van Caesar dat de Belgen van alle Gallische volkeren de dappersten waren, heeft jarenlang het nationale gevoel in het jonge België gevoed, en er zelfs voor gezorgd dat deze gewetenloze politicus acceptabel werd.'

Tweeduizend jaar haat steekt op in de laatste zin van zijn boek, waar Nouwen vermeldt dat in 1998 een standbeeld van de Romeinse veldheer in België werd onthuld: ,,Boduognat, de aanvoerder van de Nervii die in 57v.Chr. in de strijd tegen de Romeinen sneuvelde, moet zich in zijn graf hebben omgedraaid.'

De Noordnederlander Fik Meijer laat zich niet door emoties meeslepen. In zijn snel door de oorlog heen schietende analyse gaat het om Vercingetorix, de Galliër uit de Auvergne, die in 52v.Chr. de Gallische stammen wist te verenigen in de grote opstand tegen de Romeinen, een opstand die jammerlijk verliep na de nederlaag bij Alesia, het jaar daarop. Meijer wijst met opmerkelijke scherpte op de tactische fouten van de Gallische leider, zijn weifelmoedigheid op beslissende momenten, maar ook op de geweldige uitstraling die hij gehad moet hebben. Zijn onverbiddellijke conclusie is dat Vercingetorix niet opgewassen was tegen Caesars politieke sluwheid en militaire vernuft.

In het tweede deel van zijn boekje schetst Meijer de ontwikkeling van Vercingetorix tot een held in de moderne Franse geschiedschrijving. Het is een fascinerend relaas: Vanaf het begin van de 19de eeuw wint de gedachte veld dat de Galliërs de 'echte' voorouders van de Fransen zijn, hoeveel volkeren er nadien ookin Frankrijk zijn neergestreken. Na de Frans-Duitse oorlog, die ongeveer even lang duurde als de Gallische opstand, wordt in de Derde Republiek de mythe van de held Vercingetorix geboren.

Eén dubbelzinnigheid wil maar niet verdwijnen, de kwestie die Nouwen ook voor België signaleert: Vercingetorix mag dan een vurige patriot zijn geweest, bij de verovering van Gallië door Caesar ging het tenslotte om de beschaving. De onbehouwen Galliërs streden tegen de geciviliseerde Romeinen, en voor de toekomst van Frankrijk is het maar goed geweest dat de opstand werd neergeslagen.

Rond 1900 bereikt de Vercingetorix-hype zijn hoogtepunt. Zijn status bereikt die van een soort nationale Christus: ,,Waren beiden niet opgekomen voor de rechten van de onderdrukten? Waren beiden niet door een opgefokte, gefrustreerde menigte bespot, de een in Jeruzalem, de ander in Rome? Waren beiden niet rond hun dertigste jaar gedood?'

Meijer gelooft dat de held zich niet zomaar naar de vergetelheid zal laten verwijzen, ondanks het groeiend aantal allochtone in Frankrijk die geen boodschap aan Vercingetorix hebben. Ik weet dat nog zo niet. President Mitterand, die een stuk grond had gekocht om begraven te worden op de Mont Beuvray - de plek waar de Gallische stamhoofden in 52 trouw zwoeren aan de opstand, is toch elders begraven.

De Gallische opstand, die tegenwoordig vooral voortleeft in de avonturen van Asterix en Obelix, is achtergrond voor fun geworden. Caesar is tegenwoordig meer een gekke oude oom dan de misdadiger die - om een voorbeeld te stellen - hele stadspopulaties de handen liet afhakken.

mailIcon print |