recensie De intellectuelen hebben het tij niet mee in Nederland. Aan de universiteiten zijn ze al bijna persona non grata geworden. Hun kwaliteiten worden steeds minder op prijs gesteld. Onderwijsinstellingen zijn bedrijven geworden en leerlingen consumenten. Verhoudingsgewijs gaat steeds meer geld naar het management van de onderwijsinstellingen, en steeds minder naar het onderwijs zelf. Leraren maken promotie door zich op te werpen als regelaar, niet door goed les te geven. Een van de nobelste beroepen ter wereld is een van de meest geminachte geworden.
Deze aanklacht komt uit 'Ver van huis', de nieuwste essaybundel van Cyrille Offermans. Hij kan het weten, want hij werkt zelf in het onderwijs. Een leraar, schrijft hij, is niet direct wat je je bij een intellectueel voorstelt. Toch is Offermans op en top een intellectueel, met zijn eruditie, zijn veelzijdige belangstelling en zijn vermogen om zijn gedachten op heldere, literair verantwoorde wijze te formuleren. Volgens hem moet de intellectueel nog een andere eigenschap hebben: zijn denken moet in beweging blijven, niet verstarren in standpunten, en niet gepaard gaan met woeste gebaren en stemverheffingen. Dat is zijn grief tegen de moderne 'intellectuelen', die zich laten strikken voor een optreden in het huidige mediacircus, en in de arena (talkshow, symposium, forum) hun vaste standpunten -voor of tegen- verdedigen. Zij denken niet uit hartstocht, maar ze willen als filmsterren behandeld worden.
Het is niet verwonderlijk dat Offermans' intellectuele voorzaten bij uitstek beweeglijke en ondogmatische denkers waren, namelijk Diderot en Nietzsche. Aan beiden wijdt hij in deze bundel een uitvoerig essay. Twee andere geestverwanten over wie hij schrijft zijn Enzensberger en Sloterdijk (wiens pasvertaalde 'Sferen' hij met aanstekelijk enthousiasme bespreekt). Deze namen geven blijk van zijn affiniteit met het 'linkse' Duitse denken, al kiest hij ook hier voor figuren die de (neo)marxistische leerstelligheid hebben geschuwd of afgezworen, en hun eigen weg hebben gezocht.
Offermans' aversie tegen het standpunt-denken betekent niet dat hij zelf maar alle kanten op gaat, zonder structuur of kader. In een tijd waarin (neo)conservatisme de intellectuele mode lijkt te zijn geworden, is het een verademing dat Offermans nog onbekommerd zijn schatplichtigheid betuigt aan haast vergeten linkse filosofen als Adorno en Bloch. Maar op de gebieden van onderwijs, opvoeding, kunst en cultuur is Offermans toch ook behoudend, elitair, of in ieder geval anti-populistisch. Zijn fraaie essay over de teloorgang van het spelen op straat ademt onvervalste nostalgie, maar biedt ook een actuele les: ,,Alles wat men nu moeizaam, als 'theorie', als willekeurige regels en voorschriften, als 'normen en waarden', in het ervaringsloze kinderhoofd probeert te proppen, was toen een gratis en beproefd bijproduct van het spel op straat.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.