*

 

Samuel de Lange herleest Ignatius van Loyola

Samuel de Lange − 14/02/04, 00:00

recensie Welke klassiekers verdienen het herlezen te worden? Deze maand test 'het kanon' vijf oerboeken van het christendom. Vandaag 'De geestelijke oefeningen' van Ignatius van Loyola.

'Zoals wandelen, lopen en rennen lichamelijke oefeningen zijn, zo noemt men de manier om de ziel voor te bereiden en in te richten op het afleggen van alle ongeregelde neigingen geestelijke oefeningen, en zo ook het uitzoeken wat voor regeling van het leven God eigenlijk wil tot heil van die ziel.' Deze uitleg is te vinden op de eerste bladzijde van 'De Geestelijke Oefeningen' van Ignatius van Loyola. Het publiek zal er in 1548 van hebben opgekeken dat het zielenheil geregeld kon worden met iets wat overeenkomt met lichamelijke oefening. Ascese, onthouding, werd vanouds door monniken beoefend, en mystici hadden her en der van een methode gerept om ingang tot God te vinden. Maar de Baskische officier Iñigo López de Loyola (1491-1556) had andere, uitgekiende overwegingen voor zijn disciplinering van de ziel. Hij had bovendien alle reden en tijd om zich op het nut van oefeningen te bezinnen, aangezien hij in 1521 door een kanonskogel aan beide benen gewond werd.

In 1548 kreeg het boekje officieel de pauselijke zegen als geestelijk opwekkingsmiddel. Met zijn straffe reglementering en zijn ongepolijste Spaans zou het altijd herinneren aan de militaire afkomst van de auteur. Bovenal zou het een geestelijk leger op de been brengen dat onder gelovigen en ongelovigen bewondering en vrees afdwong: de Societas Iesu, de Jezuïetenorde.

Nooit eerder was er zo'n bondige instructie geleverd voor de indiensttreding bij God. Toch is compositie niet de grootste deugd van de 'Oefeningen'. Eerst komen de eigenlijke oefeningen, verdeeld in vier beschouwingen, die elk een week in beslag nemen. Na de oefeningen volgen korte uittreksels van evangeliepassages waar de oefeningen naar verwijzen, maar die worden afgesloten met een groot aantal regels die het karakter van waarschuwingen hebben: tegen de listen en lagen van de boze geest, tegen kritiek op de hiërarchie, en tegen achteloos spreken over netelige kwesties als de voorbeschikking in het bijzijn van het volk. Wat die vermaningen op deze plaats moeten is niet duidelijk. Of het moest zijn om de cursisten, waaronder behalve geestelijken ook leken, een esprit de corps geven.

De oefeningen vertonen zelf ook een onrustig beeld, met hun telkens interrumperende aantekeningen, addities, op- en aanmerkingen, punten van overweging, die weer onderbroken worden met aanmaningen om de tijden of volgorde van oefeningen in deze of gene zin te veranderen. Leidend beginsel lijkt te zijn geweest 'dit niet te vergeten, en dat ook niet'. Vooral ook niet vergeten dat het om een 'doe-boek' gaat, niet om een exposé. Het verlangen bij God gehoor te vinden behoeft immers geen uitgebreid betoog, maar eerder een handleiding die de deelnemer tot een grondige hervorming van zijn leven moet brengen. Gulzige verlangens en eigen belangen moeten wijken voor godsdienstigheid. Het waarom van die inkeer is niet de vraag, slechts het hoe. Dat gaat in herhaalde séances waarbij de cursist zich in woord en beeld zijn eigen schuld en Gods grootheid inprent.

Technieken die tot de moderne conditionering worden gerekend, zoals associatie en ademhalingsoefeningen, worden daarbij niet geschuwd. Zelfkastijding, voorzichtig aanbevolen voor wie er verstandig mee weet om te gaan, behoort tot het ouderwetsere stimulus-respons repertoire. Die nadruk op de methode doet eigentijds aan. In vier weken retraite is de klus geklaard, schrijft de folder. Tsjakka! Overigens, omdat de stof in modulen verdeeld is, kan het pakket naar believen korter, of uitgebreider.

De eerste week is gewijd aan de bezinning op de eigen zonden, de tweede neemt het leven van Jezus tot onderwerp -van beschouwing tot en met palmzondag-, de derde ziet toe op het lijden en de dood van Jezus, en de vierde verheugt zich in de verrijzenis. De aspirant dient zich in ieder geval vier à vijf uur in eenzaamheid te concentreren op het voorgeschreven onderwerp, gespreid over dag en nacht. Niet alleen moet hij zich een zo aanschouwelijk mogelijk beeld vormen -hij moet het bloed zien stromen, de zweep horen knallen, en het lichaam voelen beven- hij moet ook delen in de droefheid, de tranen en de smart van Christus. Die beschouwingen openen met een voorbereidend gebed vooraf, en besluiten met een afrondende samenspraak met God. Maar met alle herhalingen, samenvattingen en toevoegingen kan de cursist een dag vullen.

Voor geestelijke oefeningen zijn de instructies soms verbazend profaan. De tweede week, waarin de beschouwing van het leven van Jezus een aanvang neemt, begint met 'de oproep van de aardse koning'. Dat is niet louter beeldspraak, want de uitleg daarbij luidt: ,,Mij een koning van deze aarde voorstellen, door God onze Heer uitverkozen, aan wie alle vorsten en christenen eer bewijzen.'' In het vervolg van die wensdroom leest men een 'overweging over twee vaandels, de een van Christus, onze opperbevelhebber en Heer, de andere van Lucifer, doodsvijand van onze menselijke natuur.' Loyola had keizer-koning Karel V (1500-1556) op het oog, de katholieke kampioen die de strijd aanbond met Turken, ketters en heidenen.

Wereldverzaking is voor Loyola geen doel op zichzelf. Meester en cursist zijn op zoek naar een 'onwankelbaar midden, om een volmaakte rust te genieten'. Het gaat daarbij om gemoedsrust en om de rust verstandig te kiezen. Die balans tussen activiteit en gelatenheid wordt ook bepleit via het begrip 'onverschilligheid', dat een paar maal in de tekst voorkomt: de cursist diende een dikke huid te kweken en moest zich niet al te druk maken over ouderwetse deugden als armoede en kuisheid. Tenslotte was de vestiging van het koninkrijk Gods, een onderneming die Loyola en de jezuïeten voor het eerst sinds de kruistochten tot de reële kansen rekenden, mensenwerk. Leven in armoede werd vanuit dit perspectief als een 'ongeregelde neiging' beschouwd en de rijken en machtigen waren verkieslijke bondgenoten. A la guerre comme à la guerre.

Pas als aardse koningen falen in de christelijke opdracht, zoals de moegestreden Karel V, schare men zich in afwachting van betere tijden onder de banier van Rome. Loyola slaagde er in elk geval in voor zijn orde onmiddellijke toegang tot de paus te krijgen, buiten alle hiërarchie om.

De wereld en de kerk hebben de jezuïeten altijd benijd om hun kameleontische vermogen en hun gehoor bij Christus' plaatsvervanger.

mailIcon print |