*

 

' Orfeo'-flodders duren te lang

Anthony Fiumara − 17/06/05, 00:00

recensie et was géén try-out en al helemáál H geen première, bezwoer regisseur Mirjam Koen het publiek voor aanvang van 'Orfeo Intermezzi'. Nee, het was een presentátie. Door studenten van de Toneelacademie in Maastricht en net afgestudeerde conservatoriumzangers. Een 'work in progress', zoals het programmaboekje vermeldde, waarin overdag wordt geslepen aan materiaal dat ' s avonds wordt gepresenteerd.

Koen had haar experiment dus beter 'werkplaats'kunnen noemen: een beschermde omgeving die jonge kunstenaars de kans biedt hun creaties te presenteren. Met publiek dat weet dat het om een proeftuin gaat, waarin de rijpheid van de vruchten sterk kan wisselen.

Koen koos voor het chiquer klinkende 'work in progress', of zelfs 'presentatie', een vorm die in zijn geheel het tonen waard zou moeten zijn. Al kan het resultaat leiden tot spin-offs en uitbreidingen. Op die manier werden de 'Orfeo Intermezzi'ook aangekondigd in de folder van de Rotterdamse OperaDagen:

als avondvoorstelling tussen andere volwassen opera's.

Aan de inzet van de jonge uitvoerenden lag het niet. Voor een langgerekt achterdoek, dat het rechthoekige speelvlak schuin doorsneed, voerden zangers en acteurs met enthousiasme hun sketches uit. Stukjes muziek uit de rijke Orfeotraditie van Monteverdi tot en met Weil, afgewisseld met korte scènes door de acteurs. Variaties op het Orfeus-thema, waarin de Griekse mythe werd gekneed en soms absurdistisch naar het heden werd verplaatst.

Op monitoren kon het publiek de gezongen tekst meelezen en zien in welk hoofdstuk het was beland: 'Afscheid'bijvoorbeeld, of 'Het leven in de hel'. Met Hades (god van de onderwereld) die zijn vrouw Persephone steevast Natasja noemt, tot haar grote woede. En probeert iedere vrouwelijke nieuwkomer in de onderwereld te versieren. Maar hij stinkt te erg uit zijn mond.

Zo zaten er meer amusante intermezzi tussen, grotendeels goed geacteerd door de acht studenten, die helaas niet bij naam kunnen worden genoemd. Talentvolle zangers waren mezzosopraan Karin Strobos (zuiver, mooi warm timbre, soubrette-vibrato mag wat minder) en vooral Helen Thomson: een onopgesmukte, wendbare stem die strak intoneerde en de muziek van Charpentier uitstekend vertolkte. Hou die in de gaten!

De opeenvolging van muziek en toneel werkte na een uur al erg statisch. Ook omdat je het idee kreeg dat Koen elke losse flodder had meegenomen in de veel te langdurige presentatie. De pauze begon pas na een krappe twee uur, daarna hadden we nog een uur te gaan. Zonder mij, want Orfeus was de Styx nog niet eens overgestoken om Euridice terug te halen uit het dodenrijk.

Kill your darlings, Orfeo.

mailIcon print |