*

 

Muziekgebouw opent met krankjorum stuk

Peter van der Lint − 17/06/05, 00:00

recensie Met drie slagen op de gong, de eerste zacht, de tweede harder en de derde forte, opende koningin Beatrix woensdagavond het nieuwe Muziekgebouw aan ' t IJ. De officiële muzikale benaming van een gong luidt tamtam en dus werd letterlijk met veel tamtam gevierd dat na twintig jaar strijd en inzet van directeur Jan Wolff dit unieke en prachtig gesitueerde Muziekgebouw er eindelijk staat. De koningin maakte een nautische entree via het IJ, als om te benadrukken dat Amsterdam met deze pontificaal aan het water gelegen muziekzaal heeft ontdekt dat er naast de Amstel nog een rivier door de stad stroomt.

Ondanks de mooie koninklijke tamtamslagen in de vorstelijk bemeten foyer volgde het hoogtepunt van de avond een kwartier later toen Jan Wolff in de schitterende concertzaal opkwam om een toespraak te houden. Het spreken werd hem minutenlang onmogelijk gemaakt omdat de aanwezigen hem met een overdonderende ovatie verwelkomden. Ongetwijfeld een ontroerend moment voor Wolff en de ovatie was niet meer dan terecht: het is zíjn gebouw. Toen het gejuich verstomde, hield Wolff op de van hem bekende geestige manier een lofzang op het gebouw, op de mensen die het mogelijk maakten en op de muziek. Hij prees de bereikte synthese tussen architectuur en muziek en herinnerde eraan dat Amsterdam een goede hand heeft in het bouwen van concertzalen. Vervolgens stelde hij de vele genodigden, die naar het gebouw waren gekomen met de vrees: ' het zal toch niet te modern zijn', absoluut niet gerust.

Volgens Wolff is er iets mis met luisteren naar moderne muziek. Terwijl de fanfareklanken van Louis Andriessens nieuwe stuk ' De Opening' al klonken, raadde hij de luisteraars af om te proberen iets te herkennen. Een hopeloze bezigheid:

' doe het niet!', klonk het ferm. ' Gewoon de oren openzetten en het laten gebeuren', luidde het advies en de toespraak ging haast onmerkbaar over in muziek.

Andriessens korte openingsmuziek klonk sereen, passend plechtstatig en lekker. Maar het was een stilte voor de niet geringe storm die de volgende drie kwartier in beslag nam: het krankjorume ' Ee jya nay ka ee jya nai ka éé jya nai ka' van Jan van de Putte. Is de titel al een tongbreker (het betekent ' wat maakt het ook uit' en dat drie keer), het stuk zelf brengt oren en hersenen volledig in de war, maar wel op een humorvolle manier. Een virtuoze compositie voor drie ensembles en voor een koortsig partituurpapierbladerende dirigent. Ongemakkelijke stiltes en plots opploffende erupties als hete lavablubs kenmerken deze agressieve compositie, die af en toe meer op Andriessen lijkt dan Andriessen zelf. Het was geweldig om een klein uur in deze bizarre wereld te vertoeven. Na een heel lange pauze volgde nog muziek van Dusapin en Harvey, maar de zaal was toen al angstig leeg. Was het toch nog té modern geweest.

mailIcon print |