Ze had een wat ongelukkige start, de serie 'Het vrouwenelftal', die 'Netwerk' sinds half juni elke maandagavond uitzendt. Want ga de concurrentie maar eens aan met het EK-voetbal op de andere publiekszender. Maar waar de mannenelftallen allang weer huiswaarts zijn gekeerd, gaat 'Netwerk' dapper door met opmerkelijke vrouwenportretten. Zoals de Russische psychiater die namens de regering gevangenissen inspecteert en het, geheel tegen de ongeschreven regels in, opneemt voor met aids besmette vrouwelijke gevangenen. Of neem de maatschappelijk werkster die, met steun van onbezoldigde artsen en verpleegkundigen, een vorm van thuiszorg opzet in het straatarme Moldavië. Bijvoorbeeld voor een 50-jarige MS-patiënt, die voorheen 1 à 2 keer per jaar (!) gelucht werd door zijn goed bedoelende familie. En dan de Nederlandse zuster Francesca Moens, die zich openlijk mengt in het onlangs weer opgelaaide straatgeweld tussen christenen en moslims op de Molukken. Het bijzondere aan de serie is dat ze 'gewone' vrouwen laat zien die in uiterst moeilijke omstandigheden op simpele wijze heel veel bereiken.
Waar het moedige vrouwenelftal nog enkele afleveringen doortrapt, staat de Amerikaanse Marita Lorenz definitief langs de zijlijn. De Belgische zender VRT zond afgelopen woensdag een fascinerende documentaire uit over haar 'bewogen leven'. Als je haar levensverhaal als filmscript zou aanbieden, zou geen producent je serieus nemen. De geboren Duitse overleefde met haar moeder concentratiekamp Bergen-Belsen en belandde in 1959 met een cruiseschip waarvan haar vader kapitein was in Cuba. Fidel Castro was net aan de macht en kwam aan boord. ,,Ik ben groot, ik heb een baard en ik ben 33'', begroette Castro de 19-jarige schoonheid. ,,Hij vergeleek zichzelf met Jezus, hij had een groot ego'', zegt Marita in de documentaire.
Ze was meteen stapelverliefd en de thriller kon beginnen. Ze raakte zwanger, werd tegen haar wil geaborteerd in haar zesde maand en drie dagen voor dood achtergelaten in een hotelkamer. Uiteindelijk zette Castro haar op het vliegtuig naar Amerika, waar de CIA haar trachtte te hersenspoelen. Ze keerde terug naar Cuba, met de opdracht Castro te vermoorden. Maar de meegekregen gifpillen gooide ze weg. ,,Moet je me doodmaken?'', vroeg Fidel. ,,Ja'', antwoordde Marita voordat ze de liefde bedreven.
Hij brak voor de tweede keer haar hart en ze keerde terug naar de VS. Ze werkte jarenlang voor de CIA, de FBI en de Mossad, doodde honderden mensen, was betrokken bij de mislukte Varkensbaai-invasie, kreeg tussendoor een dochter met de Venezolaanse dictator Marcos Pérez en zat in dezelfde commandogroep als Lee Harvey Oswald, de moordenaar van Kennedy. In 1981 keerde ze terug naar Cuba. Castro wees haar af en de CIA hoefde haar ook niet meer.
Tegenwoordig plukt ze samen met haar zoon (buitenechtelijk, van een FBI-agent) eten uit de afvalbak van een Chinees restaurant. Ze is van het veld geschopt, maar ze houdt nog steeds van Fidel en blijft overtuigd van haar moedige daad: ,,Hij leeft nog omdat ik dat indertijd heb toegestaan.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.