*

 

NJO speelt hartstochtelijk maar rommelig Muziek

Anthony Fiumara − 16/08/04, 00:00

recensie De Vereeniging in Nijmegen was vrijdag helemaal 'in de stemming voor hartstocht', zoals het motto bij het gratis concert van het Symfonieorkest van de NJO Summer Academy luidde. Hartstocht? Bij binnenkomst kreeg je een programma uitgedeeld met op de kaft een kitscherig tatoeage-hart, er waren tatoeage-plakplaatjes met dezelfde afbeelding voor de liefhebbers en er lagen snoephart-jes in de foyer. Ook in de zaal werd door luid hartgeklop uit twee speakers (na een kwartier aan een infarct geholpen door de geluidstechnicus) nog eens herinnerd aan het thema.

Het prestigeuze Festival Gelderse Muziekzomer, organisator van dit afsluitende 'hartstochtconcert' deelde zelfs een enquête uit. Belangrijke stelling: 'Het thema 'hartstocht' kwam duidelijk terug in dit concert (eens/oneens/geen mening)'.

Een vraag die het festival misschien eerst zelf had moeten beantwoorden met de programmering. Het door het NJO gespeelde orkestwerk 'Asyla' van componist/dirigent Thomas Adès ging over toevluchtsoorden en gekkenhuizen (van het Vaticaan tot een Londense nachtclub op xtc). En Tsjaikovski's verstervende Zesde symfonie heet geen 'Passionelle' maar 'Pathétique'.

Hartstochtelijk was wel de uitvoering door het NJO onder Adès. De 33-jarige Engelsman brak in 1995 internationaal door met zijn tango-opera 'Powder Her Face'. Belangrijk was ook dat dirigent Simon Rattle zich over Adès ontfermde: het vrijdag gespeelde 'Asyla' werd geschreven in opdracht van Rattle, die het ook dirigeerde tijdens zijn inwijdingsconcert als chef in Berlijn. Afgelopen seizoen bracht de jonge dirigent Daniel Harding het werk mee naar het Amsterdamse Concertgebouworkest. Tijdens het Festival gaf Adès masterclasses aan de jonge musici van de zomer-academie.

Geschreven in 1997 kan 'Asyla' nu al bogen op een rijke uitvoeringspraktijk. Toch was het Adès zelf die vrijdag in de Vereeniging liet horen hoe het écht moest: met veel contrast en verrassing. De open velden uit het eerste deel deden denken aan Mahlers symfonieën, compleet met koebellen als natuurgeluiden. Adès componeert graag in herhalende patronen, zoals in popliedjes. Maar bij hem spiraleerden die motiefjes zich langzaam de grond in, met een bashobo en een ontstemde piano als exotische boorkop.

Het NJO speelde 'Asyla' met veel passie, maar de échte orkestklank kwam pas tevoorschijn in Tsjaikovski's zwanenzang. Ook daar waren de inzetten vaak ongelijk, maar speelden de jonge zomergasten in ieder geval loepzuiver.

Het publiek in Nijmegen was als vanouds luidruchtig. Snoeppapiertjes en geklets knisperden ook bij voorkeur tijdens verstilde passages op de bühne. Tsjaikovski's laatste adem in de smachtende strijkers werd op het juiste moment voorzien van een hartstochtelijke rochel uit de zaal.

mailIcon print |