recensie Hoe schrijf ik een liefdesbrief? Die vraag kwelt elke Nederlander wel eens: met welke woorden kan ik de ander verleiden? In aflevering 7 van deze schriftelijke cursus: nuttige tips voor verliefden.
Natuurlijk kun je sommige vrouwen veroveren met woorden, zegt dichter Ingmar Heytze. Maar verwacht van een liefdesbrief geen wonderen: ,,Je kent het verhaal wel van die man die zo verliefd was op een vrouw dat hij haar elke dag een lange liefdesbrief schreef. Na drie jaar trouwde ze met de postbode.'' Het schrijven van een goede liefdesbrief is sowieso verschrikkelijk moeilijk, daarom schrijft Heytze er zelden een: ,,Een liefdesbrief schrijven die zijn doel bereikt, als taalbouwsel overeind blijft, de ziel van de schrijver openbaart en de ziel van de aangeschrevene opent, de diepste geheimen onthult, de meest alledaagse dingen mysterieus maakt en bij dat alles nergens potsierlijk wordt - ik geef het je te doen.''
Tip 1: Kijk naar Laura.
Dichteres Elly de Waard is wel een enthousiaste beoefenaar van het genre. Zo begint zij een van haar brieven: ,,Mevrouw, ik weet dat u naar mij keek; ik heb u naar mij zien kijken. Ik hoef u er niet aan te herinneren dat dit tijdens de gezongen hoogmis van afgelopen zondag was.'' De mevrouw is getrouwd en minstens zo mooi als Laura, voor wie Petrarca zijn beroemde sonnetten schreef. De Waard formuleert haar compliment zo: ,,Ik kan u zeggen dat uw schoonheid en langbenigheid bij mijn weten haar weerga niet kennen in West-Europa, en dan bedoel ik inclusief Frankrijk en Italië.''
Tip 2: Schrijf hoofs én schaamteloos.
Een goede liefdesbrief is tegelijkertijd hoffelijk en schaamteloos, vindt De Waard. De brief moet luchtig en hoofs van toon zijn en een 'elegante brutaliteit' bevatten, geen drieletterwoorden (in het begin) of al te platte suggesties. De dichteres verpakt een oneerbaar voorstel bijvoorbeeld zo: ,,Intussen wil ik er rond voor uitkomen dat ik u begeer. Ik zou niets liever doen dan mij dadelijk met u in de biechtstoel terugtrekken om de praktijk van het zondigen en de zonden van het vlees eens diepgaand met u door te nemen.''
Tip 3: Wees effectief openhartig.
Zelfkennis en zelfspot zijn onontbeerlijk voor de liefdesbrievenschrijver. De Waard adviseert 'effectieve openhartigheid': ,,Om de ander te veroveren moet je jezelf toch in het geding brengen. Je moet het risico durven nemen om iets van jezelf te laten zien.'' Maar doe dat handig en met gevoel voor humor: vertel niet meteen je allerslechtste eigenschap en ga ook niet 'oeverloos over jezelf ouwehoeren'.
Heel slim is het om een slechte karaktertrek als een exclusieve bonbon te presenteren: ,,Ik moet u iets bekennen. Ongeduld is mijn slechtste eigenschap, maar haar keerzijde, de onstuimigheid, beschouw ik helaas als een deugd.''
Tip 4: Vermijd
ijdeltuiterij.
Mooischrijverij is riskant, want lang niet iedere Laura valt voor ronkende welsprekendheid en opzichtig geëtaleerde eruditie. 'Wat een ijdeltuit', zou ze wel eens kunnen denken, en niet: 'die man of vrouw laat ik toe in mijn bed'. De 'Brief aan Susan D.' (1987) van een piepjonge Joost Zwagerman staat vol mooie woorden: ,,laat ik dan maar weer meteen huize eruditia binnenstormen''. En vervolgens filosofeert hij breeduit over Roland Barthes en de erotische impact van het woord. Gelukkig compenseert de schrijver zijn ijdeltuiterij met een lange, schmierende opsomming van excentrieke koosnamen: ,,[...] mijn visje mijn beestje mijn plantenrijk en hemelslijk, mijn godgelijk zo grote geilheidssjeik [...].''
Tip 5: Hergebruik
de envelop.
De dames (55+) die liefdesbrieven sturen aan schrijver Frans Pointl, bedienen zich van heel gewone woorden. 'Ik zou u wel eens willen ontmoeten', schrijven ze. Of: 'Waarom wil je niet mee naar mijn stacaravan?' Pointl schrijft lang niet altijd terug, vertelt hij: ,,Ik kan niet tegen klitten, ik voel me al gauw opgegeten.'' Romantiek en liefdesbrieven zijn sowieso niet aan hem besteed: ,,Wat dat betreft heb ik toch de boot gemist, ik ben 71 geworden, ik geloof niet dat er nog iemand naar me haakt.'' Maar toch heeft hij zijn huidige vriendin wel degelijk aan een brief te danken. Zij schreef hem via de uitgeverij, hij postte zijn antwoord in een gebruikte, aan hem geadresseerde envelop. Ze achterhaalde zo zijn privé-adres en stond ineens voor zijn deur. En tsja, zegt Pointl, van het een kwam toch het ander.
Tip 6: Imiteer Reve (niet).
,,Ik wilde wel dat ik een afgelegen Kasteel had, waar ik je voor immer gevangen zoude kunnen houden, verwennen, aanbidden, vernederen en bij motregen langzaam martelen, hoewel ik met over de knie leggen toch ook al tevreden ben.'' Is getekend 'je Bruidegom & Meester, Heer & Bezitter' Gerard Reve, de grootste liefdesbrievenschrijver van Nederland.
In zijn correspondentie met Willem Nijholt doet de volksschrijver de krankzinnigste voorstellen, opgeschreven in zijn romantisch-ironische, zo dikwijls geïmiteerde stijl. Dit is 'over de top', denkt de lezer vaak, dit kán hij niet menen. En toch opent Reve de ziel van de aangeschrevene: ,,Ik vond 't 'n hele leuke brief omdat je me weer van die ondeugende dingen schreef waar ik om lachen moet en waarbij ik dan ook denk hij neemt me in de maling, maar die ik toch heel diep in m'n hart heel serieus neem.'' (Willem Nijholt in 1985).
Tip 7: Voeg een mooi PS toe.
Ingmar Heytze heeft een laatste advies voor verliefden: ,,Een goede liefdesbrief heeft altijd een mooi PS dat alles, als een soort pointe, weer in een ander daglicht zet, of relativeert.''
Zo doet Gerard Reve dat: ,,PS. Over de knie gelegd worden zou inderdaad heel goed voor je zijn, maar het helpt slechts tijdelijk, & je verlangt naar steeds fermer folteringen. Welk station is dicht bij jou? Muiderpoort of Amstel?''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.