recensie Na 22 jaar Nederlandse praktijkervaring heeft de Vlaamse filosoof en consultant Paul Wouters de tijd rijp geacht om uit te leggen waarin, waarom en waardoor Nederlanders en Belgen van elkaar verschillen.
Hij doet dat knap en overtuigend, met een scherp oog voor nuances maar zonder pittige oneliners te schuwen: ,,Het cultureel relativisme is een goedbedoelde maskerade van hypocrisie.''
Ten faveure van Nederlanders voert hij onder andere aan dat ze meer maatschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel ontwikkeld en hun driften beter gedempt hebben. Van gierigheid pleit hij ze vrij -met de aantekening dat ze wél waar voor hun geld eisen, ook wanneer ze het weggeven. Maar volmaakt zijn ze niet, met hun neiging zichzelf tot norm te verheffen, hun planningsmanie, agendaverslaving en nog zo wat.
In de Belgen bekoort Wouters onder meer hun (nog) vrij onbekommerde beleving van tijd en ruimte, en hun neiging richtlijnen van hogerhand te beamen en vervolgens te negeren. Van die eigengereidheid plukt de zorgsector, met zijn kwaliteitsverlagende efficiency-oekazes, de voordelen. Aan wat de twee volken gemeen hebben, besteedt Wouters weinig aandacht; een observatie over hun gedeelde erotische onbenul is een uitzondering. Het is hem er met name om begonnen de verschillen te begrijpen.
Vooral ook de instrumenten die hij daartoe inzet, maken 'België-Nederland' lezenswaardig: historische, sociologische en antropologische commentaren en filosofische verrijkingsstof, om een onderwijsterm te gebruiken. Ter eventuele geruststelling: het wordt allemaal, inclusief de civilisatietheorie van Norbert Elias en John Rawls' 'Theory of Justice', heel toegankelijk opgediend. Een kamergeleerde is Wouters niet. In de noten bedient hij ook degenen wier liefde voor België door de maag gaat, en wel met de aanbeveling van een Vlaamse pot, geserveerd door een restaurant in -jazeker- Amersfoort.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.